zaterdag 16 augustus 2014
Olphaert den Otter
Ooit zei een kunsthandelaar mij "brood wat voor jou gebakken is wordt niet aan een ander verkocht". Hiermee doelde hij op het gegeven dat je niet overhaast moet komen uit angst dat het werk anders mogelijk bij je volgende bezoek toch weg is. Helaas gebeurd je dat toch nog al eens als verzamelaar. Je kunt immers niet alles kopen en als je veel opzoek bent kom je ook onherroepelijk vaak buitenkansjes tegen. Zo ook vorig jaar. Via internet werd er een werk van Olphaert den Otter aangeboden. Olphaert den Otter! Die ontbrak nog in de collectie. Het werk zou een goede aanvulling zijn naast Arie de Groot om de jaren 60-70 te verlaten en een brug te slaan naar de jaren 80-90 tot heden. Er was alleen 1 altijd maar weer terug kerend probleem… Het geld was al op aan een ander schilderij… Wat te doen. Iets verkopen, maar eigenlijk is alles wat niet binnen de collectie past al eerder verkocht, dus dat was ook geen reeele optie. Dan maar onderhandelen, maar de prijs was al bizar laag en de verkoper ging heel terecht niet nog lager. Dus even slikken en weer door gaan… Voor nu nog geen den Otter.
Maar toen bijna een jaar later. Nadat ik mijn haren bijna uit mijn hoofd getrokken had toen ik het 5 pagina lange verhaal over Olphaert den Otter in Eigenhuis&interieur zag staan. Een jaar nadat de VPRO een stuk uitzond over zijn serie "world stress paintings". Een jaar nadat Laurens (Olphaerts zoon) mij vertelde dat zijn vader werk uit die serie voor duizenden euro's aan buitenlandse verzamelaars en musea verkocht en er ook een expositie in het Boijmans mee had gehad. Na dat jaar was het werk er opeens weer! Het stond weer online! Blijkbaar was het brood voor mij apart gelegd! Nu geen moment van twijfel meer. Ik mailde de aanbieder en zei hem dat ik nog altijd interesse had. En zo als het gaat met dingen die voorbestemd lijken. Op het moment dat de aanbieder akkoord gaat met mijn bod sla ik het NRC open en daar staat het! Het Centraal museum in Utrecht koopt werk van Olphaert den Otter aan en ter gelegenheid hiervan is er een expositie van 24 werken uit zijn "World stress serie". Er verschijnt eveneens een boek bij waarin vrijwel alle werken uit de serie zijn opgenomen. Ook de VPRO besteed opnieuw aandacht aan den Otter en zijn meest succesvolle serie.
Olphaert den Otter (1955) is een van Rotterdams meest eigenzinnige kunstenaars van dit moment. Hoewel hij al furore maakte in de jaren 80 met zijn abstracte werken behoord zijn recente werk tot zijn meest populaire werk. Olphaert den Otter studeerde aan de Rotterdamse academie voor beeldende kunst en heeft de stad na zijn studie nooit echt verlaten. Zijn huidige atelier bevindt zich nog altijd midden in de stad, in een oude school in Kralingen. Hier begon hij in 2009 aan zijn serie "World stress paintings". De serie verbeeld de vernietigende kracht van mens en natuur. Hierin spelen de elementen; vuur, aarde, water, hout en metaal een cruciale rol. De serie bestaat uit oneindig veel werken en er komen ieder jaar nog weer nieuwe schilderijen bij. Momenteel staat de teller rond de 150. De voorstellingen zijn met een scherp oog voor detail geschilderd. Olphaert gebruikt hier honderden world press foto's van alle mogelijke rampen voor. De details zijn m.n. terug te zien in de ravage die overblijft na veel al natuur geweld. De menselijke kant wordt weg gehouden van voor het publiek wat het catastrofale karakter alleen maar groter maakt. Een serie landschappen waar geen mens meer lijkt te leven; volledig desolaat. In stilte en vertwijfeling laat olphaert ons achter. Olphaert staat bekend om zijn ei-tempraas. Ook deze serie is volledig geschilderd in door de kunstenaar zelf vervaardigde verf. Het mooie van ei-tempra is dat het de kleuren heel intens maakt. Ook in het werk "28/07/2009 element vuur" is dit goed terug te zien. We zien hoe de stralend witte huisjes met hun rode dakjes tussen het groen nog enige tijd behouden blijven voor een alles vernietigde modderstroom ook dit stukje land op zal slokken. Hoewel de serie dus nog altijd uitgebreid wordt veranderd de signatuur en het karakter van het werk niet. Hoewel het formaat soms sterk wisselt zijn de meeste werken geschilderd op papier van 18x26cm. Het geheel levert een wazige reeks aan beelden op.
De koop verloopt soepel en na 3 dagen heb ik het werk al in huis. En voor de mensen die echt niet in toeval geloven; hier nog een grappig feitje om het af te maken. Ik pak het werk uit en kijk naar de signatuur en datum; "olphaert 28/07/2009". Ik kijk naar de datum van mijn overboeking 28/07/2014. Precies 5 jaar na de geboorte van het werk is het dan toch van mij!
zondag 6 juli 2014
Lanooy in glas
![]() |
| Leerdam Unica A7 - Chris Lanooy |
Toegegeven; ik schreef er al eens een verhaal
over en inderdaad niet 1x. De blogs over Chris Lanooy vormen zo goed als het
begin van een boekwerk over een van de eigenzinnigste kunstenaars van het
interbellum. Hoewel Lanooy ter nauwer nood het concentratiekamp Amersfoort
overleefde, werd Lanooy niet oud en overleed hij op 66-jarige leeftijd in het
voorjaar van 1948 te Epe. Het belangrijkste gedeelte van zijn oeuvre maakte hij
dan ook in de jaren tussen de eerste en tweede wereldoorlog. Hoewel Lanooy
opgeleid werd als plateelschilder bestaat het belangrijkste deel van zijn
oeuvre uit "vrij keramische werk". “Vrij” wil zeggen dat Lanooy dit werk
in eigen beheer naar eigen inzicht en ontwerp maakte, en niet direct aan een
fabriek verbonden was. Toch zijn er twee fabrieken waar Lanooy grote sporen
achtergelaten heeft; plateelbakkerij Haga in Purmerend en glasfabriek Leerdam.
Over de laatste zal het vervolg van deze blog
gaan. Want hoe kwam Lanooy daar en wat was het doel van de glasfabriek om een
pottenbakker aan te trekken? Beide vragen zijn eenvoudig te beantwoorden.
Lanooy werd in 1918 in dienst gevraagd van de Glasfabriek. Lanooy was toen al
een zeer gerespecteerd en bekend kunstenaar. Zijn werk werd door heel Europa en
tot in Amerika toe tentoongesteld. H.P. Bremmer en mw. Kröller-Müller behoorde
tot trouwe bewonderaars/verzamelaars van zijn werk. P.M. Cochius werd in 1912
directeur van de Glasfabriek en was opzoek naar vernieuwing in kleur, vorm en
techniek. Lanooy werd in eerste instantie gevraagd om glas te beschilderen,
maar al snel ging Lanooy over tot het ontwerpen van eigen modellen.
Zoals we Lanooy kennen, deed hij dit op
eigenzinnige en expressieve wijze. Lanooy hield van het experiment. Als
zelfstandig pottenbakker werd hij bekend door zijn abstracte decors in
prachtige glazuren. Dit wilde hij ook in glas en begon daarom met het
produceren van Unica glas. De objecten (veelal vazen en schalen) kenmerken zich
door het robuuste karakter. Als we ze vergelijken met die van Andries Dirk
Copier zijn de Unica's van Copier over het algemeen sierlijk en verfijnd, waar
die van Lanooy een expressief en soms haast explosief karakter hebben. De
meeste vazen zijn donker van kleur en nauwelijks transparant. Zwart is
bijvoorbeeld geen ongebruikelijke kleur. Ook zijn er veel unica's bekend waarin
veel gekleurde stukken glas versmolten zijn. Maar zijn meest populaire en meest
gezochte unica's zijn de ossenbloed rode exemplaren. Dit heeft uiteraard een
reden; niet alleen zijn ze prachtig van kleur, maar de kleur was destijds zeer
moeilijk te maken. Het was dan ook een van de andere hoofdredenen om Lanooy in
Leerdam te houden. Lanooy experimenteerde veel om de optimale condities te
vinden om een diep rode en oranje kleur te ontwikkelen. Dit lukt uiteindelijk
door goud aan glas toe te voegen en dit tijdens het bewerkingsproces geruime
tijd op 500-700 graden te houden. Door contact met zuurstofatomen wordt dit goud
uiteindelijk rood van kleur. Het mooie van sommige van deze rode unica;s is dan
ook dat je er nog altijd goud in terug ziet, wat het glas een nog meer
bijzondere gloed en uitstraling geeft.
Een
prachtig voorbeeld hiervan is de rode unica A... die Lanooy in 1926 maakte.
Naast goudluster is de vaas eveneens bedekt met een uitgebreid tin craquelé
patroon. Deze decoratietechniek werd ontwikkeld door A.D. Copier en Chris
Lebeau. Door warm glas in tin te dopen en vervolgens uit te blazen ontstond er
een craquelé patroon wat later veelvuldig toegepast zou worden voor de
decoratie van unica's, serica's en zelfs enkele gebruikersglas-series.
In 1928 stopte Lanooy zijn werkzaamheden voor
de glasfabriek. Na deze periode maakte hij enkel nog schilderijen en keramiek
vanuit zijn eigen atelier in Epe.
dinsdag 1 juli 2014
Waar Dutch design begon: DEEL II: de slaapbank van Martin Visser
| Slaapbank - Martin Visser voor 't Spectrum |
In de reeks over Dutch design klassiekers mag de Slaapbank van Martin Visser natuurlijk niet ontbreken! De bank behoord tot een van de succesvolste ontwerpen van het design uit de jaren '60 en wordt nog steeds geproduceerd en verkocht. Ik kocht de bank voor in de Dependance. Ik heb eerder een model van de bank gehad met armleuningen aan weerszijden, maar heb dit keer voor de klassiekere en strakkere variant gekozen.
De bank is in 1958 door Martin Visser ontworpen voor 't Spectum (Bergeijk). 't Spectum werd in 1941 opgericht als dochteronderneming van weverij de Ploeg, zodat er zo veel mogelijk mensen aan het werk gehouden konden worden gedurende de WOII waardoor zij niet naar de Duitse werkkampen uitgezet konden worden. Na de oorlog ontwikkelde hebt bedrijf zich echter verder tot een zelfstandige onderneming. Omdat er aan een gedege collectie gedacht werd, moest hiervoor ook een waardige ontwerper aan getrokken worden. Martin Visser werd uiteindelijk in 1954 voor deze taak gevraagd. Martin Visser was eigenlijk opgeleid tot waterbouwkundige, maar ontwierp daarnaast meubelen voor die tijd voor de Bijenkorf, waar hij ook etaleur en chef-inkoop was.
