dinsdag 26 maart 2013

Lies Cosijn

Lies Cosijn - Exp. afdeling Porceleyne fles - decor Haven

Een van de oudste keramiek fabrieken van ons land is waarschijnlijk de Porceleyne fles in Delft. De fabriek werd opgericht in 1653 en bestaat nog steeds. In de fabriek wordt van oudsher Delfts blauw aardewerk gemaakt (geinspireerd op het oude chinese kraakporceleijn uit China). Maar naast deze lijn heeft de Porceleyne fles nog meer voort gebracht. Aan het begin van de 20ste eeuw bloeide de fabriek op onder leiding van Adolf le Comte. Dit stokje werd uiteindelijk over genomen door Leon Senf. Daarna werd het even rustig, maar in de jaren 50-60 gebeurde er iets bijzonders. Er kwam een experimentele afdeling.
 
De experimentele afdeling van de Porceleyne fles werd opgericht in 1955 door Theo Dobbelmann. Theo Dobbelmann was docent aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, waar ook Sybren Valkema en Bert Nienhuis les gaven. Theo Dobbelmann werd aangetrokken door de toenmalige directeur van de porceleyne fles dhr. de Slechte. De opdracht was eenvoudig; er moet een nieuwe productielijn komen die op geen enkele manier leek op het delfts blauw wat voorheen bij de fabriek gemaakt werd en er mocht geen penseel gebruikt worden. Theo Dobbelmann nam enkele van zijn beste leerlingen mee om te komen werken en ontwerpen voor de Porceleyne fles. De meest opvallende onder hen was Lies Cosijn.
 
Lies Cosijn werd in 1931 geboren in Modjokertó, Indonesië, maar na de WOII verhuist zij naar Nederland. Daar volgde ze van 1951 tot 1955 lessen aan het  Instituut voor Kunstnijverheids-onderwijs. Ze koos voor de richting keramiek van wege haar voorliefde voor klassieke archeologie. In haar Porceleyne fles periode maakte ze dan ook veel aardewerk geinspireert op aardewerk uit de oudheid.  In het begin werkte Lies Cosijn met twee andere collega's op de kleine experimentele afdeling; Jet Sielcken en Emmy van Deventer. De afdeling was speciaal voor hen ingericht. Jet Sielcken maakte het keramiek wat door Lies Cosijn gedecoreerd werd. Emmy van Deventer was specialist in glazuren. De patronen op de vaas Haven zijn aangebracht met engobes en sjabloon technieken. Door het gebruik van deze technieken op ongeglazuurd aardewerk roept de vaas Haven associaties op met pre-colombiaans aardewerk. Het ongeglazuurde aspect en kleurgebruik doet erg denken aan Nazca aardewerk. Ook in de vormgeving herinneren de smalle tuitjes aan pre-colombiaanse tijden. Dit geld niet voor al het werk uit die tijd. Naast de technieken die hier gebruikt zijn werd er ook veel geëxperimenteerd met het ingekraste van motieven en nieuwe manieren van glazuren. Toch heeft veel van dit aardewerk een zelfde naïef karakter, maar door de vakkundige uitvoering wordt dit duidelijk naar een hoger niveau getrokken.
Hierdoor krijgt het vroege aardewerk van Lies Cosijn een heel eigen jaren 60 signatuur. En signatuur die samengesteld wordt uit verschillende elementen waarin "het experiment" het werk bepaald. Maar haar werk heeft ook duidelijk invloed ondervonden van de beeldende kunst uit het Amsterdam van de vroege jaren 60 en de voorliefde van Lies voor keramiek uit de oudheid en haar samenwerking met Jet Sielcken. De signatuur die hieruit ontstaat is echter uniek en kan maar aan één persoon toegeschreven worden; Lies Cosijn.

Lies Cosijn heeft altijd op veel waardering voor haar werk kunnen rekenen. Na de start van de experimentele afdeling kregen ze al snel een grote expositie in het Boijmans aangeboden en ook met haar latere werk wist ze veel musea en verzamelaars voor zich te winnen. Hierdoor behoort ze tot een van de meest toonaangevende keramisten van de na-oorlogse periode.

