zaterdag 2 februari 2013

Pietje Klee

Piet Roovers - 1958
Pietje Klee, een naam die Piet Roovers van Gust Romijn kreeg. Piet Roovers (1924-1997) was er niet blij mee, maar zijn fascinatie voor het werk van Paul Klee heeft hij zelf nooit onder stoelen of banken gestoken. Roovers kon net als Johan van Reede niet aarde op de na-oorlogse kunstacademie en vond dat hij er onvoldoende leerde. Hij besloot tot zelfstudie en koos hiervoor het Boijmans en zijn bibliotheek. Hier leerde hij het werk van Paul Klee kennen. Van goed kijken naar het werk van collega's leer je meer vond Roovers terecht. En zo groeide Roovers op eigen kracht uit tot een belangrijke kunstenaar binnen het Rotterdam van de jaren 60.
 
Roovers was actief lid van de Venster-groep. Een club van kunsternaars die samen kwamen rond de litho-pers in bioscoop 't Venster. De groep wist veel publiciteit te genereren. Er waren kunstenaars in de groep, zoals Jan Bezemer, die zich met name met grafische kunst bezig hielden, maar andere zoals Gust Romijn en Piet Roovers schilderde ook veel.
 
Roovers maakte het werk hierboven in 1958. Als we het werk van Roovers uit deze tijd van dichtbij bekijken lijkt Roovers haast een materieschilder. Het werk is uit zoveel laagjes opgebouwd dat het doek haast een relief wordt. De compositie is abstract en lijkt op het eerste gezicht willekeurig gekozen, maar het tegendeel is waar. Roovers was gek op jazz. Het ongedwonge karakter van de muziek sprak hem enorm aan. Er is een kader waar binnen je moet werken, maar er is alle vrijheid en ruimte voor improvisatie. Dat wilde Roovers in zijn werk ook. Daarmee behoorde figuratief werken niet tot de mogelijkheden. Zij die zich vastleggen door figuratief te werken, beperken zichzelf in hun vrijheid en mogelijkheden tot improvisatie. Om een kader te scheppen waarbinnen "het" moest gebeuren, bedacht Roovers in de avonduren. Hij maakte schetsjes op papier die als basis moesten dienen. Dan gingen de volgende dag de tubes verf open, de muziek aan en begon het echte werk. En het eind resultaat is verbluffend.  Het gaat om ritme, kleur en orde in de chaos; te gek werk. Werk wat wel doet denken aan kunstenaars als Klee, maar tegelijkertijd zo'n uitgesproken eigen signatuur heeft dat je in een oogopslag ziet dat het hier om een Roovers moet gaan.
 
Tip van de dag: Piet Roovers verzamelde zelf dingen waarop Rovers met 2 oo's geschreven stond. Ik ben daar nu zelf ook maar mee begonnen. Als iemand nog een schilderijtje over heeft mag je het laten weten ;)

Johan van Reede

Figura - 1964

Waar is Johan van Reede gebleven... Een vraag die niet veel mensen zich meer lijken te stellen. Net als veel kunstenaars uit zijn tijd lijkt Johan van Reede van de aardbodem verdwenen te zijn. Als hij nog leeft zou hij nu 91 jaar zijn. Tot op heden weet ik het niet en niemand die het mij kan vertellen. De informatie is schaars en berichten tegenstrijdig. De tijd is weerbarstig en laat soms niet veel heel van mensen en dingen die zij ooit maakte. Zo zijn er al verschillende monumentale werken van de jaren-60 kunstenaars-generatie uit Rotterdam tegen de vlakte te gaan. Afgelopen maand verdween er nog een wandmozaik van Jan Bezemer en binnen 2 jaar zal het oude Dijkzigt (Erasmus MC) gesloopt worden waarbij er 4 monumentale wandschilderingen tegen de grond gaan, waaronder een prachtig werk van Johan van Reede.
 