De ontwerpen van Martin Visser voor het spectrum waren direct een groot succes. Hij ontwierp ze in de geest van 't spectrum en het na-oorlogse Nederland. De meubels moest ambachtelijk vervaardigd zijn, maar bovendien functioneel minimalistisch waarbij zo weinig mogelijk materiaal gebreukt hoefde te worden. Al deze facetten zie je terug in de bank. Ooit als slaapbank ontworpen; waar de afkorting BR: bank/rusten nog naar verwijst; maar die vrijwel door niemand als zodanig gebruikt wordt.
Van de bank zijn meerdere varianten bekend. Uit de vroege jaren stampt de bank met een hoekig zwart of grijs gespoten profiel die tot 1974 in productie was. De bank is bekend onder het nummer BR 53. Daarnaast werd de BR 02.7 uitgegeven met een verchroomd buizenvreem. Hoewel de variant met het hoekige onderstel beter verkocht werd, is de BR 02.7 nooit uit productie genomen. Er bestaan modelen met arm leuningen, maar de klassiekers hebben dit niet. Mocht je toch ergens je arm op willen leggen dan kan je er een kubusvormig armkussen bij kopen welke gemakkelijk tussen de leuning en het zitvlak te klemmen is. De banken werd bekleed met stoffen van weverij de Ploeg waar het 't spectrum uiteraard nog wel nauwe banden mee onderhield. De bank wordt nog altijd veel verkocht, zowel nieuw bij de betere interieurzaken als in vintage design winkels. Ik kocht de oude vintage variant met het hoekige frame. Wel is er nieuwe stof op gegaan. Uiteraard van de Ploeg, want ook de weverij heeft alle crisisperiodes doorstaan en is nog altijd vol in bedrijf.
Martin Visser is helaas in 2009 overleden, maar zijn ervenis is groot. Niet alleen liet hij een serie Dutch design klassiekers achter. Ook liet hij een enorme kunstcollectie na waarvan 400 werken in het Kröller-Müller onder gebracht zijn. Zijn huis, ontworpen door Gerrit Rietveld, is omgedoopt tot rijksmonument en bevat ook de nodige kunstschatten (waaronder de tuintrap door Sol LeWitt). Ook was Martin Visser korte periode hoofdconservator van de afdeling Moderne kunst in het Boijmans te Rotterdam waar hij vele aankopen en tentoonstellingen realiseerde.
Tip van de dag: eens een nachtje op de BR slapen. Ligt best lekker voor een bank ;)
maandag 16 juni 2014
CARton voor Gijs!
Gisteren is Gijs 2 jaar geworden! En dus tijd voor een feestje! Traditie getrouw krijgen de kinderen in de familie Veltman twee soorten cadeautjes; een cadeautje om mee te spelen en een herinnering (iets moois voor op zijn kamer). Al bij zijn geboorte heb ik besloten om een auto verzameling voor hem aan te leggen met Dutch Design Autootjes. Bij zijn geboorte kreeg hij een Ado vrachtwagen en de Crash car van Ineke Hans. Ook de Yellow Cab uit de Archetoys serie van Floris Hovers maakt al onderdeel uit van de verzameling. Maar voor zijn tweede verjaardag moest er een unieker model aan de collectie toegevoegd worden. En dat is gelukt! Dank hiervoor aan Floris Hovers.
In het voorjaar kwam ik hem tegen en enkele weken geleden opnieuw; Floris Hovers. De eerste keer op de RAW artfair in de Rotterdam (Rem Koolhaas) en de tweede keer in het Design Kwartier in Den Haag. Op beide events stonden zijn CARtons. De CARtons stammen uit 2012. Ze zijn gemaakt van industrieel vervaardigde kartonnen onderdelen. Heel eenvoudig maar typisch Hovers. Geraffineerd in eenvoud. Daarnaast hebben ze een ambachtelijk karakter wat ook de andere ontwerpen van Hovers kenmerkt. Als je het werk van Hovers ziet lijkt het wel alsof Rietveld nooit overleden is en zijn geest doorleeft op de werkplaats van Floris. Niet dat het werk van Hovers op dat van Rietveld lijkt, maar het heeft hetzelfde eerlijke karakter en straalt de zelfde maakbaarheid uit.
De CARtons zijn er in twee kleuren (wit gelamineerd en blank karton) en gemaakt met het idee dat ze door kinderen zelf te bewerken en te versieren zijn. Om dit te illustreren en om te inspireren heeft Floris zelf ook wat auto's onder handen genomen. Deze waren te zien op de beurzen. Ik was direct verkocht! Zo'n auto moet er komen voor Gijs! Dus mailde ik Floris. Binnen een dag krijg ik een mail terug en zo komt het dat er weer een pracht exemplaar aan Gijs zijn verzameling toegevoegd kon worden. Van Floris voor Gijs; met zijn naam en verjaardagsdatum op de onderkant.
Dit keer geen tip van de dag: maar bedankt voor een leuke verjaardag, uiteraard in het bijzonder dank aan Floris!
vrijdag 13 juni 2014
Rotterdamse stoeltjes: DEEL II: De Zuiderzee stoel door Richard Hutten
| Zuiderzee stoel - Richard Hutten 2011 |
De tweede blog in de serie Rotterdamse stoeltjes gaat uiteraard over een van Nederlands bekenste designers: Richard Hutten. We vinden het atelier van Richard Hutten aan de Rotterdamse fruithavens. Hier vestigde hij zich in 1991 na zijn opleiding aan de Design academie in Eindhoven. Wanneer je over Marconieplein langs het water naar Schiedam fiets herken je zijn werkplaats direct aan het Witte Olifantje wat aan de gevel genageld staat (low res elephant welke hij ontwierp als lamp/krukje voor de kinderkamer van zijn zoontje). De plek is afgelegen, maar met een schitterend uitzicht over de bedrijvige haven van Rotterdam met de skyline van Schiedam op de achtergrond. Richard Hutten verkeerd hier in goed gezelschap met Atelier van Lieshout om de hoek en enkele meters verder op het atelier van Wieki Somers.
Richard Hutten nauw betrokken bij het Dutch Design label Droog sinds de oprichting hiervan in 1993 door Gijs Bakker en Renny Ramakers. Daarnaast werkte Richard aan een eigenproductie in de werk plaats en in opdracht voor andere grote labels. Zijn samenwerking met Gispen resulteerde in 2008 tot de aanstelling als creative director van Gispen en ontwierp hij een geheel nieuwe "Home collection" voor Ngispen. De serie richt zich met name op productie die, in tegenstelling tot de andere gispen artikelen, voor thuis bedoeld zijn. In deze serie zijn meerdere stoelen opgenomen, maar een van de leukste daarvan is de Zuiderzee Chair.
De Zuiderzee chair stampt uit 2011 en werd ontworpen in opdracht van het Zuiderzee museum in Enkhuizen. Het Zuiderzee museum is al enkele jaren bezig met een ambiteuze verjongings/vernieuwingsslag waarbij vele bekende Dutch Designers producten hebben ontwikkeld voor het museum geinspireerd op items uit hun vaste collectie. Ook Scholten & Baijings en Christien Meindertsma ontwierpen voor het museum, maar in 2011 was het dus de beurt aan Richard Hutten. De stoel is geinspireerd op oude kerkstoelen. In 1967 kochten "de vrienden van het Zuiderzee museum" veertig knopstoelen op een kerkveiling voor de Wieringer kapel welke zich op het terrein van het museum bevindt. Richard Hutten versimplificeerde de stoel tot een uitermate functioneel, maar mooi in beukenhout uitgevoerde stoel.
Dit kenmerkt dan ook meteen het werk van Richard Hutten. Zoals hij zelf aangeeft moeten zijn ontwerpen wel vernieuwd zijn en iets toevoegen aan wat er al is, maar bovenal moeten de ontwerpen functioneel zijn. "Daarom ben ik Designer. Anders was is wel beeldhouwer of kunstenaar geworden" aldus Hutten. Toch wordt het design van Hutten ook door velen als Kunst herkend en erkend. Zo is zijn werk opgenomen in de vaste collectie van meerdere notionale en internationale musea van het Stedelijk en het Boijmans tot het MoMA in New York.
Tip van de dag: het boek "Hands on Dutch design" kopen. Hierin staan naast het werk van vele andere ook veel ontwerpen van Richard Hutten met eveneens een uitgebreid interview met de ontwerper, foto's van zijn atelier en een uitgebreid verhaal over de innovaties van het Zuiderzee museum. Zeer de moeite waard!
zaterdag 31 mei 2014
Rotterdamse stoeltjes: DEEL I: Shaker chair door Joep van Lieshout
![]() |
| Shaker Chair - AVL |
Het mooie van verzamelen is dat er binnen een verzameling altijd ruimte is voor "sub"-verzamelingen. Verzamelingen van items binnen de verzameling. Een van de mooiste voorbeelden is de klokken verzameling binnen de Meentwijck collectie van Dirk Nienhuis, maar vrijwel alle verzamelaars hebben wel zo'n verzamelingetje binnen hun verzameling. Zelf had ik al een aardige verzameling Lanooy en Chris van der Hoef aardewerk binnen mijn verzameling en ook het aandeel Scholten & Baijings objecten is de laatste maanden explosief gestegen, maar dit zijn dingen die aan een ontwerper gekoppeld zijn en niet zo zeer aan een onderwerp. Maar met de komt van de Dependance heb ik een nieuwe sub-verzameling bedacht; stoeltjes! En dan alleen stoeltjes door Rotterdamse ontwerpers.
Eerste in de reeks is de Shaker chair van Joep van Lieshout. Het stoeltje werd in 1999 in productie genomen door Lensvelt en door Moooi. Beide designmerken hebben de stoel bij een groter publiek bekend gemaakt, maar Joep van Lieshout heeft ze nooit om die reden ontworpen. Dat zou ook totaal niet in de aard van de kunstenaar passen. Joep ontwikkeld dingen in een bredere context met een verhaal en een visie en niet voor de massa, maar wat is dan het verhaal achter de Shaker chair… Dat is natuurlijk de eerste vraag die rijst als je het vreemde "naar achter hellende" stoeltje ziet.
