dinsdag 9 juli 2013

Canto

 
 
Dit jaar zou Simeon ten Holt 90 jaar geworden zijn. En om dit te vieren was Wilma de Rek begonnen aan een boek over Nederlands grootste componist van de 20ste eeuw. Simeon mocht de publicatie niet mee maken; 25 november 2012 overleed hij in het ziekenhuis te Alkmaar. Daardoor heeft het boek een geheel ander uiterlijk gekregen en is het karkater ervan verstilt. Maar daarmee niet minder mooi. Het boek is schitterend vorm gegeven. Het bevat zwart-wit foto's die de directe leefomgeving van Simeon ten Holt toont in zijn laatste dagen. Daarnaast vinden we grote stukken orginele partituur van Canto. Canto vormt dan ook de kapstok waaraan het hele verhaal opgehangen is. En tot slot zijn er ook nog eens twee geweldige CD's aan de uitgave toegevoegd.

Het boek vertelt het verhaal het verhaal over de man achter Canto Ostinato; Simeons belangrijkste werk. Het stuk stamt uit 1976. Simeon schreven het in een moeilijke periode van zijn leven. Zijn relatie met Noeki was net op de klippen gelopen en Simeon leefde een onrustig leven in de jaren 60. Aan het begin van de jaren 70 ontmoette hij Isabella. Simeon vond meer rust in de relatie en begon aan zijn meest beroemde stuk.
 
Door de komst van het boek en de 90ste verjaardag van Simeon ten Holt (helaas niet meer bij leven) is er dit jaar veel belangstelling voor Canto Ostinato. Zo ook in Dordrecht; hier werd in het kader van het Big Rivers festival in samenwerking met de muziek commissie van de Grote Kerk, Canto uitgevoerd. In een bijzondere samenstelling. Het stuk dat initieel voor 4 vleugels geschreven is, werd dit maal uit gevoerd door 2 piano's het kerk orgel en het carillon. Met een geweldig resultaat.
 
Het stuk begint heel minimalistisch. Er is een repeterend stuk van enkele maten wat eindeloos door lijkt te gaan. De oorsprong van een theorie; zoals het denken in een geniaal brein begint. De theorie wordt groter; er komen noten bij en het proces vordert gestaag. Soms lijken de gedachten even vast te lopen. We voelen de worsteling van Simeon die probeert zijn theorie kloppend te krijgen. De emoties lopen van tijd tot tijd hoog op. Er klinkt soms frustratie, boosheid en wanhoop. Maar beetje bij beetje komt er meer melodie in het stuk. De theorie ontvouwt zich om te eindigen in een schitterende heldere melodie. Maar toch er schuurt iets tegen de melodie aan een dissonant verstoort de harmonie. De theorie lijkt nog niet volledig te kloppen en de zoektocht gaat verder. Mineur en majeur wisselen af. Wederom frustraties, maar afgewisseld met de schitterende noten van de melodie die er al stond. We raken haast de hoop op een goede afloop kwijt, maar Simeon ten Holt bewijst dat hij geniaal is. De melodie komt terug, maar nu meer volwassen met meer nuance, meer karakter en meer realiteitszin waarin majeur en mineur in harmonie samenkomen. Een melodie die al het voorgaande omsluit. Prachtig dus!
 
Als je nu nog niet overtuigd bent!
 
Tip van de dag: Canto luisteren! Heel vaak en heel hard! 