Veel aandacht voor de Rotterdamse kunstenaars is er nooit geweest. Na de oorlog lag de stad in puin en hoewel er tijds de wederopbouw veel kunst verwerkt werd in de nieuwe gebouwen heeft de vrije beeldende kunst nooit echt in de schijnwerpers gestaan. Het was Amsterdam of Den Haag; CoBrA, het Stedelijk, de NUL-beweging, Jan Cremer en nieuwe Haagse school. Overal leek het te gebeuren behalve in Rotterdam.
 
Maar in deze stilte werd er hard gewerkt. Rotterdam telde vele kunstenaarsverenigingen die gezamelijk een duidelijk Rotterdams karakter aan hun kunst wisten te geven. Een van deze kunstenaars was Johan van Reede.
Johan van Reede begon als decor-schilder in het bedrijf van zijn vader. Maar al snel besloot hij naar de academie te gaan. In eerste instantie volgte hij lessen aan de avondacademie, zodat hij zijn opleiding met werk kon combineren. Maar na het uitbreken van de oorlog besloot Johan van Reede naar de dagopleiding over te stappen, net als veel andere collega's (o.a. Kees Franse). De academie bood bescherming. Leerlingen die op de dagopleiding zaten liepen minder kans om opgepakt te worden en naar Duitsland gestuurd te worden. Toch sloeg voor Johan van Reede het noodlot toe. Ondanks dat hij niet in het verzet zat werd hij toch opgepakt en op transport naar Duitsland gezet. Johan van Reede wist te ontkomen, maar leefde tot het eind van de oorlog een zwervend bestaan, waarbij hij in de Duitse bossen moest zien te overleven en meerdere keren onder moest duiken.
Na de oorlog ging Johan van Reede terug naar de academie waar hij maar moeilijk zijn draai kon vinden. Ontzet door het contrast van zijn oorlogservaringen en de schijnlijk onbezorgdheid van de jongere generatie leefte Johan van Reede een leven langs de zijlijn. Veel contact met andere Rotterdamse kunstenaars had Johan van Reede niet. Hij kende ze wel en nam ook deel aan verschillende groepstentoonstellingen en was lid van werkgemeenschap grafische kunst Rotterdam/ARA, maar altijd hield hij zich afzeidig.
 
Toch verdient Johan van Reede een prominente plek binnen de Rotterdamse kunstgeschiedenis. Juist door zijn solistische houding en zijn indrukwekkende levensloop vult hij een plek die niemand anders in kan nemen. Ik kocht een schilderij van hem uit 1964; Figura. Het werk toont een figuur in al zijn rauwheid en weerbarstigheid. Een man die getekend lijkt door het leven. Een man die heeft moeten overleven in de bossen van Duitsland. Een man die de ander nooit meer echt los heeft kunnen zien van de wreedheden waartoe mensen instaat zijn. Een man die zijn gelijken niet meer leek te kunnen vinden; Johan van Reede.  
 
Tip van de dag: Bezoek nog snel een keer het Erasmus MC voor de prachtige muurschilderingen die binnenkort verloren zullen gaan. Er is naast een schitterend werk van Johan van Reede ook nog een schildering van Dolf Henkes, Kees Franse en Louis van Roode te zien.

donderdag 13 december 2012

Toen Lanooy nog de puntjes op de i zette

 
Abstract: 
Het leukste van verzamelen is het onderzoek. Er zijn namelijk altijd een aantal vragen die opgelost moeten worden. De eerste is de minst interessante, maar altijd wel de eerste vraag die een leek je stelt; "hoe weet je nou dat het echt is". Deze vraag is voor een leek wel interessant, maar als je meer dan 15 jaar verzameld, ontwikkel je een nieuw zintuig voor dit soort dingen. Op markten merk je vanzelf hoever je hierin gegroeid bent. Het scannen van een kraam gaat steeds sneller. In je ooghoek zie je iets en je weet dat het een goed schilderij is. Er gaat een electrische schok door lichaam. Snel draai je je hoofd om en je ziet het. 9 van de 10 keer een reproductie van een onbekende Picasso of Monet, maar het feit dat je het herkend zonder het "echt" te zien, geeft aan dat je op de goede weg bent. En 9 van de 10 keer is het een reproductie; de 10de keer is dus raak! Het zelfde geldt voor aardewerk en glas. Je voelt het; als je een antiekwinkel binnenkomt of als je een beurs bezoekt. Het lijkt op te springen op het moment dat je oog er langs glijdt. Ik hoef de onderkant van het vaasje niet meer te zien om te weten dat ik naar een Lanooy kijk.