Gelukkig komt Joep van Lieshout uit Rotterdam, waardoor een (semi) toevallige ontmoetingen wel makkelijker te realiseren is. Op een van mijn vele fietstochtjes naar de Keileweg en het MUNDO-terrein was hij daar opeens. De zwarte Saab stopte op het terrein van het nabij gelegen Kunstencomplex en Joep stapte uit. Na een korte rondleiding door de werkplaats moest Joep weer verder, maar ik had hem gesproken; een goede eerste stap. De tweede ontmoeting volgde een goede twee maanden later in DordtYart (Dordrecht) waar Joep een lezing hield over zijn werk. Joep liet veel foto's zien van heel vroeg en recent werk en flitste daarbij door de tijd heen. En ergens eind jaren '90 schoot daar opeens de Shaker Chair voorbij. Waar komt de stoel van daan... Hier het verlossende antwoord:
De Shaker Chair is vernoemd naar een Engelse religieuze gemeenschap die eind 19de eeuw in het noorden van Amerika was gaan wonen. De communie leefde volledig autarkische en maakte ook al hun meubelen zelf, welke in die tijd zeer modern waren en gekenmerkt werden door soberheid en functinaliteit met een architecturaal karkter en vrijwel geen decoratie. Joep van Lieshout ontwierp de stoeltjes voor zijn instalatie "the Good, the Bad and the Ugly" in 1998. "the Good, the Bad and the Ulgy" was een opdracht voor The Walker Art Center in Minneapolis. Zij vroegen Atelier van Lieshout (AVL) een mobiel "Art centre" te ontwerpen, waarmee ze naar achterstandswijken en scholen konden reizen om op die manier de kunst dichter bij deze kinderen te brengen. AVL vond dit een goed idee onder die voorwaarde dat er ook een plaats zou zijn voor de "donkere" kant in het ontwerp. De instalatie werd uiteindelijk gevormd door een grote trailer van aluminium "the Good" die na zijn rondreis terug kon keren naar "the Bad". "The Bad" was een groot zwart houte huis. Het model van het huis is ontleend aan de hut van Theodore John (Ted) Kaczynski (beter bekend als de UNABOMBER) die vanuit zijn schuilplaats meerdere bomaanslagen voorbereidde. In "the Bad" van Joep van Lieshout woonde dus ook de "donkere" slechte dingen. Zo bevond zich in "the Bad" een bommenfabriek en een ruimte om kinderen in te martelen. In het huis stonden uiteraard ook stoelen; the shaker chairs. "mensen moeten toch ergens op kunnen zitten" aldus Joep van Lieshout.
Nu staan er dan vier Shaker chairs in de dependance en ik denk dat ik de bommenfabriek en kindermartelruimte maar achterwege laat. De stoeltjes zijn zelf al martelwerktuig genoeg. Ze zien er leuk uit, maar zitten doen ze voor geen meter. De leuning is te laag waardoor je er niet tegen aan kunt zitten zonder de scherpe bovenrand in je onder rug te voelen snijden. Maar gelukkig gaat het bij stoelen ook om het ontwerp en niet om het zitgemak ;)
Tip van de dag: Eens een keertje naar de Keileweg fietsen. Niet alleen heb je dan een kans op een ontmoeting met Joep van Lieshout. Ook "the Good" is daar nog te bewonderen. De oude trailer staat nu langs het oude loods waar het vroege ALV lokatie was (voor de verhuizing naar het MUNDO terrein)
Detail: Uiteraard kan een blog over Joep van Lieshout niet anders dan in het door hem verkozen meest eenvoudige lettertype Arial, omdat alle andere lettertypes te veel af zouden leiden van de context
Nu staan er dan vier Shaker chairs in de dependance en ik denk dat ik de bommenfabriek en kindermartelruimte maar achterwege laat. De stoeltjes zijn zelf al martelwerktuig genoeg. Ze zien er leuk uit, maar zitten doen ze voor geen meter. De leuning is te laag waardoor je er niet tegen aan kunt zitten zonder de scherpe bovenrand in je onder rug te voelen snijden. Maar gelukkig gaat het bij stoelen ook om het ontwerp en niet om het zitgemak ;)
| The Good - Keileweg Rotterdam |
Tip van de dag: Eens een keertje naar de Keileweg fietsen. Niet alleen heb je dan een kans op een ontmoeting met Joep van Lieshout. Ook "the Good" is daar nog te bewonderen. De oude trailer staat nu langs het oude loods waar het vroege ALV lokatie was (voor de verhuizing naar het MUNDO terrein)
Detail: Uiteraard kan een blog over Joep van Lieshout niet anders dan in het door hem verkozen meest eenvoudige lettertype Arial, omdat alle andere lettertypes te veel af zouden leiden van de context
maandag 19 mei 2014
Waar Dutch design begon: DEEL I: Cees Braakman en Pastoe
![]() |
| Cees Braakman - Pastoe FM08 |
Als je een punt aan zou moeten wijzen waar modern design begint is dat ergens aan het eind van de jaren 30. De Art Deco en Art Nouveau/Jugendstil hebben hun beste tijd gehad en het Modernisme heeft een andere toon gezet. Een toon waarvan de klank met name bepaald wordt door de toegenomen industrialisatie. Er komen steeds meer en steeds ingewikkeldere machines die grootschalige productie mogelijk maken. Maar deze producten moeten wel ontworpen worden en dus moeten er "designers" opgeleid worden. Wat voorheen het gebied was van architecten die door ambachtslieden op kleine schaal meubels lieten vervaardigen, werd steeds meer het terrein van industrieel ontwerpers die grootschalige producties in gespecialiseerde fabrieken verwezelijkten. Het ontwerpen van een functioneel meubel wordt een vak.
En Nederland doet het goed op design gebied. Zo goed zelfs dat we er wereld beroemd om zijn. Dutch design is sinds eind jaren 90 een zeer succesvol "merk" geworden wat staat voor innovatieve, onconventionele ontwerpen (vaak met een humoristisch of speels accent). Met de internationale erkenning voor het werk van ontwerpers als Maarten Baas, Studio Job, Hella Jongerius, Scholten en Baijings en Marcel Wanders, is Nederland niet meer weg te denken van het hedendaag design toneel. Toch ligt de basis van dit succes jaren voor de introductie van de term Dutch Design. Het is dan ook geen verrassing dat er voor de ontwerpers en verwante labels uit het verleden steeds meer aandacht en erkenning komt. Labels als Artifort, Gelderland, 't Spectrum, Gispen, de Ploeg en Pastoe omarmen nieuwe succesvolle ontwerpers als Scholten en Baijings, Bertjan op en Richard Hutten, maar kijken ook terug op wat ze in het verleden hebben neer gezet. Pastoe deed dit vorig jaar nog met een grote expositie in de Kunsthal ter gelegenheid van hun 100 jarig bestaan.
En Nederland doet het goed op design gebied. Zo goed zelfs dat we er wereld beroemd om zijn. Dutch design is sinds eind jaren 90 een zeer succesvol "merk" geworden wat staat voor innovatieve, onconventionele ontwerpen (vaak met een humoristisch of speels accent). Met de internationale erkenning voor het werk van ontwerpers als Maarten Baas, Studio Job, Hella Jongerius, Scholten en Baijings en Marcel Wanders, is Nederland niet meer weg te denken van het hedendaag design toneel. Toch ligt de basis van dit succes jaren voor de introductie van de term Dutch Design. Het is dan ook geen verrassing dat er voor de ontwerpers en verwante labels uit het verleden steeds meer aandacht en erkenning komt. Labels als Artifort, Gelderland, 't Spectrum, Gispen, de Ploeg en Pastoe omarmen nieuwe succesvolle ontwerpers als Scholten en Baijings, Bertjan op en Richard Hutten, maar kijken ook terug op wat ze in het verleden hebben neer gezet. Pastoe deed dit vorig jaar nog met een grote expositie in de Kunsthal ter gelegenheid van hun 100 jarig bestaan.
Speciale aandacht, in dit kader, verdient Cees Braakman. De innovatieve ontwerpen van Cees Braakman zijn crusiaal geweest voor het ontstaan van design in Nederland. Cees Braakman (1917-1995) begon als 17 jarige jonge man in de fabriek waar zijn vader voor de tweede wereld oorlog al bedrijfleider en ontwerper was. Na de oorlog was er echter niet veel meer over van de "Utrechtse Machinale stoel- en meubelfabriek" UMS. De naoorlogse jaren waren dan ook moeizaam, maar in 1948 kwam hier verandering in. Cees Braakman kwam terug van zijn studiereis naar Amerika waar hij o.a. de fabrieken van Herman Miller bezocht had. Hier had hij technieken gezien om multiplex te buigen gezien en te verwerken in meubels. Geïnspireerd door de meubelen van Charles Eames begon Braakman aan een nieuwe meubellijn onder een nieuwe naam UMS Pastoe. De invloed van Eames is goed terug te zien in een aantal ontwerpen van Braakman, maar toch heeft zijn werk weldegelijk een duidelijk eigen karakter. M.n. de Japanse serie, de CB (beukenhout serie) en de FM serie behoren tot een van zijn succesvolste ontwerpen. Ook heeft Cees Braakman in samenwerking met TOMADO (van der Togt Massa Artiekelen Dordrecht) een zeer succes volle serie stoelen in draadstaal gemaakt. De meubelen van Braakman zijn dan ook erg populair en worden wereldwijd verzameld. In 2007 werd er in Londen nog 4200 pond voor een dressoir uit de Japanse serie betaald. Ik kocht twee stoelen uit de FM serie via marktplaats. De stof was versleten en de verkoper had ze bij het grofvuil willen zetten. De oude kapotte stoeltjes van zijn ouders hoefde dan ook niet veel te kosten zei hij...
Tip van de dag: Het Pastoe boek kopen en goed doornemen. En goed op blijven letten. Veel mensen doen Pastoe meubelen weg omdat ze makkelijk beschadigd raakte en kinderen vaak niet weten wat ze met die oude "troep" van hun ouders moeten, maar meubels zijn vaak gemakkelijk op te knappen en ook in slechte staat vaak veel meer waard dan je ooit gedacht had.
donderdag 20 februari 2014
2 na 12
| Stilleven met klok - Led Brand |
Schilderijen leggen soms vreemde reizen af. Sommige schilderijen hebben het goed en komen in de mooiste huizen en musea en reizen op deze manier de hele wereld rond. Maar sommige schilderijen worden getroffen door een zwaarder lot en moeten soms lang wachten tot er iemand is die zich over hen ontfermd. Zij verdwalen en komen om plekken terrecht waar ze soms jaren niet gevonden worden. In donkere hoekjes van zolders, schuren en loodsen staan ze daar te wachten. Wachten op betere dagen. Zo ook "stilleven met klok" van Led Brand uit 1976.
Op een druilerige zaterdagmiddag rij ik op de fiets de inboelhandelaren in het Oude Noorden (Rotterdam) af. Veel van waarde staat er eigenlijk nooit, maar je kunt nooit weten... en daarom blijven we maar rondjes fietsen opzoek naar een schat; opzoek naar verdwaalde schilderijen die gevonden willen worden.
Zo kom ik iets na twaalven aan in loods van een inboedelhandelaar aan de linker Rottekade. De hal is gevuld met "hoog/laag"bedden, wasmachines, goedkope linnenkasten en bankstellen met her en der een rolator, scootmobiel of postoel. Het is duidelijk waar de inboedels vandaan komen, laten we maar zeggen... Maar achter in de hoek van de enorme loods staat een bak en in die bak staan lijsten. De meeste lijsten zijn kapot. Het glas is gebroken en de verschoten posters die de lijsten vullen zijn beschadigd door het gebroken glas. Maar dan ineens; vanachter een grauwe stoffig aluminium frame komt er opeens een stukje van een olieverf doek te voorschijn. Het is niet veel 5 centimeter van de bovenrand is zichtbaar, maar direct zie je dat het om een doek van grote kwaliteit gaat. Ik trek de lijsten naar voren en til het doek uit de dak. Het is een groot werk zeker 1 meter bij 1,20. Even slaat de twijfel toe. Is dit echt wat ik denk dat het is... Ik buk me naar voren en lees LED 1976 en ik weet het zeker! Het gaat om een werk van Led Brand en de achterkant bevestigd dit nogmaals. L.Brand voorstraat 192 Dordrecht staat er te lezen. Precies waar Led zijn atelier zich bevindt aan de voorstraat, in het gebouw van teekengenootschap Pictura. "Niet in direct zonlicht hangen" staat er ook nog op de rand, maar ik weet zeker dat het nooit zijn bedoeling is geweest om het doek daarom in het donkerste hoekje van de loods aan de Rottekade te parkeren en besluit daarom direct het doek een beter leven te gaan geven. Ik reken een bizar bedrag of voor een doek van dit formaat en kwaliteit en vervolg mijn reis naar huis.
