vrijdag 13 juni 2014

Rotterdamse stoeltjes: DEEL II: De Zuiderzee stoel door Richard Hutten

Zuiderzee stoel - Richard Hutten 2011
 
De tweede blog in de serie Rotterdamse stoeltjes gaat uiteraard over een van Nederlands bekenste designers: Richard Hutten. We vinden het atelier van Richard Hutten aan de Rotterdamse fruithavens. Hier vestigde hij zich in 1991 na zijn opleiding aan de Design academie in Eindhoven. Wanneer je over Marconieplein langs het water naar Schiedam fiets herken je zijn werkplaats direct aan het Witte Olifantje wat aan de gevel genageld staat (low res elephant welke hij ontwierp als lamp/krukje voor de kinderkamer van zijn zoontje). De plek is afgelegen, maar met een schitterend uitzicht over de bedrijvige haven van Rotterdam met de skyline van Schiedam op de achtergrond. Richard Hutten verkeerd hier in goed gezelschap met Atelier van Lieshout om de hoek en enkele meters verder op het atelier van Wieki Somers.
 
Richard Hutten nauw betrokken bij het Dutch Design label Droog sinds de oprichting hiervan in 1993 door Gijs Bakker en Renny Ramakers. Daarnaast werkte Richard aan een eigenproductie in de werk plaats en in opdracht voor andere grote labels. Zijn samenwerking met Gispen resulteerde in 2008 tot de aanstelling als creative director van Gispen en ontwierp hij een geheel nieuwe "Home collection" voor Ngispen. De serie richt zich met name op productie die, in tegenstelling tot de andere gispen artikelen, voor thuis bedoeld zijn. In deze serie zijn meerdere stoelen opgenomen, maar een van de leukste daarvan is de Zuiderzee Chair.
 
De Zuiderzee chair stampt uit 2011 en werd ontworpen in opdracht van het Zuiderzee museum in Enkhuizen. Het Zuiderzee museum is al enkele jaren bezig met een ambiteuze verjongings/vernieuwingsslag waarbij vele bekende Dutch Designers producten hebben ontwikkeld voor het museum geinspireerd op items uit hun vaste collectie. Ook Scholten & Baijings en Christien Meindertsma ontwierpen voor het museum, maar in 2011 was het dus de beurt aan Richard Hutten. De stoel is geinspireerd op oude kerkstoelen. In 1967 kochten "de vrienden van het Zuiderzee museum" veertig knopstoelen op een kerkveiling voor de Wieringer kapel welke zich op het terrein van het museum bevindt. Richard Hutten versimplificeerde de stoel tot een uitermate functioneel, maar mooi in beukenhout uitgevoerde stoel.
 
Dit kenmerkt dan ook meteen het werk van Richard Hutten. Zoals hij zelf aangeeft moeten zijn ontwerpen wel vernieuwd zijn en iets toevoegen aan wat er al is, maar bovenal moeten de ontwerpen functioneel zijn. "Daarom ben ik Designer. Anders was is wel beeldhouwer of kunstenaar geworden" aldus Hutten. Toch wordt het design van Hutten ook door velen als Kunst herkend en erkend. Zo is zijn werk opgenomen in de vaste collectie van meerdere notionale en internationale musea van het Stedelijk en het Boijmans tot het MoMA in New York.
 
Tip van de dag: het boek "Hands on Dutch design" kopen. Hierin staan naast het werk van vele andere ook veel ontwerpen van Richard Hutten met eveneens een uitgebreid interview met de ontwerper, foto's van zijn atelier en een uitgebreid verhaal over de innovaties van het Zuiderzee museum. Zeer de moeite waard!

zaterdag 31 mei 2014

Rotterdamse stoeltjes: DEEL I: Shaker chair door Joep van Lieshout

Shaker Chair - AVL

Het mooie van verzamelen is dat er binnen een verzameling altijd ruimte is voor "sub"-verzamelingen. Verzamelingen van items binnen de verzameling. Een van de mooiste voorbeelden is de klokken verzameling binnen de Meentwijck collectie van Dirk Nienhuis, maar vrijwel alle verzamelaars hebben wel zo'n verzamelingetje binnen hun verzameling. Zelf had ik al een aardige verzameling Lanooy en Chris van der Hoef aardewerk binnen mijn verzameling en ook het aandeel Scholten & Baijings objecten is de laatste maanden explosief gestegen, maar dit zijn dingen die aan een ontwerper gekoppeld zijn en niet zo zeer aan een onderwerp. Maar met de komt van de Dependance heb ik een nieuwe sub-verzameling bedacht; stoeltjes! En dan alleen stoeltjes door Rotterdamse ontwerpers.