maandag 10 juni 2013

Jan de Rooden

Jan de Rooden - kom 1959

Toegegeven; bij de meeste mensen zal niet direct een lampje gaan branden als ze dit kommetje zien. Weinige, zelf kenners niet, zullen direct zeggen; "hé, dat is er eentje van Jan de Rooden". Dat geeft ook niet, maar aan de andere kant is het toch ook weer een gemis als je niet weet wie Jan de Rooden is.
Jan de Rooden (geboren Nijmwegen 1931) is een hedendaagse keramist. Hij is de man van Johnny Rolf. Voor liefhebbers van keramiek bekende namen, maar voor andere nog een mysterie. Het Haags Gemeente Museum heeft geprobeerd een gedeelte hiervan op te lossen door een grote expositie aan het echtpaar te wijden. Op de expositie "Een keramisch verhaal" die tot maart liep waren wel objecten, vazen en schalen te zien. Allen gemaakt tussen 1957 en 2006. Tot 2006, omdat het echtpaar toen stopte met het maken van keramiek.
Veel van zijn latere werk lijkt in geen elke zin op dit kommetje. Zijn latere werk is massiever, robuuster, hoekig en vaak groot van formaat. Dit kommetje is dus in zekere zin niet typisch Jan de Rooden. Toch heeft het kommetje zeker kunsthistorisch gezien waarde en dat wordt m.n. bepaald door het vroege karakter. Het kommetje is gemaakt in 1959; drie jaar nadat Jan de Rooden, Johnny Rolf ontmoette. Jan de Rooden werkte voor die tijd in Amsterdam in het atelier van Lucie Q Bakker. Hij ontmoette Johnny Rolf in 1956 en begon in 1958 met haar een eigen pottenbakkerij in Amsterdam.
Het echtpaar heeft van meet af aan veel succes gehad met hun werk. In 1964 wonnen ze de Contour Prijs Porceleyne Fles en vele prijzen zouden volgen. Veel van hun werk werd aangekocht door belangrijke keramiekverzamelaars zoals J.W.N. Achterbergh. Daarnaast exposeerde het echtpaar in vele musea in binnen- en buitenland. In 1974 was er een grote expositie in het Boijmans van Beuningen in Rotterdam. In 1977 zou het Singer Laren volgen en in 1980 schonk het Stedelijk Amsterdam aandacht aan het echtpaar. Het Arnhems Museum presenteerde in 1984 nog een groot overzicht waarna het een tijdje stil was, maar deze stilte wordt verbroken met de expositie in het Haags Gemeente museum.
 
Tip van de dag: Nieuwschierigheid loont. Dit kommetje heb ik ook weer ergens gevonden. Draai daarom ieder potje wat je tegen komt en er interresant uitziet even om. De onderkant vertelt vaak meer dan je denkt. Keramiek heeft vaak veel te vertellen en het verhaal begint vaak op de onderkant. Je moet dan de JR '59 op de onderkant wel weten te plaatsen, maar je leert signatuurtjes pas herkennen als je dingen letterlijk tot op de bodem uitzoekt. 

zondag 12 mei 2013

Willem Heesen

Willem Heesen - Leerdam Unica uit de Manhattan Serie
Mijn collectie begon als een verzameling glas en aardewerk van 1900 tot 1930 (o.a. Lanooy, Chris van der Hoef, Chris Agterberg en Copier). Zo'n 6 jaar geleden werd de collectie uitgebreid met Dutch Design. Juist de combinatie van Art Nouveau stukken met het werk van Hella Jongerius, Maarten Baas, Christien Meidertsma en Studio Job maakt het overzicht leuk en verrassend. Maar op deze manier ontstond er een gat en dat gat moet gedicht worden. De Jaren '60-'80 worden nog onvoldoende gedekt. Natuurlijk is er al een begin. Veel schilderijkunst uit de jaren '60-'70 hebben al een plek in de collectie, maar er werd toen natuurlijk ook glas en aardewerk gemaakt in die periode. In aardewerk zijn Harm Kamerlingh Onnes en Lies Cosijn onmisbaar voor de collectie, maar op het gebied van Glaskunst werd er ook hard gewerkt, m.n. in Leerdam. A.D. Copier blijft aan de fabriek verbonden tot 1967, maar zorgt in de jaren voor zijn pensioen voor waardige opvolgers. Onder hen; Floris Meydam (1919-2011), Sybren Valkema (1916-1996) en Willem Heesen. Van Valkema en Meydam hadden we al Unica werk en dat maakte de afwezigheid  van Willem Heesen alleen nog maar duidelijker. Dat probleem is nu opgelost!