Introductie:
Maar ik begrijp dat de ongelovige dit niet van mij aannemen en dat ik met harde bewijzen moet komen. Ze willen tastbare feiten. Het moet in een boekje staan, ooit bij een gerenomeerde veiling of antiekwinkel gestaan hebben, in een museum collectie zitten. Het meest overtuigend is het als je een foto weet te vinden waar de kunstenaar nog de laatste hand legt aan het werk of het op een foto van een tentoonstelling staat. Pas dan zijn mensen bereid te geloven dat je misschien wel eens gelijk zou kunnen hebben dat het inderdaad wel eens "een echte" zou kunnen zijn. Maar voor een verzamelaar is deze vraag niet het interessantst. Als men sceptisch wil zijn, wat kan mij dat dan verder schelen. Nee, er zijn interessantere vragen.
 
Uit welke tijd komt het werk, waarom heeft het de vormgeving die het heeft en welke plaats neemt het werk in in het ouevre van de kunstenaar. Was het voor hem een belangrijk stuk of "een brood-werk"; geld moest er ten slotte ook verdiend worden. Dan moet er productie gedraait worden en gaat het dus ten koste van de kwaliteit en het unieke karakter van het werk. Maar hoe gaat dit in zijn werk...

Materiaal & Methode:
Afgelopen december kocht ik een vaas van Lanooy en ik wist dat het een bijzondere was. Dit was al te zien aan de vormgeving, maar met name ook aan de signatuur. Het gaat namelijk om een vaas waar op voluit C J Lanooij staat. Ja, met puntjes op de i dus. We hebben een stapel boeken; waarvan "tussen twee vuren" een belangrijk boek is. Maar ook het boek "de toegepaste kunsten in Nederland - pottenbakkerskunst" en het boekje met signaturen "Nederlands keramiek- en glasmerken 1880-1940" zijn erg belangrijk. Daarnaast heb ik van de verkoper enkele teksten uit 1900-1908 gekregen over Lanooy.

Resultaten:
Hierin lezen we dat Lanooy begon met pottenbakken toen hij in Gouda te recht kwam vanwege militaire dienst en zijn werkzaamheden als plateelschilder bij fabriek Zuid-Holland (te Gouda). In Gouda neemt hij pottenbakles, maar lanooij (toen nog met puntjes op de i), woonde toen nog in Scheveningen (rond 1900-1901). Hier; zo lezen we; haalde hij inspiratie uit de zee en maakt hij aardewerk wat hij versiert met vissen of schelpen. Later vestigt Lanooij zich in Gouda en begint daar een eigen atelier. Het vroege werk uit Gouda wordt ook nog gesigneerd met Lanooij, maar dan wordt er vaak nog een modelnummer en Kleiweg aan de inscriptie toegevoegd (Lanooij had zijn atelier aan de Kleiweg). Deze signatuurs zijn vaak ook nog ingekrast. Later verdwijnen de puntjes en wordt de signatuur geschilderd.

Discussie:
We hebben hier dus te maken met een hele vroege Lanooij vaas met een decor van vissen. Hoogst waarschijnlijk uit de periode dat hij in Scheveningen woonde. Het vermoede dat het om een hele vroege vaas gaat wordt ook nog in zekere zin bevestigd door de onhandige manier waarmee de gedraaide bovenkant op een min of meer geboetseerde onderkant gekneed is.
Maar dan nog; ik hoor de non-believers denken; ja... ja... mooi bedacht... Waar blijft het bewijs. Pagina 20 afbeelding 15. van het boekje "de toegepaste kunsten in nederland - pottenbakkerskunst" door dr. H.E. van Gelder toont een foto. Het is niet dezelfde vaas uiteraard, maar zelfs op foto zijn de vazen uit de Scheveningen periode zeldzaam. Zo zeldzaam zijn deze exemplaren dus! (Ik heb er zelf nog nooit eerder eentje in het echt gezien en verzamel toch al 15 jaar). De vaas op de foto heeft ook een ingekrast decor, met zelfde spiraalvormen in het bovenste deel van de vaas en een zelfde smalle afweking aan de bovenrand.