Tip van de dag: Bekijk ook eens het latere werk van Lies Cosijn via google afbeeldingen. Dit is evident anders dan het werk wat ze voor de Porceleyne fles maakte, maar ook zeer de moeite waard. En de naam Lies Cosijn dus niet meer vergeten.

vrijdag 22 maart 2013

Lysandre

 
Voor mijn verjaardag kreeg ik een nieuw plaatje van mijn schoonmoeder. Een beetje op de gok gekocht, maar soms pakt dat heel goed uit. Zo ook in dit geval. Het debuut album van Christopher Owens; Lysandre.

De voorkant van de plaat doet anders vermoeden. We zien een sombere jonge man op de voorkant met de haren voor de ogen. De achterkant toont de jongen met het haar uit het gezicht; onderuit gezakt op een kleed tussen de planten met gitaar; een college student na een avond stappen. Maar de plaat is veel milder, melodieuzer dan je zou verwachten. De stem van Christopher Owens is eerder zacht en verlegen dan rauwe en zwaar. En daarmee begint de plaat al verrassend.
 
Christopher Owens is de zanger van de band Girls. Waarschijnlijk zullen velen voordat ze deze plaat van Christopher Owens ontdekken ook nog nooit van Girls gehoord hebben. Maar ook Girls is de moeite waard. Toch is de solo-plaat anders. Niet zo zeer experimenteler, maar meer persoonlijk. Het vertelt een verhaal. Een verhaal over de eerste tour van Girls. En dat maakt de plaat tot een interessant geheel. De plaat is opgedeeld in drie delen en er zit een thema in; Lysandre's theme, waar de plaat mee opent. In Part one volgen we Christopher op het Amerikaanse deel van de tour. Het theme is nog in mineur en komt in een variatie aan het eind van ieder nummer terug. Dan horen we een vliegtuig en een trein en vertrekken we voor Part two (deel twee van de tour) naar Europa. Hier is de toon in een keer vrolijker. Het theme is nog wel te herkennen in Riviera Rock, maar is opgewekt en zomers. In Part two komen we Christopher tegen op een festival in Frankrijk waar hij Lysandre ontmoet. Liefde bloeit nog verder op, maar het festival loopt op zijn eind. Christopher moet zijn tournee vervolgen en dus wordt de mineur versie van Lysandre's theme weer ingezet. Er volgt een mooi Epiloog en daarmee is Christophers magical mystery tour ten eind.
 
Toch zullen we waarschijnlijk nog veel gaan horen en zien van Christopher Owens deze zomer. Want hoe onwaarschijnlijk het ook mag lijken als je de foto op de achterkant van de plaat ziet, Christopher Owens is ook nog eens gekozen tot het gezicht van de printcampagne van Yves Saint Laurent.
 
Tip van de dag: Die laat zich raden; Lysandre kopen! Als je hem draait voel je de zomer komen en dat hebben we na zo'n koude winter wel verdiend!

zondag 17 maart 2013

Hoera! Hoera!

 

Inland empire is jarig! 2 jaar geleden ben ik op aandringen van mijn zus begonnen met een web-blog. De ruggengraat van de web-blog wordt gevormd door mijn collectie. De collectie was dan ook de directe aanleiding om te gaan schrijven. Vaak ben ik zelf erg enthousiast over nieuwe aanwinsten. Maar omdat het voor mijn directe omgeving vaak niet geheel duidelijk was wat er nou precies zo leuk was aan de dingen die aan de collectie toegevoegd werden stuurde ik ze een mailtje met daarin een korte verklaring. Uiteindelijk werd de mail-lijst zo lang dat het idee van een blog ontstond. En nu zijn we dus ruim twee jaar en 75 berichten verder.

Om dit heugelijke feit te vieren; vandaag een blog over wat bloggen je nou concreet oplevert. Naast dat het tijd kost win je er namelijk ook wat mee. Hier dus het "wie wat waarom".