Wat maakt het werk van Willem Heesen zo belangrijk? Willem Heesen (1925-2007) werd in 1948 aangesteld als ontwerper. In 1967 zou hij Copier opvolgen als hoofdontwerpen. Willem Heesen had veel succes met zijn ontwerpen. In 1950 werd zijn werk genomineerd voor de Good Design Award van het MoMA (museum of modern art in New York). Mogelijk dat deze belangstelling uit Amerika voor het werk van Heesen er uiteindelijk toe geleid heeft dat Heesen samen met Sybren Valkema in 1964 afreisde naar New York. Hier bezochten ze de World Crafts Council*. Terug in Nederland werkte Willem Heesen aan een reeks Unica's** die de "Manhattan serie" zou gaan heten.
De serie ontstond in 1966 en bestaat uit 12 vazen, allen gedecoreerd met een patroon van noppen en strepen. Het ontwerp roept direct de associatie op met wolkenkrabbers. De gehele serie bij elkaar lijkt dan ook haast de skyline van New York te vormen.
De "Manhattan Serie" behoort samen met de "Soft pot" (1974) en "Vitra Erotica" (1966) reeks tot zijn belangrijkste werk voor Glasfabriek Leerdam. Daarnaast betekende de serie een ommekeer in de geschiedenis van de glaskunst. Op de World Craft Council was Heesen in contact gekomen met Harvey Littleton, Erwin Eisch en Marvin Lipofsky. Zij hadden mobiele glasovens gemaakt, waardoor kunstenaars in hun eigen atelier glas konden bewerken. Dit wilde Heesen ook. In de glasfabriek werkte Willem Heesen samen met meesterglasblazers om zijn unica stukken te realiseren, maar al gauw kwam hier verandering in. Om volledig vrij te zijn in het creatieve proces wilde hij zelf leren blazen. 1977 verliet Willem Heesen de glasfabriek om zich als eerste vrije glaskunstenaar te vestigen in een oude molen in Leerdam; de Oude Horn. Dit leidde tot grote onrust in de glasfabriek en het vertrek werd hem dan ook niet in dank afgenomen. De beginjaren van de Oude Horn waren dan ook zwaar, maar al snel kreeg Willem Heesen steun van gepensioneerde Glasblazers uit de fabriek die hem in hun vrije tijd kwamen helpen. Dit heeft er toe geleid dat de Oude Horn nu een van de belangrijkste zelfstandige glasstudio's van ons land is. Na het overlijden van Willem Heesen in 2007, heeft zijn zoon Bernard Heesen de artistieke leiding overgenomen.

Tip van de dag: Het Glasmuseum in Leerdam bezoeken. Het Glasmuseum bevindt zich in het oude directiehuis van P.M. Cochius, maar is recentelijk volledig verbouwd. Het naast gelegen huis is door luchtbruggen met de villa van Cochius verbonden. Door de uitbreiding van het museum is nu de volledige collectie het gehele jaar te zien.

* World Craft Council (WCC) is een organisatie die bijeenkomsten organiseert waar vaklieden uit diverse landen ervaring en nieuwe kennis delen om ontwikkeling van nieuwe mogelijkheden en technieken te stimuleren. De eerste WCC vond plaats in 1964 in New York.
** Unica glas ontstond uit een experiment waarbij de ontwerper samen met een meesterglasblazer een vrij geblazen object, vaas of schaal maakten. Copier, Lanooy en Lebeau waren hier in de vroege jaren 30 mee begonnen. Experimenten die goed uitpakte werden verder uitgewerkt/vereenvoudigd zodat er een serieproduct (serica's) van gemaakt konden worden. De Serica's die goed verkochten werden vervolgens tot massaproduct vereenvoudigd (zodat ze machinaal en goedkoper geproduceerd konden worden)   

zondag 28 april 2013

Een nieuwe kijk op Tichelaar Makkum

Non-temporary en Jonsberg vaas Hella Jongerius
 
Nederland telt vele ambachtelijke familiebedrijven. Vele met een lange en rijke traditie. Maar de tijd is niet mild voor oude bedrijven en veel producten worden voor oubollig versleten. De huidige generatie ziet een Hildeloopen stoel niet zo snel meer in hun interieur staan. Toch zou het jammer zijn als zulke familiebedrijven en hun kennis over oude ambachten verloren zouden gaan.
Maar gelukkig voor deze bedrijven is er zoiets als Dutch Design. Met de komst van de Design academie in Eindhoven is er veel belangstelling voor oude productieprocessen en krijgen oude familiebedrijven automatisch de aandacht die ze verdienen. Daarnaast zorgt de verjonging in de familiebedrijven vaak ook voor een hernieuwde handelsgeest en krijgt het bedrijf gelukkig de impuls die het nodig heeft. Zo ook Tichelaar Makkum.