Conclussie:
(Zeer vermoedelijk) Een zeer vroege vaas. Ontworpen en vervaardigd door Chris Lanooij in eigenbeheer te Scheveningen rond 1901.
 
Tip van de dag: Nog een keer voor alle critici; geloof het maar gewoon, meer bewijs komt er voorlopig niet. Aan Lanooy vragen gaat niet meer lukken. Een kleine mate van onzekerheid hoort bij het verzamelen. Maar dat maakt het ook weer leuk. Misschien vinden we ooit nog wel de foto waarop we zien hoe Lanooij de vaas de oven uit tilt. Dan komt er uiteraard een vervolg!

Referenties:
1. "Tussen twee vuren - Chris Lanooy 1881-1948" - W. Heijbroek & K. Gaillard - 2002
2. "De toegepaste kunsten in Nederland; Pottenbakkerskunst" - dr. H.E. v. Gelder - 1923
3. "Nederlandse keramiek- en glasmerken 1880-1940" - M. Slingenberg - van der Meer - 2007
4. "Chris Lanooy" - Elsevier- J. Greshoff - 1910
5. "Lanooy's aardewerk" 1914
6. "vijf en twintig jaren Pottenbakker: C.J. Lanooy" -1925 

zondag 2 december 2012

De schoonheid van troep uit de Maas

We wonen in de mooiste stad van Nederland. Geen stad heeft zo'n mooie sky-line als Rotterdam. En de schoonheid wordt mede bepaald door de rivier waar de stad aan ligt; de Maas. Hierin reflecteerd de stad. De rivier reflecteerd niet alleen het beeld van de stad, maar ook het karakter. Het water is weerbarstig, altijd in beweging en zorgt voor werk. En in het water drijft van alles; van grote cruiseschepen tot klein zwerf afval. Maar zelfs het afval in de Maas leidt tot mooie dingen; de Bottle vases van Foekje Fleur.
DKP-vaas met Bottle vases van Foekje Fleur
Foekje Fleur studeerde in 2011 cum laude af aan het AKV/St. Joost. Intussen woont Foekje Fleur al weer een tijd in Rotterdam. Hier viste Foekje rond 2009 en 2010 heel wat plastic flessen uit de Maas. Deze flessen vormde de basis voor een serie keramieke fles-vazen. De vazen zijn gemaakt van een hoogwaardig porcelein wat handgemaakt wordt in Jingdezhen. Jingdezhen is een van de meest prestigieuze keramieksteden van de wereld. Vroeger werd hier het mooiste porcelein gemaakt bestemd voor het keizerlijke hof. Nu, vele jaren later produceren ze hoogwaardige replica's van plastic flessen uit de maas. En gek genoeg worden deze plastic wegwerp flessen opeens mooi vormgegeven tijdloze keramieke stukken.
De reden dat Foekje Fleur koos voor goedkoop plastic als basis voor haar serie is niet toevallig. Ze wil met de serie laten zien dat ook plastic niet vergankelijk is. We gooien het wel in de Maas en daarmee is het voor ons verdwenen, maar echt verdwijnen doet het uiteindelijk niet. Net als in de Maas komt de meeste troep samen op bepaalde punten waar stromingen elkaar ontmoeten. In het groot gebeurd dit ook. Uiteindelijk komt plastic in de zee en spoeld ergens naar toe. Daar waar golfstromen elkaar ontmoeten en het water min of meer stil staat. Dit heeft er toe geleid dat er nu in de stille oceaan een plastic eiland drijft te grote van Frankrijk, Spanje en Portugal samen.
Een belerende toon is gelukkig niet terug te vinden in het werk van Foekje, maar het maakt je wel meer bewust van wat de levensduur is van materialen en producten die ervan gemaakt zijn. De plastic flesjes uit de Maas zullen in elk geval in hun nieuwe gedaante goed voor de toekomst bewaard blijven door ons.
Tip van de dag: Probeer nog iets van Foekje's serie te pakken te krijgen. We kregen ze van Sinterklaas, maar volgens de oude man waren ze moeilijk te krijgen. Uiteindelijk werd het cadeautje met medewerking van Foekje zelf toch nog gerealiseerd, maar als je er dus nog ergens eentje ziet staan; laat hem dan niet lopen!