Het schilderij toont een stilleven met een kolk die op een sokkel staat. De sokkel is beschilderd in een granito patroon. Naast de kolk staat een apothekerspotje waar een hagedis uit kruipt en ook in de sokkel is nog een hagedis verstopt. De achtergrond wordt gevormd door een enorme close-up van de boom die op het Villeroy&Boch klokje afgebeeld staat. En het is 2 over 12!
Enkele maanden daarna ben ik bij Led in Picutura. Ik loop de houten trap op naar zijn atelier en blijf even voor het schilderij van de oud leden staan. Led heeft er aan mee geschilderd vertelt de huismeester van Picutura. En daar tussen alle leden staat opeens die zelfde sokkel als op het schilderij "stilleven met klok". De huismeester vertelt dat Led die sokkel ooit zo gemaakt en beschilderd had om zijn stillevens op te situeren.
Led is aan het werk als ik binnen kom. Ik vraag hem hoe het gaat en bekijk zijn nieuwste werk. Dan vraag ik hem naar het schilderij "stilleven met klok". Led weet direct over welk schilderij het gaat. Een van zijn mooiste doeken zegt hij zelf. Het was zijn afstudeer stuk. Ik vraag hem hoe het kan dat het doek verdwaalt is geraakt. Dat weet hij niet. Hij heeft het in 1976 aan een advocaat verkocht die veel kunst kocht van net afgestudeerde academiestudenten. Wat er daarna mee gebeurd is weet hij niet. Het werk is gemaakt in Pictura waar hij toen ook al zijn atelier had. Wat er met de kolk gebeurd is weet hij ook niet meer. "Je schildert zo veel en je kan niet alles bewaren..." zegt hij.
Ik zeg Led gedag en vervolg mijn rondje door Dordt. Niet heel veel later kom ik Ton van Dalen* tegen voor zijn huis aan de wijnstraat. We raken aan de praat en hij nodig mij uit voor koffie. Even later zitten we aan de keukentafel en ik vertel dat ik bij Led vandaan kom, omdat ik een schilderij van hem heb gekocht. Ik laat hem op mijn i-Phone de foto van het werk zien. Ton lacht; "dat werk ken ik wel ja! Die klok was van mijn ouders. Wij woonde toen ook in Picutura en Led leende geregeld items voor stillevens van ons". "De klok is tijdens een verhuizing helaas gesneuveld" vertelt hij. Ook de sokkel blijkt niet meer te bestaan en Led is er niet eens zeker meer van of deze wel echt bestaan heeft... Maar gelukkig hebben we het schilderij nog!
Tip van de dag: Altijd alle bakken met lijsten door spitten. Het kan je zomaar gebeuren dat je een verdwaalt schilderij tegen komt.
* Ton van Dalen: Dordtse kunstenaar en docent aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam
Het schilderij toont een stilleven met een kolk die op een sokkel staat. De sokkel is beschilderd in een granito patroon. Naast de kolk staat een apothekerspotje waar een hagedis uit kruipt en ook in de sokkel is nog een hagedis verstopt. De achtergrond wordt gevormd door een enorme close-up van de boom die op het Villeroy&Boch klokje afgebeeld staat. En het is 2 over 12!
Enkele maanden daarna ben ik bij Led in Picutura. Ik loop de houten trap op naar zijn atelier en blijf even voor het schilderij van de oud leden staan. Led heeft er aan mee geschilderd vertelt de huismeester van Picutura. En daar tussen alle leden staat opeens die zelfde sokkel als op het schilderij "stilleven met klok". De huismeester vertelt dat Led die sokkel ooit zo gemaakt en beschilderd had om zijn stillevens op te situeren.
Led is aan het werk als ik binnen kom. Ik vraag hem hoe het gaat en bekijk zijn nieuwste werk. Dan vraag ik hem naar het schilderij "stilleven met klok". Led weet direct over welk schilderij het gaat. Een van zijn mooiste doeken zegt hij zelf. Het was zijn afstudeer stuk. Ik vraag hem hoe het kan dat het doek verdwaalt is geraakt. Dat weet hij niet. Hij heeft het in 1976 aan een advocaat verkocht die veel kunst kocht van net afgestudeerde academiestudenten. Wat er daarna mee gebeurd is weet hij niet. Het werk is gemaakt in Pictura waar hij toen ook al zijn atelier had. Wat er met de kolk gebeurd is weet hij ook niet meer. "Je schildert zo veel en je kan niet alles bewaren..." zegt hij.
Ik zeg Led gedag en vervolg mijn rondje door Dordt. Niet heel veel later kom ik Ton van Dalen* tegen voor zijn huis aan de wijnstraat. We raken aan de praat en hij nodig mij uit voor koffie. Even later zitten we aan de keukentafel en ik vertel dat ik bij Led vandaan kom, omdat ik een schilderij van hem heb gekocht. Ik laat hem op mijn i-Phone de foto van het werk zien. Ton lacht; "dat werk ken ik wel ja! Die klok was van mijn ouders. Wij woonde toen ook in Picutura en Led leende geregeld items voor stillevens van ons". "De klok is tijdens een verhuizing helaas gesneuveld" vertelt hij. Ook de sokkel blijkt niet meer te bestaan en Led is er niet eens zeker meer van of deze wel echt bestaan heeft... Maar gelukkig hebben we het schilderij nog!
Tip van de dag: Altijd alle bakken met lijsten door spitten. Het kan je zomaar gebeuren dat je een verdwaalt schilderij tegen komt.
* Ton van Dalen: Dordtse kunstenaar en docent aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam
zaterdag 11 januari 2014
Follow the white rabbit...
| Lise Lefebvre |
Van de zomer zag ik het witte konijntje voor het eerst. Het zat in de kofferbak van een auto. De auto stond daar in het kader van de opening van het cultureel seizoen en was van de eigenaars van Sweatshop deluxe. Ik had nog nooit van Sweatshop deluxe gehoord, maar zij vertelde mij dat ze naast hun kofferbakverkoop ook een winkel hadden aan de zaagmolendrift (onderdeel van de zwaanshalsroute in Rotterdam Noord). Het konijntje was ontworpen door Lise Lefebvre; ook haar kende ik niet. Ik zette het konijntje terug in de kofferbak en nam afscheid. Toch bleef het konijntje me boeien. Ik moest weten waar het konijn vandaan kwam en dus besloot ik het witte konijn te gaan zoeken!
Zo kwam ik op een zaterdag in januari in Sweatshop deluxe aan de Zaagmolendrift terecht. De winkel blijkt meer weg te hebben van een werkplaats. De man in de winkel vertelt me hoe dat komt. De filosofie achter de winkel is zo niet belangrijker dan de producten die er verkocht worden. De winkel biet jonge ontwerpers de mogelijkheid om hun ontwerpen in productie te nemen en dit op een sociale en milieu bewuste manier te produceren. Dit gaat als volgt; je hebt een idee of ontwerp, hiermee kom je naar de werkplaats. Daar zit een team van 8 mensen die nagaan of de productie haalbaar is met de faciliteiten die zij kunnen bieden. Deze faciliteiten lopen uiteen van producties in textiel, hout en keramiek. Is een product geschikt voor productie dan gaan ze aan de slag. Van het konijn werd een 3D print gemaakt naar het ontwerp van Lise Lefebvre. Hier werd vervolgens een mal van gemaakt en vervolgens werden de konijntjes in verschillende kleuren in keramiek uitgevoerd. De uitvoering hiervan wordt gedaan door vrouwen die al langere tijd in de bijstand zitten. Het is een arbeidsintensieve productie legt de man uit. De konijntjes worden meerdere keren gebakken en telkens met de hand bijgewerkt om ze mooi hoekig van aspect te houden.
Recent is er een grotere variant van de konijnen in productie genomen. De oude mal was versleten, vertelt de verkoper. Juist hierom besluit ik een van de weinig overgebleven konijntjes uit de eerst serie te kopen. Deze hebben allen nog een originele stempel van Lise Lefebvre op de onderkant. De oplage van de eerste serie is ook niet enorm; rond de 50 stuks!
Wel loopt er een tweede productielijn in het atelier van Lise Lefebvre zelf. Want wie is Lise Lefebvre? Lise Lefebvre is een jonge ontwerpster van textiel en product design. Groeide op in Frankrijk en New York, maar studeerde van 2005-2007 aan de design academie in Eindhoven. Na haar opleiding begint ze een eigen studie waarin ze samenwerkt met onderandere Joris Laarman en Christien Meindertsma. Maar Lise Lefebvre doet meer. Ze is tussen 2007-2010 product developer voor het texiel museum in Tilburg en geeft sinds 2010 les aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam. Daarnaast was haar werk in 2008 al te zien in het MoMA (New York). Kortom; een naam om te onthouden dus...
Tip van de dag: een konijntje kopen natuurlijk! Zeker die uit de eerste serie zijn het kopen meer dan waard. De konijntjes zijn bizar goed betaalbaar, zeker gezien het feit dat ze volledig handgemaakt zijn en daardoor allemaal een uniek karakter hebben.
zondag 10 november 2013
Draden in glas
Eerder schreef ik een blog over de ontwikkeling van de vrije glaskunst (studio glas) naar aanleiding van de Manhattan unica van Willem Heesen. Hoewel in de naam in de blog over Heesen ook al een keer kort genoemd is, is er een naam die meer aandacht verdient in deze context; Sybren Valkema.
Sybren (Iep) Valkema (1916-1996) was 24 jaar toen hij van de academie in Den Haag kwam in het de tweede wereld oorlog het culturele klimaat in Nederland grof verstoorde. Ook de glasfabriek had het moeilijk in die tijd. Door een gebrek aan grondstoffen en slechter socio-economische status van de Nederlandse bevolking maakte dat Andries Dirk Copier als enige ontwerper overgebleven was. Na enkele sobere jaren, waarin met name de succesvolle model uit het verleden nog in vereenvoudigde vormen en kleur geproduceerd werden gloeide er eind 1943 toch weer wat hoop aan de horizon.