In 1999 begon het bedrijf met een nieuwe collectie. Hiervoor werden verschillende jonge talenten aangetrokken; veel daarvan waren net afgestudeerd aan de designacademie. Een van hen was Hella Jongerius. Voor Tichelaar Makkum ontwierp ze een servies; B-set, maar ook een tweetal vazen Rood/wit en wit porceleyn en een serie handbeschilderde soepkommen. In 2005 kwam er een nog een nieuwe serie bij; de non-temporary collectie. De collectie is vrij uitgebreid en bestaat uit gebruiksaardewerk en sieraardewerk. Central in het ontwerp staat de halfzijdige glazuring; borden, schalen en vazen zijn gedeeltelijk ondergedompeld in wit glazuur. Hierdoor is een gedeelte van het aardewerk glanzend en gedeeltelijk biscuit. Een groot deel van de collectie is gedecoreerd met een handbeschilderd patroon wat duidelijk verwijst naar het oude Makkummer aardewerk.
Bij de release van de collectie konden Tichelaar en Hella Jongerius op veel lovend commentaar rekenen. Verschillende stukken werden aangekocht door het Boijmans, het Stedelijk en Het Art&Design museum in NY. Een gedeelte van de collectie was ook te zien op de grote overzichtstentoonstelling Misfit in het Boijmans eind 2010. Momenteel is er ook werk van zowel de vernieuwde Tichelaar als van Hella Jongerius te zien is de expositie Hand made en de collectie vormgeving in het Boijmans. Zeer het bezoeken waar!
 
Het leuke van de Tichelaar collecties is dat ze ook redelijk bereikbaar zijn voor het grote publiek. Voor een sierobject betaal je uiteraard iets meer dan voor het gebruiksaardewerk, maar teveel betaal je er zeker niet voor. Nadeel is wel dat de oplage vrij groot is waardoor het minder exclusief is dan het vrije werk van Hella, maar nog altijd exclusiever dan de Jonsberg vazen van Ikea. Aan de andere kant kan het gangbare karakter uiteindelijk ook weer een voordeel opleveren. De Europa Jonsberg van Jongerius voor Ikea is intussen zo bekend en populair geworden (en momenteel niet meer in productie) dat de prijs verdubbeld is en je blij mag zijn als je er eentje via Marktplaats weet te bemachtigen.
 
Groove Bottle en Oeuvre overzicht Misfit 
 
 
Hella Jongerius heeft naast haar werk voor Tichelaar en Ikea ook nog voor andere grote merken ontworpen zoals het meubel bedrijf Vitra en de Duitse porceleyn fabriek Nymphenburg. Veel van deze poducten en ontwerpen ontstaan vanuit het experiment wat automatische een breed scala aan unica en serica stukken oplevert die in eigen beheer uitgevoerd worden; zoals de longneck en groove bottles uit 2000 en Artificial flowers uit 2009. Deze worden dan weer alleen bij gerenommeerde galeries als Vivid (Rotterdam) Moss (New York) en Galerie Kreo (Parijs) verkocht. Het vrij werk wordt vaak gekenmerkt door imperfectie met een onaf karakter zoals Hella zelf altijd zegt. Maar juist de subtiliteit en de kundigheid die in deze imperfectie zit, maken het tot producten die blijven boeien.
 