maandag 19 november 2012

Hans Stuck siegt im Feldbergrennen

Stuck in der grossen Feldbergkurve - 1935
Gelatine zilverprint op barietpapier
 

zondag 2 september 2012

Road trip naar Lille

 
 
Het eerste weekend van September is traditie getrouw voor Lille. Lille organiseerd al sinds 1127 in het eerste weekend van September een braderie. Met ruim 10.000 officiele exposants en vele hobby-handelaren is de braderie de grootste rommelmarkt van Europa.
In de loop der jaren zijn er veel tradities aan het gebeuren toegevoegd. Zo kun je overal mosselen en friet eten op Zaterdag-middag is er een marathon (waarbij de lopers dwars door de rommelmarkt lopen) en nergens je auto kwijt kan. Vanwege deze laatste traditie zijn we dit jaar een dag eerder vertrokken.
 
Nadat we vrijdagmiddag  ronds 19:00 uur uit Nederland vertrokken kwamen we om 22:00 uur is Halluin/Halewijn aan. Verbazend is het feit dat er nog iemand geweest is die aan Halluin een Wikipedia heeft gewijd, want het is een van de deprimerenste plaatsen die je je kunt bedenken. We besluiten iets te gaan drinken in het dorp. Na een kwartier lopen langs onverlichte huizen, afgesloten door rolluiken komen we in een centrum aan waar alle kroegen dicht zijn, op 1 na. Hier staan 10 dorpelingen; die zo uit de boeken van Demitri Verhulst zijn komen stappen; hun vrijdag avond te vieren. We drinken er twee drankjes en gaan terug naar ons budget-hotel naast fastfood restaurant Buffelo-(b)ill (de verlichting van de tweede b is uitgevallen).
 
Maar dan de dag; doordat Halluin zich op 7 kilometer van Lille bevindt en we om 6:30 uit het hotel vertrekken zijn we voor 7 uur in Lille. En dan kun je met enige moeite nog wel ergens je auto kwijt! Het eten een croissantje en een pain-aux-raisin bij de bakker en gaan op zoek naar een schat! En die hebben we gevonden.
 
Fayence- en Tegelfabriek Holland, was rond 1900 een van de belangrijkste plateel fabrieken. Een van de belangrijkste ontwerpers van F&T Holland was Jan W. Mijnlieff, die in 1894 de fabriek beheerde tot de sluiting in 1920. Hij maakte zeer karakteristieke "art nouveau" vazen die rijkelijk gedecoreerd werden met gestileerde tekeningen van bloemen en vogels (vaak zwaluwen). Ik kocht rond 9:30 een enorme amphora vaas van 36cm hoog! De man die hem verkocht wist nog wel te vertellen dat hij uit Utrecht kwam, maar heeft duidelijk veilingresultaten van Christies er nier op nagetrokken, waardoor ik hem voor 70,- euro mee kreeg.
 
Na de Mijnlieff-vaas naar de auto gebracht te hebben vervolgde we onze tocht. Rond het "rode hek" (wat stadspark Parc Jean-Baptiste Lebas omsluit), is het rond 12:00 uur beduidend drukker geworden dan 3 uur daarvoor. Voor het idee; de braderie trekt jaarlijks 1 tot 2 miljoen bezoekers. 70-80% Nederlanders, al dan niet met een georganiseerde busreis in gereden. Maar gelukkig zijn er veel van deze Nederlandse huisvrouwen die opzoek zijn naar leuke dingetjes voor hun hobby-brocante winkeltjes en internet-sites. Zij kopen allemaal dezelfde items; blauwe soda-flessen, melkflessen rekjes en plakjes met haakjes voor je theedoek en pannenlappen. Mooie vazen laten ze staan.
 