Voor wie blog ik eigenlijk? In eerste instatie voor mijzelf. Dat klinkt misschien raar. Maar verzamelen is een vorm van research. Het gaat mij vaak niet om het object opzich (uiteraard moet het wel mooi zijn en een zekere waarde vertegenwordigen), maar het gaat ook voor een groot gedeelte over geschiedenis. Wie maakte het, waarom en wat is de waarde van het werk in de tijd en binnen het ouevre van de kunstenaar. Dit zocht ik al uit voor mijn eigen lering en vermaak. Maar door het op te schrijven is deze informatie ook terug te lezen en blijft het beter beklijven. Maar daarnaast is het ook voor mijn directe omgeving. Kennis delen is altijd leuk en zo begrijpt mijn omgeving mijn enthousiasme beter. Zonder kennis staat de wereld stil en verliezen dingen hun waarde.
Door mijn blog openbaar te maken help je ook andere verzamelaars en belangstellenden. Veel kennis is niet via internet terug te vinden en moet je nog uit boeken en oude catalogi, tijdschriften en krantenknipsels halen (of zelfs mondelingen overlevering). Op deze manier maak ik delen van deze informatie digitaal toegankelijk en voeg ik feitelijke kennis uit verschillende bronnen samen tot een nieuw verhaal. In twee jaar is Inland empire ruim 9000 keer bezocht en bij "google afbeeldingen" staan vrijwel alle foto's die ik geplaatst heb op de 1ste twee pagina. Er is dus belangstelling en de blog wordt niet alleen door vrienden en kennissen gelezen.

De waarom vraag is dus ook al enigszins verklaard. Ik doe het om de kennis over mijn eigen collectie te vergroten. Soms om mensen te tippen voor een leuke film, nieuwe plaat of leuke expositie. Of gewoon te vermaken met een grappig verhaaltje. Gek genoeg krijg ik op de blogs met weinig feitelijke kennis de meeste reactie (bijv. de blog over labeltjes, stickers op potjes en fruit of over het aangeven van je kind). Daarnaast zie je dat de blog goed gelezen worden over die mensen waar maar weinig informatie over beschikbaar is (zoals Lea Halpern, Lucie Q Bakker en de Rotterdamse kunstenaars).

Maar dan de laatste vraag; wat levert het je nou eigenlijk op... Veel! Uiteindelijk komt het schrijven of je collectie je collectie ook ten goede. Het zorgt ervoor dat ik weet wat we in huis hebben en stimuleert om dingen echt goed uit te zoeken. Hierdoor leer ik veel over de geschiedenis van de Nederlandse kunst in de 20/21ste eeuw. Maar door mijn blog ben ik ook in contact geraakt met andere verzamelaars en heb ik via hen weer nieuwe dingen aan kunnen kopen en krijg ik nieuwe kennis aangeboden. Ook krijg ik veel reacties van "vreemde" die nieuwe informatie hebben over de dingen die ik plaats. De leuke reactie kwam via de dochter van Louis van Roode, die mij wist te vertelen dat de vrouw op het werk wat ik van hem heb, haar tante is en dat zij Lotte heet. Na de dood van zijn vrouw, hertrouwde Louis van Roode met haar. Vandaar dat ze op veel schilderijen en tekeningen te zien is.
Ten slotte maakt het feit dat je de foto's van mijn collectie makkelijk terug kan vinden via "google afbeeldingen" mijn collectie in zijn geheel bekender. Niet dat het me hier direct om te doen is, maar je weet maar nooit wat de toekomst brengt...

Tip van de dag: blijven volgen. Vanwege drukte loop ik enigszins achter met schrijven, maar er staan al weer heel wat concepten klaar. Maar nu eerst tijd voor taart!

zaterdag 2 februari 2013

Pietje Klee

Piet Roovers - 1958
Pietje Klee, een naam die Piet Roovers van Gust Romijn kreeg. Piet Roovers (1924-1997) was er niet blij mee, maar zijn fascinatie voor het werk van Paul Klee heeft hij zelf nooit onder stoelen of banken gestoken. Roovers kon net als Johan van Reede niet aarde op de na-oorlogse kunstacademie en vond dat hij er onvoldoende leerde. Hij besloot tot zelfstudie en koos hiervoor het Boijmans en zijn bibliotheek. Hier leerde hij het werk van Paul Klee kennen. Van goed kijken naar het werk van collega's leer je meer vond Roovers terecht. En zo groeide Roovers op eigen kracht uit tot een belangrijke kunstenaar binnen het Rotterdam van de jaren 60.
 