Eerste in de reeks is de Shaker chair van Joep van Lieshout. Het stoeltje werd in 1999 in productie genomen door Lensvelt en door Moooi. Beide designmerken hebben de stoel bij een groter publiek bekend gemaakt, maar Joep van Lieshout heeft ze nooit om die reden ontworpen. Dat zou ook totaal niet in de aard van de kunstenaar passen. Joep ontwikkeld dingen in een bredere context met een verhaal en een visie en niet voor de massa, maar wat is dan het verhaal achter de Shaker chair… Dat is natuurlijk de eerste vraag die rijst als je het vreemde "naar achter hellende" stoeltje ziet.

Gelukkig komt Joep van Lieshout uit Rotterdam, waardoor een (semi) toevallige ontmoetingen wel makkelijker te realiseren is. Op een van mijn vele fietstochtjes naar de Keileweg en het MUNDO-terrein was hij daar opeens. De zwarte Saab stopte op het terrein van het nabij gelegen Kunstencomplex en Joep stapte uit. Na een korte rondleiding door de werkplaats moest Joep weer verder, maar ik had hem gesproken; een goede eerste stap. De tweede ontmoeting volgde een goede twee maanden later in DordtYart (Dordrecht) waar Joep een lezing hield over zijn werk. Joep liet veel foto's zien van heel vroeg en recent werk en flitste daarbij door de tijd heen. En ergens eind jaren '90 schoot daar opeens de Shaker Chair voorbij. Waar komt de stoel van daan... Hier het verlossende antwoord:
De Shaker Chair is vernoemd naar een Engelse religieuze gemeenschap die eind 19de eeuw in het noorden van Amerika was gaan wonen. De communie leefde volledig autarkische en maakte ook al hun meubelen zelf, welke in die tijd zeer modern waren en gekenmerkt werden door soberheid en functinaliteit met een architecturaal karkter en vrijwel geen decoratie. Joep van Lieshout ontwierp de stoeltjes voor zijn instalatie "the Good, the Bad and the Ugly" in 1998. "the Good, the Bad and the Ulgy" was een opdracht voor The Walker Art Center in Minneapolis. Zij vroegen Atelier van Lieshout (AVL) een mobiel "Art centre" te ontwerpen, waarmee ze naar achterstandswijken en scholen konden reizen om op die manier de kunst dichter bij deze kinderen te brengen. AVL vond dit een goed idee onder die voorwaarde dat er ook een plaats zou zijn voor de "donkere" kant in het ontwerp. De instalatie werd uiteindelijk gevormd door een grote trailer van aluminium "the Good" die na zijn rondreis terug kon keren naar "the Bad". "The Bad" was een groot zwart houte huis. Het model van het huis is ontleend aan de hut van Theodore John (Ted) Kaczynski (beter bekend als de UNABOMBER) die vanuit zijn schuilplaats meerdere bomaanslagen voorbereidde. In "the Bad" van Joep van Lieshout woonde dus ook de "donkere" slechte dingen. Zo bevond zich in "the Bad" een bommenfabriek en een ruimte om kinderen in te martelen. In het huis stonden uiteraard ook stoelen; the shaker chairs. "mensen moeten toch ergens op kunnen zitten" aldus Joep van Lieshout.

Nu staan er dan vier Shaker chairs in de dependance en ik denk dat ik de bommenfabriek en kindermartelruimte maar achterwege laat. De stoeltjes zijn zelf al martelwerktuig genoeg. Ze zien er leuk uit, maar zitten doen ze voor geen meter. De leuning is te laag waardoor je er niet tegen aan kunt zitten zonder de scherpe bovenrand in je onder rug te voelen snijden. Maar gelukkig gaat het bij stoelen ook om het ontwerp en niet om het zitgemak ;)

The Good - Keileweg Rotterdam

Tip van de dag: Eens een keertje naar de Keileweg fietsen. Niet alleen heb je dan een kans op een ontmoeting met Joep van Lieshout. Ook "the Good" is daar nog te bewonderen. De oude trailer staat nu langs het oude loods waar het vroege ALV lokatie was (voor de verhuizing naar het MUNDO terrein)