En zo kocht ik in alle drukte voor nog geen 40,- euro een Unica vaas van Henri Breetvelt voor plateel fabriek Zuid Holland. Henri Leonardus August Breetvelt was een van Nederlands belangrijkste vernieuwers in de decoratie van Nederlands aardewerk. Samen met Th. Colenbrander was hij een van de eerste die de natuur wist te reduceren tot totaal abstracte patronen. Deze decors werden eenmalig gebruikt om zo unica vazen en schalen te maken. Breetvelt heeft zijn belangrijkste werk gemaakt voor plateel fabriek Zuid Holland te Gouda. De fabriek werd 1898 opgericht als commerciele tegenhander van plateel fabriek Rozenburg uit Den Haag, maar met de komst van o.a. Henri Breetvelt en Chris van der Hoef kreeg Zuid Holland een eigen karakter.
Het feit dat de verkoper echt niet wist wat hij verkocht werd nog eens benadrukt door het feit dat hij de vaas gebruikte als prullenbakje. Uiteindelijk was de vaas na leeg schudden z'n 30 perzikpitten, 100 zonnenbloemschilletjes een pen en meer dan 50 toffee papiertjes armer en beduidend minder zwaar.
 
Na een pick-nick in het parkje achter het stadhuis liepen we nog wat rondjes. Vele gekke, leuke en mooie dingen; kraampjes met houte slees, een koffer voor amateur porno uit de jaren 80 (voor een schamele 1000,- euro!), oude leger uniformen, geweren en bajonetten. Mocht je ooit een dierentuin met opgezette dieren willen beginnen; ga naar Lille; krokodillen, zwijnenkoppen, hertenkoppen, slangen, tijgers, alles! Je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het kopen. Maar met twee mooie vazen opzak was het wel weer eens welletjes. Na 8 uur vrijwel onafgebroken lopen besloten we om 15:30 weer terug te keren naar Nederland. En zo eindigd de road trip na wat files en omleidingen weer in Rotterdam.
 
Tip van de dag: Zet Lille alvast in je agenda voor 2013. Iedereen die een beetje van rommelmarkten houdt moet eens in zijn leven in Lille geweest zijn. Een beetje training is wel essentieel, anders kom je letterlijk en figuurlijk om in de rommel en zie je door de bomen het bos niet meer (of beter gezegd door de mensen de breetvelt vazen niet meer).

zaterdag 25 augustus 2012

Speciaal voor Gijs

Het zal niemand ontgaan zijn; we zijn nu al ruim 2 maanden met zijn drieën. En omdat Gijs nu al zo dol is op mooie auto's heb ik maar weer een nieuwe auto voor zijn collectie gekocht! Het autopark wordt uitgebreid met de Crash car van Ineke Hans.
 
 
 
 
Ineke Hans (1966) studeerde aan de Royal College of Art in Londen. Na haar studie richtte ze in 1998 haar designstudio INEKEHANS/ARNHEM op.
In 2000 ontwierp ze een serie speciaal voor kinderen, waar ze veel bekendheid mee kreeg; de Black Beauties serie. De serie bestaat uit enkele meubelen, tafeltjes, stoelen, een kinderstoel een hobbelpaard en voor de jongens een tweetal auto's. In de loop der jaren is de collectie iets uitgebreid en zijn er nog meer Black beauties bij gekomen. Alle items zijn gemaakt van gerecycled zwart plastic. De meeste producten zijn robuust van vormgeving en dit in combinatie met het harde zwarte materiaal waarvan de items gemaakt zijn, geeft het geheel een onverwoestbaar uiterlijk. Uitermate geschikt voor kinderen dus.
De Crash car is een van de meest populaire producten uit de Black beauties serie en is ook al opgenomen in de collectie van verschillende musea, waaronder het Stedelijk in Amsterdam. De auto heeft een handvat bovenop waardoor kleine jongens hem goed vast kunnen houden en heen en weer kunnen bewegen. Er zit een chaffeur in die ook uit de auto kan. Leuk is ook dat je het autootje gesigneerd kan krijgen en zo heeft Gijs dus een echte Ineke Hans met zijn naam onderop!
 
 
 
 
Tip van de dag: Wederom via Christian Ouwens te verkrijgen!