Roovers was actief lid van de Venster-groep. Een club van kunsternaars die samen kwamen rond de litho-pers in bioscoop 't Venster. De groep wist veel publiciteit te genereren. Er waren kunstenaars in de groep, zoals Jan Bezemer, die zich met name met grafische kunst bezig hielden, maar andere zoals Gust Romijn en Piet Roovers schilderde ook veel.
 
Roovers maakte het werk hierboven in 1958. Als we het werk van Roovers uit deze tijd van dichtbij bekijken lijkt Roovers haast een materieschilder. Het werk is uit zoveel laagjes opgebouwd dat het doek haast een relief wordt. De compositie is abstract en lijkt op het eerste gezicht willekeurig gekozen, maar het tegendeel is waar. Roovers was gek op jazz. Het ongedwonge karakter van de muziek sprak hem enorm aan. Er is een kader waar binnen je moet werken, maar er is alle vrijheid en ruimte voor improvisatie. Dat wilde Roovers in zijn werk ook. Daarmee behoorde figuratief werken niet tot de mogelijkheden. Zij die zich vastleggen door figuratief te werken, beperken zichzelf in hun vrijheid en mogelijkheden tot improvisatie. Om een kader te scheppen waarbinnen "het" moest gebeuren, bedacht Roovers in de avonduren. Hij maakte schetsjes op papier die als basis moesten dienen. Dan gingen de volgende dag de tubes verf open, de muziek aan en begon het echte werk. En het eind resultaat is verbluffend.  Het gaat om ritme, kleur en orde in de chaos; te gek werk. Werk wat wel doet denken aan kunstenaars als Klee, maar tegelijkertijd zo'n uitgesproken eigen signatuur heeft dat je in een oogopslag ziet dat het hier om een Roovers moet gaan.
 
Tip van de dag: Piet Roovers verzamelde zelf dingen waarop Rovers met 2 oo's geschreven stond. Ik ben daar nu zelf ook maar mee begonnen. Als iemand nog een schilderijtje over heeft mag je het laten weten ;)

Johan van Reede

Figura - 1964

Waar is Johan van Reede gebleven... Een vraag die niet veel mensen zich meer lijken te stellen. Net als veel kunstenaars uit zijn tijd lijkt Johan van Reede van de aardbodem verdwenen te zijn. Als hij nog leeft zou hij nu 91 jaar zijn. Tot op heden weet ik het niet en niemand die het mij kan vertellen. De informatie is schaars en berichten tegenstrijdig. De tijd is weerbarstig en laat soms niet veel heel van mensen en dingen die zij ooit maakte. Zo zijn er al verschillende monumentale werken van de jaren-60 kunstenaars-generatie uit Rotterdam tegen de vlakte te gaan. Afgelopen maand verdween er nog een wandmozaik van Jan Bezemer en binnen 2 jaar zal het oude Dijkzigt (Erasmus MC) gesloopt worden waarbij er 4 monumentale wandschilderingen tegen de grond gaan, waaronder een prachtig werk van Johan van Reede.
 
Veel aandacht voor de Rotterdamse kunstenaars is er nooit geweest. Na de oorlog lag de stad in puin en hoewel er tijds de wederopbouw veel kunst verwerkt werd in de nieuwe gebouwen heeft de vrije beeldende kunst nooit echt in de schijnwerpers gestaan. Het was Amsterdam of Den Haag; CoBrA, het Stedelijk, de NUL-beweging, Jan Cremer en nieuwe Haagse school. Overal leek het te gebeuren behalve in Rotterdam.
 