Tip van de dag: 1. Je Jonsberg berg vaas vervangen door een non-temporary vaas uit de Tichelaar collectie. Maar je Jonsberg niet weg doen natuurlijk; zorg dat je huis Ikea-vrij wordt, maar hou de Jonsberg als aandenken.
2. Bekijk ook de andere Tichelaar series; ook die van Studio Job, Makkin & Bey, Atelier NL en Dick van Hoff zijn heel leuk (en betaalbaar!)
3. De expositie Hand Made in het Boijmans bezoeken. Deze expositie is geheel gewijd aan nieuwe vormgeving en oude ambachten. Tot 20 mei te zien!
 

dinsdag 26 maart 2013

Lies Cosijn

Lies Cosijn - Exp. afdeling Porceleyne fles - decor Haven

Een van de oudste keramiek fabrieken van ons land is waarschijnlijk de Porceleyne fles in Delft. De fabriek werd opgericht in 1653 en bestaat nog steeds. In de fabriek wordt van oudsher Delfts blauw aardewerk gemaakt (geinspireerd op het oude chinese kraakporceleijn uit China). Maar naast deze lijn heeft de Porceleyne fles nog meer voort gebracht. Aan het begin van de 20ste eeuw bloeide de fabriek op onder leiding van Adolf le Comte. Dit stokje werd uiteindelijk over genomen door Leon Senf. Daarna werd het even rustig, maar in de jaren 50-60 gebeurde er iets bijzonders. Er kwam een experimentele afdeling.
 
De experimentele afdeling van de Porceleyne fles werd opgericht in 1955 door Theo Dobbelmann. Theo Dobbelmann was docent aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, waar ook Sybren Valkema en Bert Nienhuis les gaven. Theo Dobbelmann werd aangetrokken door de toenmalige directeur van de porceleyne fles dhr. de Slechte. De opdracht was eenvoudig; er moet een nieuwe productielijn komen die op geen enkele manier leek op het delfts blauw wat voorheen bij de fabriek gemaakt werd en er mocht geen penseel gebruikt worden. Theo Dobbelmann nam enkele van zijn beste leerlingen mee om te komen werken en ontwerpen voor de Porceleyne fles. De meest opvallende onder hen was Lies Cosijn.
 
Lies Cosijn werd in 1931 geboren in Modjokertó, Indonesië, maar na de WOII verhuist zij naar Nederland. Daar volgde ze van 1951 tot 1955 lessen aan het  Instituut voor Kunstnijverheids-onderwijs. Ze koos voor de richting keramiek van wege haar voorliefde voor klassieke archeologie. In haar Porceleyne fles periode maakte ze dan ook veel aardewerk geinspireert op aardewerk uit de oudheid.  In het begin werkte Lies Cosijn met twee andere collega's op de kleine experimentele afdeling; Jet Sielcken en Emmy van Deventer. De afdeling was speciaal voor hen ingericht. Jet Sielcken maakte het keramiek wat door Lies Cosijn gedecoreerd werd. Emmy van Deventer was specialist in glazuren. De patronen op de vaas Haven zijn aangebracht met engobes en sjabloon technieken. Door het gebruik van deze technieken op ongeglazuurd aardewerk roept de vaas Haven associaties op met pre-colombiaans aardewerk. Het ongeglazuurde aspect en kleurgebruik doet erg denken aan Nazca aardewerk. Ook in de vormgeving herinneren de smalle tuitjes aan pre-colombiaanse tijden. Dit geld niet voor al het werk uit die tijd. Naast de technieken die hier gebruikt zijn werd er ook veel geëxperimenteerd met het ingekraste van motieven en nieuwe manieren van glazuren. Toch heeft veel van dit aardewerk een zelfde naïef karakter, maar door de vakkundige uitvoering wordt dit duidelijk naar een hoger niveau getrokken.
Hierdoor krijgt het vroege aardewerk van Lies Cosijn een heel eigen jaren 60 signatuur. En signatuur die samengesteld wordt uit verschillende elementen waarin "het experiment" het werk bepaald. Maar haar werk heeft ook duidelijk invloed ondervonden van de beeldende kunst uit het Amsterdam van de vroege jaren 60 en de voorliefde van Lies voor keramiek uit de oudheid en haar samenwerking met Jet Sielcken. De signatuur die hieruit ontstaat is echter uniek en kan maar aan één persoon toegeschreven worden; Lies Cosijn.