Er was misschien weer wat meer mogelijk; de geallieerde winnen steeds meer gebied en de Amerikanen zijn begonnen met de bombardementen op Berlijn. Nazi Duitsland komt steeds meer onder druk te staan. In dit jaar ontmoet Copier Sybren Valkema. Samen maken ze plannen voor de toekomst. Copier richt de glasschool in Leerdam op; een school die als doel had kunstenaars verder te bekwamen in het ontwerpen en toe uitvoering brengen van glaskunst. Valkema trad aan als docent esthetische vorming. In 1949 zou jij tevens adjunct directeur worden van de Gerrit Rietveld Academie waar hij tevens aan de glaskunstafdeling doceerde. Hij leidde veel bekende glaskunstenaars op waaronder Willem Heesen.
Samen met Willem Heesen, A.D. Copier en Floris Meydam vormde Sybren Valkema de ruggengraad van de naoorlogse glaskunst in Nederland. Er werd veel geëxperimenteerd met nieuwe technieken. Zoals al eerder beschreven in de blog over Willem Heesen, ging dit volgens het Unica-serica principe. Er werd in nauwe samenwerking met een meesterglasblazer getracht nieuwe innovaties te realiseren en optimaliseren om vervolgens vanuit, de unieke producten die hierbij ontstonden, nieuwe modellen te ontwikkelen die in een serie gemaakt konden worden.
Sybren Valkema werd het meest geroemd om zijn draadpatronen in glas. Door verschillende glasverzachters te gebruiken ontstonden er verschillende soorten glas die verschillende smeltpunten hadden. De eerste laag werd heet gemaakt in de oven. Vervolgens werd er met gekleurd glas een tekening/patroon aangebracht op het hete glazen bolletje. Deze werd verder uitgeblazen en in een tweede laag glas gedompeld. Hierdoor ontstond er een product wat uit verschillende lagen glas bestond waarbij draden van gekleurd glas gevangen werden tussen twee transparante lagen. Valkema maakte vele unica's op deze manier en er volgde dan ook enkele serica-lijnen waarin deze techniek toegepast werd.
Sybren Valkema werkte altijd op free-lance basis voor de glasfabriek. Niet weerhield hem er dan ook van op in 1965 na zijn reis met Willem Heesen naar de World Craft Counsil in New York, de eerste studioglas oven van Europa te bouwen (naar model van Harvey Littleton die deze in 1965 in New York presenteerde). Naast Unica's voor glasfabriek zijn er na 1965 ook veel unica's in eigenbeheer geproduceerd vanuit zijn ateliers in Amsterdam en Blaricum.
Ook was Valkema nauw betrokken bij de oprichting van de experimentele afdeling van de porceleyne fles (zie blog Lies Cosijn) welke opgezet werd vanuit de Gerrit Rietveld academie waar Sybren Valkema adjunct directeur was. Daarnaast heeft Valkema vele nationale en internationale lezingen gegeven en nam hij een belangrijke positie in binnen de World Craft Counsil.
Tip van de dag: Zie je een Unica van Sybren Valkema, koop hem dan (of laat het mij weten). Ze zijn erg zeldzaam en begeerlijk. Must-have in een mooie verzameling toegepaste kunst van de twintigste eeuw.
vrijdag 11 oktober 2013
Op bezoek bij Arie
| Atelier Arie de Groot - najaar 2013 |
Wie is Arie de Groot? Wie is de man achter de mysterieuze witte werken met stippen en lijnen. De man die verschillende materialen samen laat vloeien tot een harmonieuze esthetische eenheid. Ik kon het niet; ik kon niet op de bank blijven zitten wetende dat de man die een van mijn meest recente aankopen gemaakt heeft hier om de hoek woont. Dus ben ik er heen gegaan en heb aangebeld.
Zijn vrouw doet open. "Hallo, is Arie er ook...", ze zegt nee en kijkt me vragend aan. Ik besluit haar uit te leggen waar ik opeens vandaan kom en waarom ik nu bij haar voor de deur sta. Even later sta ik in de woonkamer van de kunstenaar. De woonkamer is gevuld met prachtig antiek Afrikaans aardewerk, andere verzamel objecten en een grote boekenkast. Er hangen enkele kleine werken van Arie, maar hij houdt er niet van zich te omringen met zijn eigen werk verteld zijn vrouw. Na een kort gesprek laat ik mijn telefoonnummer achter.
Die avond nog wordt ik gebeld door Arie de Groot. "ik heb een voorstel; als je morgen om 10 uur hier bent neem ik je mee naar mijn atelier" zegt de stem door de telefoon. Ik aarzel geen moment. De volgende dag om de afgesproken tijd sta ik opnieuw voor de deur van het huis aan de Bergsingel. "Arie de Groot" zegt hij en schud mij de hand.
We stappen in de auto en rijden over de Willemsbrug naar Zuid. We stoppen voor koffie praten wat en rijden door naar het atelier in het oude schoolgebouw aan de Heer Daniel straat. Het atelier bevindt zich op de eerste verdieping en heeft een twee grote ramen aan weerszijde van de ruimte. Van uit het atelier heb je een mooi uitzicht op de skyline van de Wilhelminapier. De ruimte is groot en licht. Tegen de achterwand staan oude werken opgestapeld. De andere muur is wit gelaten. Hier staan enkele recente werken die binnenkort naar pAN-Amsterdam zullen gaan om daar aan het publiek getoond te worden.
Arie verteld over zijn opleiding. Zijn vader was veehandelaar in Hendrik-Ido-Ambacht. Van huis uit heeft hij nooit iets van kunst mee gekregen. Tot hij op de kweekschool in Dordrecht kwam. Hier krijgt hij kunstgeschiedenis les. Dit fascineerde hem zo dat hij besloot zelf ook kunstenaar te worden. Met 10 onvoldoends en een 10 voor tekenen stopte Arie de Groot in het 4de jaar met de Kweekschool en schreef zich in aan de academie in Rotterdam. Hier kon hij zijn draai niet vinden en na enkele maanden stopte Arie de Groot met de opleiding mede vanwege het feit dat hij opgeroepen werd voor militaire dienst. Nadat hij zijn dienstplicht had volbracht ging hij bij een drukkerij op het noordereiland werken (in Rotterdam). Toon hij hoorde dat er een nieuwe kunstopleiding opgericht was in Haarlem, gaf hij zijn baan op in een laatste ultieme poging autonoom kunstenaar te worden. Hij schreef zich in bij Ateliers '63, waar hij met succes zijn opleiding afrondde.
Ik vraag hem naar zijn inspiratiebronnen en refereer aan de gelijkenissen met de patronen en stoppels die het Afrikaanse aardewerk kenmerkt. Arie vertelt dat hij uit die patronen ook directe inspiratie haalt. Daarnaast inspireert het ambachtelijke naïeve karakter van de volkskunst hem ook enorm. Hij is nooit in Afrika geweest. Veel werk kocht hij bij een gespecialiseerde galerie in Delfshaven. Reizen hebben ze nooit veel gedaan. Het toerisme trekt hem niet. Wel heeft hij een reis naar Japan gemaakt. Japanse kunst is ook altijd een belangrijke inspiratiebron geweest. "ik vind het fijne van Japanse kunst dat het werk zich niet op dringt". Ik kijk door het atelier en besef dat het Arie gelukt is dat element in zijn werk te verwezenlijken. De ruimte ademt harmonie en rust.
Samen lopen we door de werken. We bekijken hele vroege stukken en werk van recentere data. Het meeste werk is zwart/wit met minimale kleuraccenten. Vaak zijn er objecten in zilver/aluminium aan de tekeningen toegevoegd. Het meer en deel van het werk is abstract, maar soms zijn er opeens toch figuratieve toevoegingen te ontdekken. De inspiratie hiervoor komt van plaatjes uit boeken die in een grote kast in het atelier staan; boeken over model, gebruiksvoorwerpen, prentkunst ect.. "ik heb altijd abstract gewerkt" zegt hij. "Ik maak geen plaatjes" het gaat in het werk om een gevoel wat bijna aan het religieuze raakt. "Daarom hou ik er ook nooit van als mensen vragen wat het voor moet stellen. Dat is niet uit te leggen." Hij ergert zich aan mensen die dat kennelijk niet lijken te begrijpen. "Sommige dingen laten zich niet uitleggen." De fascinatie vorm daarmee wel een wezenlijk onderdeel van zijn thema's. Het ondoorgrondelijke karakter en de aanwezigheid van dat wat niet zichtbaar is boeit hem. Titels geeft hij zijn werk dan ook haast nooit. Ieder woord wat je aan de gecreëerde mystieke stilte toevoegt, kan als een donder slag de gehele lading van het werk te niet doen. "Titels kunnen alleen als ze het raadsel van het werk vergroten; dan voegt het iets toe. Anders is het een niets zeggende storende toevoeging".
Een ander ding wat opvalt terwijl we de werken bekijken is de wisseling in formaat. Sommige tekeningen zijn klein en liggen in een archief ladekast. Andere beslaat haast de gehele achterwand van het atelier. Arie vertelt dat hij altijd klein begint. Schetsen of voorstudies maakt hij niet. Hij experimenteert op klein formaat en laat dit langzaam groeien. Naarmate hij meer vertrouwen krijgt en het idee heeft dat hij op een goed spoor zit laat hij het langzaam groeien. Het werk wat ik van hem heb is zo'n resultaat van een groei periode.
Ik vraag hem tenslotte waarom hij maar zo'n korte periode met kleur gewerkt heeft. "De kleuren dingen zich te veel op. Ik wist niet hoe ik daar mee verder moest. Uiteindelijk is me dit in mijn recente werk wel gelukt. Hierin heeft kleur een plaats zonder dat het dominant wordt."
Als laatste toegift wil Arie een van zijn grootste werken laten zien. We schuiven wat werken opzij en halen samen een werk van ruim 2,5x2,5 meter tevoorschijn (bestaande uit twee delen). Hierin komen veel elementen uit andere werken samen. figuratieve patronen van jurken, cirkels van stippen, abstracte potlood tekeningen, opgewerkte randen en zilverkleurige fragmenten van papier in de vorm van kruizen en sterren. Het is een multi-luik van allerlei werken die op zichzelf had kunnen bestaan, maar nu gezamenlijk een immens beeld vormen van de man die het maakte.
maandag 7 oktober 2013
Arie de Groot
![]() |
| Arie de Groot - drieluik 1987 |
Op naar de jaren '80-'90! Met mijn nieuwste aanwinst dichten we opnieuw een gat in de tijdslijn. Nadat ik de laatste twee jaar veel werk gekocht heb van Rotterdamse kunstenaars uit de jaren van de wederopbouw (50-60) wordt het tijd om de collectie uit te breiden met werk van de afgelopen decennia. De kunst van de jaren '80-'90 blijkt een onontgonnen terrein. Veel kunstenaars uit die periode leven en werken nog, maar weinig critici en kunsthistorici hebben zich nog op deze periode gestort. Misschien wel, omdat kunstgeschiedenis zich makkelijker laat schrijven op het moment dat een periode wat verder van ons af ligt. Er zijn natuurlijk wel genoeg bronnen terug te vinden, wat in de jaren '80-'90 is er uiteraard wel veel gepubliceerd en aandacht gegeven aan het werk wat destijds gemaakt werd. Ook van later dato zijn er leuke boeken zoals bijv. "90 over 80", waarin tien jaar beeldende kunst in Rotterdam besproken wordt. Dus aan de studie dan maar weer; welke kunstenaars waren in hun tijd al succesvol, waaraan was dit succes te danken en welke kunstenaars zijn nu in zekere zin bepaald geweest of geven een goed beeld van de tijd. Enkele van hen hebben hun plek al gevonden en zijn helaas al onbetaalbaar geworden, zoals Daan van Golden, Klaas Gubbels, Rob Scholte en J.C.J. Vanderheyden en Jef Diederen. Maar er blijven genoeg kunstenaars over om (her)ontdekt te worden.