Maar in deze stilte werd er hard gewerkt. Rotterdam telde vele kunstenaarsverenigingen die gezamelijk een duidelijk Rotterdams karakter aan hun kunst wisten te geven. Een van deze kunstenaars was Johan van Reede.
Johan van Reede begon als decor-schilder in het bedrijf van zijn vader. Maar al snel besloot hij naar de academie te gaan. In eerste instantie volgte hij lessen aan de avondacademie, zodat hij zijn opleiding met werk kon combineren. Maar na het uitbreken van de oorlog besloot Johan van Reede naar de dagopleiding over te stappen, net als veel andere collega's (o.a. Kees Franse). De academie bood bescherming. Leerlingen die op de dagopleiding zaten liepen minder kans om opgepakt te worden en naar Duitsland gestuurd te worden. Toch sloeg voor Johan van Reede het noodlot toe. Ondanks dat hij niet in het verzet zat werd hij toch opgepakt en op transport naar Duitsland gezet. Johan van Reede wist te ontkomen, maar leefde tot het eind van de oorlog een zwervend bestaan, waarbij hij in de Duitse bossen moest zien te overleven en meerdere keren onder moest duiken.
Na de oorlog ging Johan van Reede terug naar de academie waar hij maar moeilijk zijn draai kon vinden. Ontzet door het contrast van zijn oorlogservaringen en de schijnlijk onbezorgdheid van de jongere generatie leefte Johan van Reede een leven langs de zijlijn. Veel contact met andere Rotterdamse kunstenaars had Johan van Reede niet. Hij kende ze wel en nam ook deel aan verschillende groepstentoonstellingen en was lid van werkgemeenschap grafische kunst Rotterdam/ARA, maar altijd hield hij zich afzeidig.
 
Toch verdient Johan van Reede een prominente plek binnen de Rotterdamse kunstgeschiedenis. Juist door zijn solistische houding en zijn indrukwekkende levensloop vult hij een plek die niemand anders in kan nemen. Ik kocht een schilderij van hem uit 1964; Figura. Het werk toont een figuur in al zijn rauwheid en weerbarstigheid. Een man die getekend lijkt door het leven. Een man die heeft moeten overleven in de bossen van Duitsland. Een man die de ander nooit meer echt los heeft kunnen zien van de wreedheden waartoe mensen instaat zijn. Een man die zijn gelijken niet meer leek te kunnen vinden; Johan van Reede.  
 
Tip van de dag: Bezoek nog snel een keer het Erasmus MC voor de prachtige muurschilderingen die binnenkort verloren zullen gaan. Er is naast een schitterend werk van Johan van Reede ook nog een schildering van Dolf Henkes, Kees Franse en Louis van Roode te zien.

donderdag 13 december 2012

Toen Lanooy nog de puntjes op de i zette

 
Abstract: 
Het leukste van verzamelen is het onderzoek. Er zijn namelijk altijd een aantal vragen die opgelost moeten worden. De eerste is de minst interessante, maar altijd wel de eerste vraag die een leek je stelt; "hoe weet je nou dat het echt is". Deze vraag is voor een leek wel interessant, maar als je meer dan 15 jaar verzameld, ontwikkel je een nieuw zintuig voor dit soort dingen. Op markten merk je vanzelf hoever je hierin gegroeid bent. Het scannen van een kraam gaat steeds sneller. In je ooghoek zie je iets en je weet dat het een goed schilderij is. Er gaat een electrische schok door lichaam. Snel draai je je hoofd om en je ziet het. 9 van de 10 keer een reproductie van een onbekende Picasso of Monet, maar het feit dat je het herkend zonder het "echt" te zien, geeft aan dat je op de goede weg bent. En 9 van de 10 keer is het een reproductie; de 10de keer is dus raak! Het zelfde geldt voor aardewerk en glas. Je voelt het; als je een antiekwinkel binnenkomt of als je een beurs bezoekt. Het lijkt op te springen op het moment dat je oog er langs glijdt. Ik hoef de onderkant van het vaasje niet meer te zien om te weten dat ik naar een Lanooy kijk.