Lies Cosijn heeft altijd op veel waardering voor haar werk kunnen rekenen. Na de start van de experimentele afdeling kregen ze al snel een grote expositie in het Boijmans aangeboden en ook met haar latere werk wist ze veel musea en verzamelaars voor zich te winnen. Hierdoor behoort ze tot een van de meest toonaangevende keramisten van de na-oorlogse periode.

Tip van de dag: Bekijk ook eens het latere werk van Lies Cosijn via google afbeeldingen. Dit is evident anders dan het werk wat ze voor de Porceleyne fles maakte, maar ook zeer de moeite waard. En de naam Lies Cosijn dus niet meer vergeten.

vrijdag 22 maart 2013

Lysandre

 
Voor mijn verjaardag kreeg ik een nieuw plaatje van mijn schoonmoeder. Een beetje op de gok gekocht, maar soms pakt dat heel goed uit. Zo ook in dit geval. Het debuut album van Christopher Owens; Lysandre.

De voorkant van de plaat doet anders vermoeden. We zien een sombere jonge man op de voorkant met de haren voor de ogen. De achterkant toont de jongen met het haar uit het gezicht; onderuit gezakt op een kleed tussen de planten met gitaar; een college student na een avond stappen. Maar de plaat is veel milder, melodieuzer dan je zou verwachten. De stem van Christopher Owens is eerder zacht en verlegen dan rauwe en zwaar. En daarmee begint de plaat al verrassend.
 
Christopher Owens is de zanger van de band Girls. Waarschijnlijk zullen velen voordat ze deze plaat van Christopher Owens ontdekken ook nog nooit van Girls gehoord hebben. Maar ook Girls is de moeite waard. Toch is de solo-plaat anders. Niet zo zeer experimenteler, maar meer persoonlijk. Het vertelt een verhaal. Een verhaal over de eerste tour van Girls. En dat maakt de plaat tot een interessant geheel. De plaat is opgedeeld in drie delen en er zit een thema in; Lysandre's theme, waar de plaat mee opent. In Part one volgen we Christopher op het Amerikaanse deel van de tour. Het theme is nog in mineur en komt in een variatie aan het eind van ieder nummer terug. Dan horen we een vliegtuig en een trein en vertrekken we voor Part two (deel twee van de tour) naar Europa. Hier is de toon in een keer vrolijker. Het theme is nog wel te herkennen in Riviera Rock, maar is opgewekt en zomers. In Part two komen we Christopher tegen op een festival in Frankrijk waar hij Lysandre ontmoet. Liefde bloeit nog verder op, maar het festival loopt op zijn eind. Christopher moet zijn tournee vervolgen en dus wordt de mineur versie van Lysandre's theme weer ingezet. Er volgt een mooi Epiloog en daarmee is Christophers magical mystery tour ten eind.
 
Toch zullen we waarschijnlijk nog veel gaan horen en zien van Christopher Owens deze zomer. Want hoe onwaarschijnlijk het ook mag lijken als je de foto op de achterkant van de plaat ziet, Christopher Owens is ook nog eens gekozen tot het gezicht van de printcampagne van Yves Saint Laurent.
 
Tip van de dag: Die laat zich raden; Lysandre kopen! Als je hem draait voel je de zomer komen en dat hebben we na zo'n koude winter wel verdiend!

zondag 17 maart 2013

Hoera! Hoera!

 

Inland empire is jarig! 2 jaar geleden ben ik op aandringen van mijn zus begonnen met een web-blog. De ruggengraat van de web-blog wordt gevormd door mijn collectie. De collectie was dan ook de directe aanleiding om te gaan schrijven. Vaak ben ik zelf erg enthousiast over nieuwe aanwinsten. Maar omdat het voor mijn directe omgeving vaak niet geheel duidelijk was wat er nou precies zo leuk was aan de dingen die aan de collectie toegevoegd werden stuurde ik ze een mailtje met daarin een korte verklaring. Uiteindelijk werd de mail-lijst zo lang dat het idee van een blog ontstond. En nu zijn we dus ruim twee jaar en 75 berichten verder.