Een van hen is Arie de Groot (1937-heden). Arie de Groot woont en werkt in Rotterdam. Op een steenworp afstand van waar ik woon. Op mijn fietstochtjes door Rotterdam ben ik er al vaak niets vermoedend langs gefietst en viel het mij al op dat de mensen die aan het Bergsingel wonen (op het stuk tussen de Bergselaan en Nootdorpstraat) zulke leuke dingen aan de muur hadden hangen. Dit blijken de buren van Arie de Groot te zijn, die zo'n beetje allemaal wel 1 werk van hem hebben hangen.
Ik kwam het werk echter op een andere manier op het spoor. Deze tocht begint in Dordrecht, op de hoek van de Vest en de Korte Kolfstaat. Hier woont een man die in impressionistische schilderijen van Dordtse kunstenaar handelt. Ik zeg hem dat ik de werken wel leuk vind, maar zelf meer van moderner werk hou en het liefst van Rotterdamse kunstenaar. Hij zegt daarop "o, ken je Arie de Groot". Ik kende de naam niet, maar de man had een boek over de kunstenaar. Vervolgens vertelt hij ook dat hij werk van hem heeft. De man verdwijnt naar boven en komt terug met een tekening van de Groot. Het is een mooi werk van klein formaat en het spreekt me wel direct aan. Probleem; hij wil het niet verkopen en als hij het zou verkopen moest hij er toch minstens 1000 euro voor hebben. Ik bedank hem vriendelijk en verlaat de winkel met een nieuw doel! Er moet een Arie de Groot komen! En zo begint een nieuwe zoektocht.
Enkele weken later sta ik in de boekwinkel van Hans Walgenbach. Opzoek naar informatie over Rotterdamse kunstenaars stuitte ik op zijn web-blog en vanwege de gemeenschappelijke belangstelling dacht ik dat het een goed idee zou zijn de man eens te gaan ontmoeten. We drinken koffie en praten wat. Hans werkt wat verder aan de voorbereiding voor een expositie die binnenkort in zijn winkel zal starten, terwijl ik wat door de boekenkasten speur. En daar staat het boek weer "Beschouwing over de koepel" - Arie de Groot. Ik vraag Hans wat hij van het werk vindt. Hans vindt het ook erg mooi werk. Ik vertel hem dat ik wel een werk van de Groot zou willen hebben. Hij kent nog wel iemand die een werk te koop heeft. "Ze woont hier vlakbij" zegt hij. "Ik bel haar anders wel even". Hij pakt zijn mobiel en belt; "Ik heb hier iemand die interesse heeft in dat werk van Arie de Groot, heb je dat nog... Ja... en hoeveel moet het kosten...". Dat klinkt al beter, goedkoper dan in Dordrecht en nog te koop ook! Hans hangt op en ik zeg hem dat ik dat wel interessant vind klinken. Hij belt terug "Kan hij nu even komen kijken..." en een kwartier later sta ik daar; op de zolder van de oude boerderij van Gust Romijn (Rotterdamse kunstenaar uit de Venstergroep) in Rotterdam Charlois waar nu twee kunsthandelaars in wonen. Een blijkt om een monumentaal werk van Arie de Groot te gaan. En een werk van formaat; 85x175! Ik kan mijn ogen niet geloven. Ongeveer 6x zo groot als dat van de man uit Dordrecht en kwalitatief nog vele malen beter ook! Ik praat wat met de verkoopster en komen uiteindelijk tot een koopovereenkomst. En zodoende hangt het werk niet veel later bij ons thuis.
Het werk is gemaakt in 1987 en bestaat uit drie delen. Drie afzonderlijke vellen vormen een monumentaal drieluik. Het werk van Arie de Groot kenmerkt zich door het gebruik van verschillende technieken. Hij vouwt en kreukt het papier, bewerkt het, maakt het nat en strijkt het weer uit. Ook voegt hij vaak andere materialen zoals aluminiumfolie stukken textiel of (ander) papier aan het werk toe wat het haast tot materiekunst maakt.
Arie de Groot heeft veel successen gekend met zijn werk. Naast de "Beschouwing over de koepel" is er nog het boek "12 tekeningen" en is hij ook opgenomen in het boek "90 over 80". In 1988 presenteerde de Amsterdamse galerie Asselijn het werk van de Groot met veel succes op de KunstRAI, waar binnen enkele dagen al het werk verkocht werd. Veel werk van Arie de Groot bevindt zich in privé verzamelingen en in bedrijfscollecties. Daarnaast kocht het Dordrechts museum onlangs nog drie werken van hem aan.
Tip van de dag: Eerder dan ik had durven hopen heb ik onze verzameling dus uit kunnen breiden met een werk van Arie de Groot voor een onwaarschijnlijk lage bedrag. Dit illustreert maar weer dat goed zoeken en alert blijven tot "Groot"-te dingen kan leiden. Daarom; hou je ogen en oren goed open. Het brengt je nog eens ergens!
zaterdag 7 september 2013
Kapoor in Berlijn
| Martin Gropius Bau Berlijn |
De eerste week van september is de week van onze trouwdag en traditie getrouw gaan we deze week nog altijd een weekje op (na)zomervakantie. Dit keer naar Berlijn; de stad die al heel lang op de planning stond, maar waar het maar nooit van leek te komen.
We huurden een appartement in Prenzlauer Berg. Verreweg de leukste buurt om te zitten met een kindje, bleek achteraf. De buurt is een paradijs voor kinderen en jonge ouders. Overal zijn parkjes, speeltuinen, terrassen en speelgoedwinkels met mooi speelgoed (uiteraard van hout). Alles in de buurt is duurzaam en biologisch. Er hangt een gemoedelijke rust en van toerisme is niet veel te merken.
Vanuit Prenzlauer Berg lopen we over Alexander Platz het centrum in (Mitte). Hier is het drukker, maar ook hier wordt het niet echt toeristisch. Bij Checkpoint Charlie wordt dat anders. Hier zijn veel mensen opzoek naar stukjes muur en iets wat herinnert aan Oost-Duitsland. Maar eigenlijk is dit er niet meer. Er staan twee Duitsers verkleed als Amerikaanse soldaten naast een nagebouwd checkpoint huisje waar je mee op de foto kan. Ook kan je op de foto met een stukje muur van 3 meter breed wat ze speciaal voor dit doel zo hebben behouden. Er zijn wat musea die wat beeldmateriaal uit de DDR-tijd tonen en uiteraard een Trabantjes museum.
Maar even verderop is de sfeer anders. We lopen het terrein van Topografie des Terrors op. Op het reusachtige grindveld bevindt zich een langgerekt monument wat de geschiedenis van Nazi-Duitsland vertelt. Juist op deze plaats, omdat hier vroeger de hoofdkwartieren van de Sicherheitsdienst, de SS en de Gestapo gevestigd waren. Mensen lopen geïnteresseerd langs de wal waarop aan de hand van foto's en tekst de geschiedenis verteld wordt. We lopen verder naar het enige gebouw wat er nog staat; daar waar ooit de Gestapo in had gezeten. Voor 1934 was dit de kunstnijverheidsschool van Berlijn. Nu zit er een tentoonstellingscentrum in; Martin Gropius Bau.
En je had je geen betere expositie op deze plek kunnen wensen! Als of het gebouw er voor gemaakt was; maar in zekere zin is dit omgekeerd. Een overzicht van ruim 70 werken van Anish Kapoor vulde de zalen. Waarbij het centraal gelegen atrium opgevuld werd door een enorme installatie; Symphony for a beloved sun. Vier reusachtige lopende banden dragen roden blokken was (wat de associatie met gestold bloed oproept) naar een enorme rode cirkel in het midden van de ruimte. Maar de blokken bereiken de cirkel nooit omdat ze te pletter vallen op de koude grijze vloer. Gedurende de tentoonstelling veranderd de installatie voortdurend omdat de zee van rode was zich als maar verder uitbreid. Dit zelfde thema zien we terug in de andere werken van Kapoor. Spiegelende vlakken gaan een interactie aan met de toeschouwer. Door de beweging van de bezoeker in de ruimte en de veranderingen in lichtinval veranderen de opgestelde objecten terwijl je ze bekijkt.
Een ander hoogtepunt van de expositie is Shooting into the corner, waarbij grote blokken was onder hoge druk met een kanon een hoek van de ruimte ingeschoten worden. Ook dit werk veranderd naarmate de tentoonstelling vordert. We zijn getuigen van het afschieten van een blok (dit gebeurd op willekeurige momenten gedurende de tentoonstelling en je moet dus een beetje geluk hebben, maar dat geluk hadden we). Met een grote knal ramde het blok zich in de was-massa die al tegen de muur geplakt zat. Het levert een bizar beeld op, wat zeker op een terrein als Topografie des Terrors niet los gezien kan worden van de geschiedenis van Duitsland en de stad waarin de installatie opgesteld is.
Dit is dan ook meteen de kracht van het werk van Kapoor. De installaties vullen de ruimtes aan. Ruimtes die op zichzelf al indrukwekkend zijn worden door het werk gecompleteerd. Het bindt heden en verleden en laat je op een andere manier naar de wereld kijken.
Terecht behoort Anish Kapoor (1954-heden) tot een van de belangrijkste beeldenkunstenaars van dit moment. De oorspronkelijk uit Bombay afkomstige Britse beeldhouwer weet keer op keer installaties te realiseren waar je perplex van staat. Van een enorme glimmende boon in het centrum van Chicago tot de Arcelor Mittal Orbitt (een toren van ruim 115 meter hoog die doet denken aan een vreemd gevlochten en gebogen Eifeltoren) naast het olympisch stadion in Londen. En nu dan Symphony for a beloved sun in Berlijn. Keer op keer verandert hij de ruimte zonder deze echt geweld aan te doen (ondanks het dominante overweldigende karakter van het werk). Kapoor maakt indruk, maar vult tegelijkertijd aan en beïnvloed je perceptie van de werkelijkheid.
Na het bezoek vervolgen we onze tocht door de stad. Ik denk aan het beeld van Shooting into the corner en ineens maken de kapot geschoten beelden voor het Martin Gropius Bau en de honderden kogelschoten die de muren van de Berlijnse vooroorlogse gebouwen nog meer indruk.
Tip van de dag: Als je de kans krijgt om een expositie van Kapoor te bezoeken; geen moment twijfelen! Helaas mag je in de expositieruimtes niet fotograferen (echt mooi kreeg ik shooting into the corner er dan ook niet op met mijn i-Phone vanonder mijn arm ;)). Zelf maar gaan kijken dus!