Introductie:
Maar ik begrijp dat de ongelovige dit niet van mij aannemen en dat ik met harde bewijzen moet komen. Ze willen tastbare feiten. Het moet in een boekje staan, ooit bij een gerenomeerde veiling of antiekwinkel gestaan hebben, in een museum collectie zitten. Het meest overtuigend is het als je een foto weet te vinden waar de kunstenaar nog de laatste hand legt aan het werk of het op een foto van een tentoonstelling staat. Pas dan zijn mensen bereid te geloven dat je misschien wel eens gelijk zou kunnen hebben dat het inderdaad wel eens "een echte" zou kunnen zijn. Maar voor een verzamelaar is deze vraag niet het interessantst. Als men sceptisch wil zijn, wat kan mij dat dan verder schelen. Nee, er zijn interessantere vragen.
 
Uit welke tijd komt het werk, waarom heeft het de vormgeving die het heeft en welke plaats neemt het werk in in het ouevre van de kunstenaar. Was het voor hem een belangrijk stuk of "een brood-werk"; geld moest er ten slotte ook verdiend worden. Dan moet er productie gedraait worden en gaat het dus ten koste van de kwaliteit en het unieke karakter van het werk. Maar hoe gaat dit in zijn werk...

Materiaal & Methode:
Afgelopen december kocht ik een vaas van Lanooy en ik wist dat het een bijzondere was. Dit was al te zien aan de vormgeving, maar met name ook aan de signatuur. Het gaat namelijk om een vaas waar op voluit C J Lanooij staat. Ja, met puntjes op de i dus. We hebben een stapel boeken; waarvan "tussen twee vuren" een belangrijk boek is. Maar ook het boek "de toegepaste kunsten in Nederland - pottenbakkerskunst" en het boekje met signaturen "Nederlands keramiek- en glasmerken 1880-1940" zijn erg belangrijk. Daarnaast heb ik van de verkoper enkele teksten uit 1900-1908 gekregen over Lanooy.

Resultaten:
Hierin lezen we dat Lanooy begon met pottenbakken toen hij in Gouda te recht kwam vanwege militaire dienst en zijn werkzaamheden als plateelschilder bij fabriek Zuid-Holland (te Gouda). In Gouda neemt hij pottenbakles, maar lanooij (toen nog met puntjes op de i), woonde toen nog in Scheveningen (rond 1900-1901). Hier; zo lezen we; haalde hij inspiratie uit de zee en maakt hij aardewerk wat hij versiert met vissen of schelpen. Later vestigt Lanooij zich in Gouda en begint daar een eigen atelier. Het vroege werk uit Gouda wordt ook nog gesigneerd met Lanooij, maar dan wordt er vaak nog een modelnummer en Kleiweg aan de inscriptie toegevoegd (Lanooij had zijn atelier aan de Kleiweg). Deze signatuurs zijn vaak ook nog ingekrast. Later verdwijnen de puntjes en wordt de signatuur geschilderd.

Discussie:
We hebben hier dus te maken met een hele vroege Lanooij vaas met een decor van vissen. Hoogst waarschijnlijk uit de periode dat hij in Scheveningen woonde. Het vermoede dat het om een hele vroege vaas gaat wordt ook nog in zekere zin bevestigd door de onhandige manier waarmee de gedraaide bovenkant op een min of meer geboetseerde onderkant gekneed is.
Maar dan nog; ik hoor de non-believers denken; ja... ja... mooi bedacht... Waar blijft het bewijs. Pagina 20 afbeelding 15. van het boekje "de toegepaste kunsten in nederland - pottenbakkerskunst" door dr. H.E. van Gelder toont een foto. Het is niet dezelfde vaas uiteraard, maar zelfs op foto zijn de vazen uit de Scheveningen periode zeldzaam. Zo zeldzaam zijn deze exemplaren dus! (Ik heb er zelf nog nooit eerder eentje in het echt gezien en verzamel toch al 15 jaar). De vaas op de foto heeft ook een ingekrast decor, met zelfde spiraalvormen in het bovenste deel van de vaas en een zelfde smalle afweking aan de bovenrand.

Conclussie:
(Zeer vermoedelijk) Een zeer vroege vaas. Ontworpen en vervaardigd door Chris Lanooij in eigenbeheer te Scheveningen rond 1901.
 