Om dit heugelijke feit te vieren; vandaag een blog over wat bloggen je nou concreet oplevert. Naast dat het tijd kost win je er namelijk ook wat mee. Hier dus het "wie wat waarom".

Voor wie blog ik eigenlijk? In eerste instatie voor mijzelf. Dat klinkt misschien raar. Maar verzamelen is een vorm van research. Het gaat mij vaak niet om het object opzich (uiteraard moet het wel mooi zijn en een zekere waarde vertegenwordigen), maar het gaat ook voor een groot gedeelte over geschiedenis. Wie maakte het, waarom en wat is de waarde van het werk in de tijd en binnen het ouevre van de kunstenaar. Dit zocht ik al uit voor mijn eigen lering en vermaak. Maar door het op te schrijven is deze informatie ook terug te lezen en blijft het beter beklijven. Maar daarnaast is het ook voor mijn directe omgeving. Kennis delen is altijd leuk en zo begrijpt mijn omgeving mijn enthousiasme beter. Zonder kennis staat de wereld stil en verliezen dingen hun waarde.
Door mijn blog openbaar te maken help je ook andere verzamelaars en belangstellenden. Veel kennis is niet via internet terug te vinden en moet je nog uit boeken en oude catalogi, tijdschriften en krantenknipsels halen (of zelfs mondelingen overlevering). Op deze manier maak ik delen van deze informatie digitaal toegankelijk en voeg ik feitelijke kennis uit verschillende bronnen samen tot een nieuw verhaal. In twee jaar is Inland empire ruim 9000 keer bezocht en bij "google afbeeldingen" staan vrijwel alle foto's die ik geplaatst heb op de 1ste twee pagina. Er is dus belangstelling en de blog wordt niet alleen door vrienden en kennissen gelezen.

De waarom vraag is dus ook al enigszins verklaard. Ik doe het om de kennis over mijn eigen collectie te vergroten. Soms om mensen te tippen voor een leuke film, nieuwe plaat of leuke expositie. Of gewoon te vermaken met een grappig verhaaltje. Gek genoeg krijg ik op de blogs met weinig feitelijke kennis de meeste reactie (bijv. de blog over labeltjes, stickers op potjes en fruit of over het aangeven van je kind). Daarnaast zie je dat de blog goed gelezen worden over die mensen waar maar weinig informatie over beschikbaar is (zoals Lea Halpern, Lucie Q Bakker en de Rotterdamse kunstenaars).

Maar dan de laatste vraag; wat levert het je nou eigenlijk op... Veel! Uiteindelijk komt het schrijven of je collectie je collectie ook ten goede. Het zorgt ervoor dat ik weet wat we in huis hebben en stimuleert om dingen echt goed uit te zoeken. Hierdoor leer ik veel over de geschiedenis van de Nederlandse kunst in de 20/21ste eeuw. Maar door mijn blog ben ik ook in contact geraakt met andere verzamelaars en heb ik via hen weer nieuwe dingen aan kunnen kopen en krijg ik nieuwe kennis aangeboden. Ook krijg ik veel reacties van "vreemde" die nieuwe informatie hebben over de dingen die ik plaats. De leuke reactie kwam via de dochter van Louis van Roode, die mij wist te vertelen dat de vrouw op het werk wat ik van hem heb, haar tante is en dat zij Lotte heet. Na de dood van zijn vrouw, hertrouwde Louis van Roode met haar. Vandaar dat ze op veel schilderijen en tekeningen te zien is.
Ten slotte maakt het feit dat je de foto's van mijn collectie makkelijk terug kan vinden via "google afbeeldingen" mijn collectie in zijn geheel bekender. Niet dat het me hier direct om te doen is, maar je weet maar nooit wat de toekomst brengt...

Tip van de dag: blijven volgen. Vanwege drukte loop ik enigszins achter met schrijven, maar er staan al weer heel wat concepten klaar. Maar nu eerst tijd voor taart!