Dit is dan ook meteen de kracht van het werk van Kapoor. De installaties vullen de ruimtes aan. Ruimtes die op zichzelf al indrukwekkend zijn worden door het werk gecompleteerd. Het bindt heden en verleden en laat je op een andere manier naar de wereld kijken.
| Shooting into the corner |
Terecht behoort Anish Kapoor (1954-heden) tot een van de belangrijkste beeldenkunstenaars van dit moment. De oorspronkelijk uit Bombay afkomstige Britse beeldhouwer weet keer op keer installaties te realiseren waar je perplex van staat. Van een enorme glimmende boon in het centrum van Chicago tot de Arcelor Mittal Orbitt (een toren van ruim 115 meter hoog die doet denken aan een vreemd gevlochten en gebogen Eifeltoren) naast het olympisch stadion in Londen. En nu dan Symphony for a beloved sun in Berlijn. Keer op keer verandert hij de ruimte zonder deze echt geweld aan te doen (ondanks het dominante overweldigende karakter van het werk). Kapoor maakt indruk, maar vult tegelijkertijd aan en beïnvloed je perceptie van de werkelijkheid.
Na het bezoek vervolgen we onze tocht door de stad. Ik denk aan het beeld van Shooting into the corner en ineens maken de kapot geschoten beelden voor het Martin Gropius Bau en de honderden kogelschoten die de muren van de Berlijnse vooroorlogse gebouwen nog meer indruk.
| Voor het Martin Gropius Bau met honderden kogelgaten |
Tip van de dag: Als je de kans krijgt om een expositie van Kapoor te bezoeken; geen moment twijfelen! Helaas mag je in de expositieruimtes niet fotograferen (echt mooi kreeg ik shooting into the corner er dan ook niet op met mijn i-Phone vanonder mijn arm ;)). Zelf maar gaan kijken dus!
maandag 19 augustus 2013
Scholten en Baijings
| Colour Porcelain, HAY en de Ploeg kussen (schilderij; Thierry Veltman 1972) |
Scholten en Baijings zijn hip. Dat zijn ze al een tijdje, maar het succes lijkt niet te stoppen. Stefan Scholten en Carole Baijings vormen sinds 2000 een Dutch-design duo. Stefan komt van de design academie, Carole is autodidact. Vorig jaar werd het Amsterdamse designduo nog uit geroepen tot een van de belangrijkste ontwerpers van Nederland door het blad Eigenhuis&interieur. Maar zij zijn niet de enige die hun talent onderkennen. Scholten en Baijings maken sinds 2005 de ene succes serie na de andere. Alles wat ze aan raken lijkt in goud te veranderen. Het kost daarna ook goud, maar dat deert niet. Musea en verzamelaars staan in de rij.
Veel series zijn exclusief en niet voor iedereen bereikbaar. De Zuiderzee serie bijvoorbeeld werd in 2009 ontworpen in opdracht van het Zuiderzee Museum. De serie bestaat uit kasten en tafels geïnspireerd op meubels die vroeger in de kleine vissershuisjes rond de zuiderzee te vinden waren. De meeste objecten uit deze lijn zijn in een gelimiteerde oplage van 8 stuks gemaakt, waarvan het merendeel direct de musea in verdwenen is.
De wilgenhout serie; die in 2008 voor Thomas Eyck ontworpen werd; is beter te betalen, maar ook hier betaal je voor een mandje van plastic met gevlochten wilgenhout bijna 1000,- euro. Leuke kussens voor op de bank zijn ook te koop via de site van Eyck. De kussens en colour plaids werden in samenwerking met weverij de Ploeg gemaakt. Mooi van kwaliteit, maar ook hier hangt weer echt een Scholten en Baijings prijskaartje aan; kussens: 138,- euro, plaids: 364,- voor een kleintje 836,- voor een grote.
Toch is het niet helemaal "nieuwe kleren van de keizer". Er is weldegelijk iets aan te zien en te beleven. Zoveel zelfs dat het de prijs rechtvaardigt. Het gaat in de kunst nu eenmaal om vernieuwing. Zoals al vaker gezegd; een Mondriaan of een van Gogh kosten geen miljoenen omdat het zo mooi gemaakt, maar omdat ze hun tijd ver vooruit waren en een inspiratiebron vormde voor andere en daarmee de loop van de kunstgeschiedenis veranderde. En dit geldt in zekere zin ook voor Scholten en Baijings. Ze hebben een concept weten neer te zetten wat er voorheen niet was. En in dit kader weten ze dingen te ontwerpen die heel uiteenlopend zijn; van kussens tot tafels, kasten, stoelen en servies; waaraan je in een oogopslag ziet dat zij het ontworpen hebben. Deze kracht licht hem voor een groot deel in het door hun ontworpen kleurenpalet. De kleuren zijn fris en de combinaties gedurfd. Scholten en Baijings waren een van de eerste die weer Neon-kleuren toe gingen passen in hun ontwerpen. Gegeven de huidige trend lijkt dit niet meer dan logisch dat je als ontwerper probeert een graantje mee te prikken en je ontwerpen met een Neon-sausje besprenkelt. Maar een trend begint ergens en in dit geval kunnen we Scholten en Baijings rekenen tot een van de aanstichters 1van dit vuurtje. En dat vuurtje lijkt nog even niet gedoofd en breidt alleen maar uit. Voor het Deense merk HAY ontwierpen ze vloerkleden, theedoeken, beddengoed en bureauaccessoires. Mede hierdoor is HAY nu een van de populairste merken van dit moment geworden.
In 2012 ging het duo een samenwerking met 1616/Arita aan. Arita is een porseleinfabriek in het Zuiden van Japans. De fabriek bestaat sinds 1616 en is wereld beroemd vanwege de hoogwaardige kwaliteit van hun producten. Scholten en Baijings ontwierpen een series gebaseerd op traditionele Japanse vormgeving. Het Servies werd vorig jaar April gepresenteerd op de Salone de Mobile in Milaan, waar het een groot succes werd. Uiteraard zijn grote partijen serviesgoed direct naar de musea vitrines verhuis, maar het is ook te koop! Zo was een deel van het servies bij de Bijenkorf in Rotterdam te zien. Het zit niet in de vaste collectie, maar maakte onderdeel uit van een tijdelijke expositie. Er werden twee colour wood tafels getoond, enkele HAY producten, het dressoir shift voor Pastoe en diverse servies onderdelen.
En dan heb je als verzamelaar soms geluk! Want op een vrijdag middag in Augustus werd de expositie opgebroken en gingen de producten die niet standaard in het assortiment van de Bijenkorf zitten in de uitverkoop; 50% korting! En dat maakt nog eens een verschil. Zo betaal je voor een koffiekopje ineens geen 130,- maar nog maar 70,- euro! In pakken en meenemen dus! Samen met de theedoeken van HAY en het kussen van S&B/de Ploeg krijgt ons huis dankzij Scholten en Baijings toch weer wat meer kleur.
Tip van de dag: Als je dit soort design in de uitverkoop ziet; niet denken maar doen! Zo'n kans krijg je niet snel weer. Daarnaast moet je je beseffen dat dit soort producten niet eeuwig in productie blijven. Denk dus nooit "dat koop ik nog wel een keer", wacht niet je er geld voor hebt; dat moment komt niet en als het komt is het niet meer te koop. Dus als je het echt wilt hebben en je ziet het met 50% korting; gewoon doen. Je kunt het maar hebben!
Nuancering: Uiteraard begrijp ik dat in tijden van crisis, waarin bezuinigd moet worden en veel mensen het financieel moeilijk hebben 70,- euro voor een koffiekopje veel is. Dat is ook de reden dat ik het zelf bij 1 kopje en 2 bekers heb gelaten (en niet het volledige servies meegenomen heb). Toch blijf het een gegeven dat crisis tijden goede tijden zijn voor verzamelaars. Ook de handelaren (en zelfs warenhuizen als de Bijenkorf) hebben het in deze tijd moeilijk en moeten soms hele goede dingen voor relatief weinig geld verkopen. Als je dus enige financiële ruimte hebt lijkt het investeren in kunst in deze tijd verstandig en gerechtvaardigd. En daarmee blijft de tip van de dag toch staan!
Nuancering: Uiteraard begrijp ik dat in tijden van crisis, waarin bezuinigd moet worden en veel mensen het financieel moeilijk hebben 70,- euro voor een koffiekopje veel is. Dat is ook de reden dat ik het zelf bij 1 kopje en 2 bekers heb gelaten (en niet het volledige servies meegenomen heb). Toch blijf het een gegeven dat crisis tijden goede tijden zijn voor verzamelaars. Ook de handelaren (en zelfs warenhuizen als de Bijenkorf) hebben het in deze tijd moeilijk en moeten soms hele goede dingen voor relatief weinig geld verkopen. Als je dus enige financiële ruimte hebt lijkt het investeren in kunst in deze tijd verstandig en gerechtvaardigd. En daarmee blijft de tip van de dag toch staan!
zondag 11 augustus 2013
De ontmoeting
![]() |
| Johan van Reede met Figura |
In het voorjaar van dit jaar schreef ik een blog over Johan van Reede. Een kunstenaar met een bewonderenswaardige manier van werken. Figura uit 1964 was de aanleiding. Een wild werk waarin de verf over het doek gegooid lijkt te zijn om vervolgens gemoduleerd te worden tot de gestalte van een man/dier. Ik begon deze blog met de vraag waar de man was gebleven die nog niet eens zolang geleden tot een van de belangrijkste kunstenaars van de wederopbouw in Rotterdam behoorde. Ik kwam er niet achter waar was hij. Leefde hij nog een, en zo ja waar. Alle zoektochten draaide op niets uit. Tot op een dag...
16 juni: er kwam een mailtje; "Jawel hij leeft en werkt nog elke dag. Wil je meer weten mail dan...". Dat deed ik uiteraard. De mail bleek afkomstig van een vriend van Johan die enkele straten bij hem vandaan woonde. Na elke mailtjes kreeg ik het nummer van dhr. v. Reede en zo is het gekomen dat ik afgelopen zaterdag bij Johan en zijn vrouw op de borrel ben geweest.