Detail: Uiteraard kan een blog over Joep van Lieshout niet anders dan in het door hem verkozen meest eenvoudige lettertype Arial, omdat alle andere lettertypes te veel af zouden leiden van de context

maandag 19 mei 2014

Waar Dutch design begon: DEEL I: Cees Braakman en Pastoe

Cees Braakman - Pastoe FM08
Als je een punt aan zou moeten wijzen waar modern design begint is dat ergens aan het eind van de jaren 30. De Art Deco en Art Nouveau/Jugendstil hebben hun beste tijd gehad en het Modernisme heeft een andere toon gezet. Een toon waarvan de klank met name bepaald wordt door de toegenomen industrialisatie. Er komen steeds meer en steeds ingewikkeldere machines die grootschalige productie mogelijk maken. Maar deze producten moeten wel ontworpen worden en dus moeten er "designers" opgeleid worden. Wat voorheen het gebied was van architecten die door ambachtslieden op kleine schaal meubels lieten vervaardigen, werd steeds meer het terrein van industrieel ontwerpers die grootschalige producties in gespecialiseerde fabrieken verwezelijkten. Het ontwerpen van een functioneel meubel wordt een vak.

En Nederland doet het goed op design gebied. Zo goed zelfs dat we er wereld beroemd om zijn. Dutch design is sinds eind jaren 90 een zeer succesvol "merk" geworden wat staat voor innovatieve, onconventionele ontwerpen (vaak met een humoristisch of speels accent). Met de internationale erkenning voor het werk van ontwerpers als Maarten Baas, Studio Job, Hella Jongerius, Scholten en Baijings en Marcel Wanders, is Nederland niet meer weg te denken van het hedendaag design toneel. Toch ligt de basis van dit succes jaren voor de introductie van de term Dutch Design. Het is dan ook geen verrassing dat er voor de ontwerpers en verwante labels uit het verleden steeds meer aandacht en erkenning komt. Labels als Artifort, Gelderland, 't Spectrum, Gispen, de Ploeg en Pastoe omarmen nieuwe succesvolle ontwerpers als Scholten en Baijings, Bertjan op en Richard Hutten, maar kijken ook terug op wat ze in het verleden hebben neer gezet. Pastoe deed dit vorig jaar nog met een grote expositie in de Kunsthal ter gelegenheid van hun 100 jarig bestaan.

Speciale aandacht, in dit kader, verdient Cees Braakman. De innovatieve ontwerpen van Cees Braakman zijn crusiaal geweest voor het ontstaan van design in Nederland. Cees Braakman (1917-1995) begon als 17 jarige jonge man in de fabriek waar zijn vader voor de tweede wereld oorlog al bedrijfleider en ontwerper was. Na de oorlog was er echter niet veel meer over van de "Utrechtse Machinale stoel- en meubelfabriek" UMS. De naoorlogse jaren waren dan ook moeizaam, maar in 1948 kwam hier verandering in. Cees Braakman kwam terug van zijn studiereis naar Amerika waar hij o.a. de fabrieken van Herman Miller bezocht had. Hier had hij technieken gezien om multiplex te buigen gezien en te verwerken in meubels. Geïnspireerd door de meubelen van Charles Eames begon Braakman aan een nieuwe meubellijn onder een nieuwe naam UMS Pastoe. De invloed van Eames is goed terug te zien in een aantal ontwerpen van Braakman, maar toch heeft zijn werk weldegelijk een duidelijk eigen karakter. M.n. de Japanse serie, de CB (beukenhout serie) en de FM serie behoren tot een van zijn succesvolste ontwerpen. Ook heeft Cees Braakman in samenwerking met TOMADO (van der Togt Massa Artiekelen Dordrecht) een zeer succes volle serie stoelen in draadstaal gemaakt. De meubelen van Braakman zijn dan ook erg populair en worden wereldwijd verzameld. In 2007 werd er in Londen nog 4200 pond voor een dressoir uit de Japanse serie betaald. Ik kocht twee stoelen uit de FM serie via marktplaats. De stof was versleten en de verkoper had ze bij het grofvuil willen zetten. De oude kapotte stoeltjes van zijn ouders hoefde dan ook niet veel te kosten zei hij...