Tip van de dag: Nog een keer voor alle critici; geloof het maar gewoon, meer bewijs komt er voorlopig niet. Aan Lanooy vragen gaat niet meer lukken. Een kleine mate van onzekerheid hoort bij het verzamelen. Maar dat maakt het ook weer leuk. Misschien vinden we ooit nog wel de foto waarop we zien hoe Lanooij de vaas de oven uit tilt. Dan komt er uiteraard een vervolg!

Referenties:
1. "Tussen twee vuren - Chris Lanooy 1881-1948" - W. Heijbroek & K. Gaillard - 2002
2. "De toegepaste kunsten in Nederland; Pottenbakkerskunst" - dr. H.E. v. Gelder - 1923
3. "Nederlandse keramiek- en glasmerken 1880-1940" - M. Slingenberg - van der Meer - 2007
4. "Chris Lanooy" - Elsevier- J. Greshoff - 1910
5. "Lanooy's aardewerk" 1914
6. "vijf en twintig jaren Pottenbakker: C.J. Lanooy" -1925 

zondag 2 december 2012

De schoonheid van troep uit de Maas

We wonen in de mooiste stad van Nederland. Geen stad heeft zo'n mooie sky-line als Rotterdam. En de schoonheid wordt mede bepaald door de rivier waar de stad aan ligt; de Maas. Hierin reflecteerd de stad. De rivier reflecteerd niet alleen het beeld van de stad, maar ook het karakter. Het water is weerbarstig, altijd in beweging en zorgt voor werk. En in het water drijft van alles; van grote cruiseschepen tot klein zwerf afval. Maar zelfs het afval in de Maas leidt tot mooie dingen; de Bottle vases van Foekje Fleur.
DKP-vaas met Bottle vases van Foekje Fleur
Foekje Fleur studeerde in 2011 cum laude af aan het AKV/St. Joost. Intussen woont Foekje Fleur al weer een tijd in Rotterdam. Hier viste Foekje rond 2009 en 2010 heel wat plastic flessen uit de Maas. Deze flessen vormde de basis voor een serie keramieke fles-vazen. De vazen zijn gemaakt van een hoogwaardig porcelein wat handgemaakt wordt in Jingdezhen. Jingdezhen is een van de meest prestigieuze keramieksteden van de wereld. Vroeger werd hier het mooiste porcelein gemaakt bestemd voor het keizerlijke hof. Nu, vele jaren later produceren ze hoogwaardige replica's van plastic flessen uit de maas. En gek genoeg worden deze plastic wegwerp flessen opeens mooi vormgegeven tijdloze keramieke stukken.
De reden dat Foekje Fleur koos voor goedkoop plastic als basis voor haar serie is niet toevallig. Ze wil met de serie laten zien dat ook plastic niet vergankelijk is. We gooien het wel in de Maas en daarmee is het voor ons verdwenen, maar echt verdwijnen doet het uiteindelijk niet. Net als in de Maas komt de meeste troep samen op bepaalde punten waar stromingen elkaar ontmoeten. In het groot gebeurd dit ook. Uiteindelijk komt plastic in de zee en spoeld ergens naar toe. Daar waar golfstromen elkaar ontmoeten en het water min of meer stil staat. Dit heeft er toe geleid dat er nu in de stille oceaan een plastic eiland drijft te grote van Frankrijk, Spanje en Portugal samen.
Een belerende toon is gelukkig niet terug te vinden in het werk van Foekje, maar het maakt je wel meer bewust van wat de levensduur is van materialen en producten die ervan gemaakt zijn. De plastic flesjes uit de Maas zullen in elk geval in hun nieuwe gedaante goed voor de toekomst bewaard blijven door ons.
Tip van de dag: Probeer nog iets van Foekje's serie te pakken te krijgen. We kregen ze van Sinterklaas, maar volgens de oude man waren ze moeilijk te krijgen. Uiteindelijk werd het cadeautje met medewerking van Foekje zelf toch nog gerealiseerd, maar als je er dus nog ergens eentje ziet staan; laat hem dan niet lopen!