Johan blijkt op een steenworp afstand te wonen. Samen met zijn vrouw bewoont hij een bescheiden huis aan de rand van de Bergse achterplas in Rotterdam Hillegersberg. Ik wordt vriendelijk ontvangen in het smaakvol ingerichte huis van de schilder. Het is direct duidelijk dat dhr. v. Reede een erudiete man is die veel gereisd, verzameld en gelezen heeft. Het huis staat vol met bijzonder keramiek, glaswerk, design en etnografica. Daarnaast heeft hij veel gekocht op de rommelmarkt op de Blaak, waar hij bijna elke zaterdag met o.a. Dolf Henkes naar toe ging. Aan de wand hangt recent werk. Veel gedetailleerder dan zijn vroege werk. Heel precies in pastel kleuren. "Dit werk vraagt om een ander soort concentratie dan het vroege werk wat ik maakte" zegt Johan. "Deze manier van werken geeft me meer tijd en past daarom; gezien mijn leeftijd; nu beter bij me". Van zijn oude werk heeft hij bijna niets meer verteld hij. "ik heb het altijd goed kunnen verkopen en alles is dus zo goed als weg". Hij vindt het dan ook leuk Figura na bijna 50 jaar weer terug te zien. Hij maakte het werk zonder schetsen of voorstudies; "voorstudies maakte ik in mijn hoofd" zegt hij. "Voor ik begon had ik een vrij uitgewerkt idee hoe het eruit moest komen te zien. Ik werk niet naar de werkelijkheid; dat heb ik nooit gedaan. Er ontstaat iets in mijn hoofd en dat maak ik dan. Je moet er verder ook niet te veel achter zoeken." Op de vraag waarom het Figura heet moet hij lachen; "omdat het een figuur is! Meer niet. Mijn vrouw komt uit Spanje, van daar de A aan het eind." Johan had de gewoonte geen ingewikkelde titels voor zijn werk te zoeken. Collega's deden dat destijds wel. "Ze kwamen dan met hele lange ingewikkelde zinnen als titel voor hun schilderij, als ik een kop maakte dan heette het ook gewoon kop!" Maar dan wel met een Spaanse verbastering vanwege zijn vrouw.
Zijn vrouw is ook bij het gesprek. Ze vertelt nog altijd even enthausiast over hun ontmoeting tijdens het voorjaarsfeest in Sevilla (la Feria de Abril) in 1959. Binnen een jaar waren ze getrouwd en is zij met Johan mee naar Nederland gegaan. Hier leefde ze een solitair leven. Johan verdiende goed met gemeentelijke opdrachten en de verkoop van zijn werk. Ze namen wel deel aan het kunstenaars leven in de stad, maar waren de lange avonden in café Pardoel op de Binnenweg snel zat. "Ik had er ook gewoon geen tijd voor" verteld Johan. "De opdrachten van de gemeente vroegen veel van mijn tijd. Daarnaast verdiende ik er genoeg mee. Ik deed wel mee aan groepsexposities, maar het was voor mij niet echt nodig." Daarnaast werd de kunstgroep Ara, waar Johan van Reede deel van uitmaakte door Argus en de Venstergroep niet echt geaccepteerd en gewaardeerd. "We mochten mee doen van de vensterjongens; zeg maar. Nou dan weet je wel genoeg". Voor Johan war het hiermee klaar. Ook met de leden van de Ara-groep had Johan minimaal contact. Hij was wel de gene die de naam Ara had bedacht. "Dat kwam omdat we met onze ateliers in het oude vogelverblijf van Blijdorp gevestigd waren. Bij de ingang bevonden zich de Ara's". Bonte vogels, net als de leden van hun groep; een bond gezelschap. Johan was gefascineerd door de vogels en bracht de Ara's dagelijks naar hun nachtverblijf. Daarnaast had de naam nog een ander groot voordeel; je hebt naar twee letters nodig als je een affiche moest drukken grapt hij. Dat was ook een groot voordeel.
Het atelier bevindt zich op zolder. Johan gaat mij voor op de smalle trappen. Ook boven vinden we overal werk van de afgelopen 10 jaar. Vanaf de zolderkamer kijk je uit over de plas. Het atelier is licht en helemaal wit. Er staan enkele archiefladenkasten waarin veel grafisch werk zit en er staan enkele doeken tegen elkaar gestapeld. Op de ezel staat het werk waaraan hij bezig is. Wederom in pasteltinten, maar dat kan ook zo weer veranderen verteld hij. Door de jaren heen zijn er wel verschillende periodes aan te wijzen. Kunstenaars die altijd maar in de zelfde stijl blijven werken begrijpt hij niet. "Je wordt zelf toch ook anders" zegt hij. "Je werk moet hier een reflectie van zijn. Ik ben nu anders dan toen ik 40 was. Ik werk met een andere concentratie en in een ander tempo. Daardoor is mijn werk ook anders".
Na een gesprek van ruim een uur vraag ik of Johan nog met Figura op de foto wil. Hij lacht en stemt in. "Ik lijk wel een bekende kunstenaar zo" lacht hij. "We spreken nog weer eens wat af, maar het kan ook zomaar de laatste ontmoeting geweest zijn. Op mijn leeftijd weet je het nooit" lacht hij. Ik schut de grote lange dunne hand van de kunstenaar en vertrek. Een ontmoeting met waarde, omdat ik nu meer weet over het werk en de man die het ooit maakte. Een sympathieke, intelligente, rustige man, maar tegelijkertijd eigenwijs, scherp en expressief. Nog altijd goed van alles op de hoogte en vitaal. Monumentaal als zijn werk.
dinsdag 9 juli 2013
Canto
Dit jaar zou Simeon ten Holt 90 jaar geworden zijn. En om dit te vieren was Wilma de Rek begonnen aan een boek over Nederlands grootste componist van de 20ste eeuw. Simeon mocht de publicatie niet mee maken; 25 november 2012 overleed hij in het ziekenhuis te Alkmaar. Daardoor heeft het boek een geheel ander uiterlijk gekregen en is het karkater ervan verstilt. Maar daarmee niet minder mooi. Het boek is schitterend vorm gegeven. Het bevat zwart-wit foto's die de directe leefomgeving van Simeon ten Holt toont in zijn laatste dagen. Daarnaast vinden we grote stukken orginele partituur van Canto. Canto vormt dan ook de kapstok waaraan het hele verhaal opgehangen is. En tot slot zijn er ook nog eens twee geweldige CD's aan de uitgave toegevoegd.
Het boek vertelt het verhaal het verhaal over de man achter Canto Ostinato; Simeons belangrijkste werk. Het stuk stamt uit 1976. Simeon schreven het in een moeilijke periode van zijn leven. Zijn relatie met Noeki was net op de klippen gelopen en Simeon leefde een onrustig leven in de jaren 60. Aan het begin van de jaren 70 ontmoette hij Isabella. Simeon vond meer rust in de relatie en begon aan zijn meest beroemde stuk.
Door de komst van het boek en de 90ste verjaardag van Simeon ten Holt (helaas niet meer bij leven) is er dit jaar veel belangstelling voor Canto Ostinato. Zo ook in Dordrecht; hier werd in het kader van het Big Rivers festival in samenwerking met de muziek commissie van de Grote Kerk, Canto uitgevoerd. In een bijzondere samenstelling. Het stuk dat initieel voor 4 vleugels geschreven is, werd dit maal uit gevoerd door 2 piano's het kerk orgel en het carillon. Met een geweldig resultaat.
Het stuk begint heel minimalistisch. Er is een repeterend stuk van enkele maten wat eindeloos door lijkt te gaan. De oorsprong van een theorie; zoals het denken in een geniaal brein begint. De theorie wordt groter; er komen noten bij en het proces vordert gestaag. Soms lijken de gedachten even vast te lopen. We voelen de worsteling van Simeon die probeert zijn theorie kloppend te krijgen. De emoties lopen van tijd tot tijd hoog op. Er klinkt soms frustratie, boosheid en wanhoop. Maar beetje bij beetje komt er meer melodie in het stuk. De theorie ontvouwt zich om te eindigen in een schitterende heldere melodie. Maar toch er schuurt iets tegen de melodie aan een dissonant verstoort de harmonie. De theorie lijkt nog niet volledig te kloppen en de zoektocht gaat verder. Mineur en majeur wisselen af. Wederom frustraties, maar afgewisseld met de schitterende noten van de melodie die er al stond. We raken haast de hoop op een goede afloop kwijt, maar Simeon ten Holt bewijst dat hij geniaal is. De melodie komt terug, maar nu meer volwassen met meer nuance, meer karakter en meer realiteitszin waarin majeur en mineur in harmonie samenkomen. Een melodie die al het voorgaande omsluit. Prachtig dus!
Als je nu nog niet overtuigd bent!
Tip van de dag: Canto luisteren! Heel vaak en heel hard!
maandag 10 juni 2013
Jan de Rooden
| Jan de Rooden - kom 1959 |
Toegegeven; bij de meeste mensen zal niet direct een lampje gaan branden als ze dit kommetje zien. Weinige, zelf kenners niet, zullen direct zeggen; "hé, dat is er eentje van Jan de Rooden". Dat geeft ook niet, maar aan de andere kant is het toch ook weer een gemis als je niet weet wie Jan de Rooden is.
Jan de Rooden (geboren Nijmwegen 1931) is een hedendaagse keramist. Hij is de man van Johnny Rolf. Voor liefhebbers van keramiek bekende namen, maar voor andere nog een mysterie. Het Haags Gemeente Museum heeft geprobeerd een gedeelte hiervan op te lossen door een grote expositie aan het echtpaar te wijden. Op de expositie "Een keramisch verhaal" die tot maart liep waren wel objecten, vazen en schalen te zien. Allen gemaakt tussen 1957 en 2006. Tot 2006, omdat het echtpaar toen stopte met het maken van keramiek.
Veel van zijn latere werk lijkt in geen elke zin op dit kommetje. Zijn latere werk is massiever, robuuster, hoekig en vaak groot van formaat. Dit kommetje is dus in zekere zin niet typisch Jan de Rooden. Toch heeft het kommetje zeker kunsthistorisch gezien waarde en dat wordt m.n. bepaald door het vroege karakter. Het kommetje is gemaakt in 1959; drie jaar nadat Jan de Rooden, Johnny Rolf ontmoette. Jan de Rooden werkte voor die tijd in Amsterdam in het atelier van Lucie Q Bakker. Hij ontmoette Johnny Rolf in 1956 en begon in 1958 met haar een eigen pottenbakkerij in Amsterdam.
Het echtpaar heeft van meet af aan veel succes gehad met hun werk. In 1964 wonnen ze de Contour Prijs Porceleyne Fles en vele prijzen zouden volgen. Veel van hun werk werd aangekocht door belangrijke keramiekverzamelaars zoals J.W.N. Achterbergh. Daarnaast exposeerde het echtpaar in vele musea in binnen- en buitenland. In 1974 was er een grote expositie in het Boijmans van Beuningen in Rotterdam. In 1977 zou het Singer Laren volgen en in 1980 schonk het Stedelijk Amsterdam aandacht aan het echtpaar. Het Arnhems Museum presenteerde in 1984 nog een groot overzicht waarna het een tijdje stil was, maar deze stilte wordt verbroken met de expositie in het Haags Gemeente museum.
Tip van de dag: Nieuwschierigheid loont. Dit kommetje heb ik ook weer ergens gevonden. Draai daarom ieder potje wat je tegen komt en er interresant uitziet even om. De onderkant vertelt vaak meer dan je denkt. Keramiek heeft vaak veel te vertellen en het verhaal begint vaak op de onderkant. Je moet dan de JR '59 op de onderkant wel weten te plaatsen, maar je leert signatuurtjes pas herkennen als je dingen letterlijk tot op de bodem uitzoekt.
Abonneren op:
Posts (Atom)