Tip van de dag: Het Pastoe boek kopen en goed doornemen. En goed op blijven letten. Veel mensen doen Pastoe meubelen weg omdat ze makkelijk beschadigd raakte en kinderen vaak niet weten wat ze met die oude "troep" van hun ouders moeten, maar meubels zijn vaak gemakkelijk op te knappen en ook in slechte staat vaak veel meer waard dan je ooit gedacht had.

donderdag 20 februari 2014

2 na 12

Stilleven met klok - Led Brand

Schilderijen leggen soms vreemde reizen af. Sommige schilderijen hebben het goed en komen in de mooiste huizen en musea en reizen op deze manier de hele wereld rond. Maar sommige schilderijen worden getroffen door een zwaarder lot en moeten soms lang wachten tot er iemand is die zich over hen ontfermd. Zij verdwalen en komen om plekken terrecht waar ze soms jaren niet gevonden worden. In donkere hoekjes van zolders, schuren en loodsen staan ze daar te wachten. Wachten op betere dagen. Zo ook "stilleven met klok" van Led Brand uit 1976.

Op een druilerige zaterdagmiddag rij ik op de fiets de inboelhandelaren in het Oude Noorden (Rotterdam) af. Veel van waarde staat er eigenlijk nooit, maar je kunt nooit weten... en daarom blijven we maar rondjes fietsen opzoek naar een schat; opzoek naar verdwaalde schilderijen die gevonden willen worden.
Zo kom ik iets na twaalven aan in loods van een inboedelhandelaar aan de linker Rottekade. De hal is gevuld met "hoog/laag"bedden, wasmachines, goedkope linnenkasten en bankstellen met her en der een rolator, scootmobiel of postoel. Het is duidelijk waar de inboedels vandaan komen, laten we maar zeggen... Maar achter in de hoek van de enorme loods staat een bak en in die bak staan lijsten. De meeste lijsten zijn kapot. Het glas is gebroken en de verschoten posters die de lijsten vullen zijn beschadigd door het gebroken glas. Maar dan ineens; vanachter een grauwe stoffig aluminium frame komt er opeens een stukje van een olieverf doek te voorschijn. Het is niet veel 5 centimeter van de bovenrand is zichtbaar, maar direct zie je dat het om een doek van grote kwaliteit gaat. Ik trek de lijsten naar voren en til het doek uit de dak. Het is een groot werk zeker 1 meter bij 1,20. Even slaat de twijfel toe. Is dit echt wat ik denk dat het is... Ik buk me naar voren en lees LED 1976 en ik weet het zeker! Het gaat om een werk van Led Brand en de achterkant bevestigd dit nogmaals. L.Brand voorstraat 192 Dordrecht staat er te lezen. Precies waar Led zijn atelier zich bevindt aan de voorstraat, in het gebouw van teekengenootschap Pictura. "Niet in direct zonlicht hangen" staat er ook nog op de rand, maar ik weet zeker dat het nooit zijn bedoeling is geweest om het doek daarom in het donkerste hoekje van de loods aan de Rottekade te parkeren en besluit daarom direct het doek een beter leven te gaan geven. Ik reken een bizar bedrag of voor een doek van dit formaat en kwaliteit en vervolg mijn reis naar huis.

Het schilderij toont een stilleven met een kolk die op een sokkel staat. De sokkel is beschilderd in een granito patroon. Naast de kolk staat een apothekerspotje waar een hagedis uit kruipt en ook in de sokkel is nog een hagedis verstopt. De achtergrond wordt gevormd door een enorme close-up van de boom die op het Villeroy&Boch klokje afgebeeld staat. En het is 2 over 12!

Enkele maanden daarna ben ik bij Led in Picutura. Ik loop de houten trap op naar zijn atelier en blijf even voor het schilderij van de oud leden staan. Led heeft er aan mee geschilderd vertelt de huismeester van Picutura. En daar tussen alle leden staat opeens die zelfde sokkel als op het schilderij "stilleven met klok". De huismeester vertelt dat Led die sokkel ooit zo gemaakt en beschilderd had om zijn stillevens op te situeren.
Led is aan het werk als ik binnen kom. Ik vraag hem hoe het gaat en bekijk zijn nieuwste werk. Dan vraag ik hem naar het schilderij "stilleven met klok". Led weet direct over welk schilderij het gaat. Een van zijn mooiste doeken zegt hij zelf. Het was zijn afstudeer stuk. Ik vraag hem hoe het kan dat het doek verdwaalt is geraakt. Dat weet hij niet. Hij heeft het in 1976 aan een advocaat verkocht die veel kunst kocht van net afgestudeerde academiestudenten. Wat er daarna mee gebeurd is weet hij niet. Het werk is gemaakt in Pictura waar hij toen ook al zijn atelier had. Wat er met de kolk gebeurd is weet hij ook niet meer. "Je schildert zo veel en je kan niet alles bewaren..." zegt hij.

Ik zeg Led gedag en vervolg mijn rondje door Dordt. Niet heel veel later kom ik Ton van Dalen*  tegen voor zijn huis aan de wijnstraat. We raken aan de praat en hij nodig mij uit voor koffie. Even later zitten we aan de keukentafel en ik vertel dat ik bij Led vandaan kom, omdat ik een schilderij van hem heb gekocht. Ik laat hem op mijn i-Phone de foto van het werk zien. Ton lacht; "dat werk ken ik wel ja! Die klok was van mijn ouders. Wij woonde toen ook in Picutura en Led leende geregeld items voor stillevens van ons". "De klok is tijdens een verhuizing helaas gesneuveld" vertelt hij. Ook de sokkel blijkt niet meer te bestaan en Led is er niet eens zeker meer van of deze wel echt bestaan heeft... Maar gelukkig hebben we het schilderij nog!

Tip van de dag: Altijd alle bakken met lijsten door spitten. Het kan je zomaar gebeuren dat je een verdwaalt schilderij tegen komt.

* Ton van Dalen: Dordtse kunstenaar en docent aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam

zaterdag 11 januari 2014

Follow the white rabbit...

Lise Lefebvre

Van de zomer zag ik het witte konijntje voor het eerst. Het zat in de kofferbak van een auto. De auto stond daar in het kader van de opening van het cultureel seizoen en was van de eigenaars van Sweatshop deluxe. Ik had nog nooit van Sweatshop deluxe gehoord, maar zij vertelde mij dat ze naast hun kofferbakverkoop ook een winkel hadden aan de zaagmolendrift (onderdeel van de zwaanshalsroute in Rotterdam Noord). Het konijntje was ontworpen door Lise Lefebvre; ook haar kende ik niet. Ik zette het konijntje terug in de kofferbak en nam afscheid. Toch bleef het konijntje me boeien. Ik moest weten waar het konijn vandaan kwam en dus besloot ik het witte konijn te gaan zoeken!
 
Zo kwam ik op een zaterdag in januari in Sweatshop deluxe aan de Zaagmolendrift terecht. De winkel blijkt meer weg te hebben van een werkplaats. De man in de winkel vertelt me hoe dat komt. De filosofie achter de winkel is zo niet belangrijker dan de producten die er verkocht worden. De winkel biet jonge ontwerpers de mogelijkheid om hun ontwerpen in productie te nemen en dit op een sociale en milieu bewuste manier te produceren. Dit gaat als volgt; je hebt een idee of ontwerp, hiermee kom je naar de werkplaats. Daar zit een team van 8 mensen die nagaan of de productie haalbaar is met de faciliteiten die zij kunnen bieden. Deze faciliteiten lopen uiteen van producties in textiel, hout en keramiek. Is een product geschikt voor productie dan gaan ze aan de slag. Van het konijn werd een 3D print gemaakt naar het ontwerp van Lise Lefebvre. Hier werd vervolgens een mal van gemaakt en vervolgens werden de konijntjes in verschillende kleuren in keramiek uitgevoerd. De uitvoering hiervan wordt gedaan door vrouwen die al langere tijd in de bijstand zitten. Het is een arbeidsintensieve productie legt de man uit. De konijntjes worden meerdere keren gebakken en telkens met de hand bijgewerkt om ze mooi hoekig van aspect te houden. 
 
Recent is er een grotere variant van de konijnen in productie genomen. De oude mal was versleten, vertelt de verkoper. Juist hierom besluit ik een van de weinig overgebleven konijntjes uit de eerst serie te kopen. Deze hebben allen nog een originele stempel van Lise Lefebvre op de onderkant. De oplage van de eerste serie is ook niet enorm; rond de 50 stuks!
 
Wel loopt er een tweede productielijn in het atelier van Lise Lefebvre zelf. Want wie is Lise Lefebvre?  Lise Lefebvre is een jonge ontwerpster van textiel en product design. Groeide op in Frankrijk en New York, maar studeerde van 2005-2007 aan de design academie in Eindhoven. Na haar opleiding begint ze een eigen studie waarin ze samenwerkt met onderandere Joris Laarman en Christien Meindertsma. Maar Lise Lefebvre doet meer. Ze is tussen 2007-2010 product developer voor het texiel museum in Tilburg en geeft sinds 2010 les aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam. Daarnaast was haar werk in 2008 al te zien in het MoMA (New York). Kortom; een naam om te onthouden dus...
 
Tip van de dag: een konijntje kopen natuurlijk! Zeker die uit de eerste serie zijn het kopen meer dan waard. De konijntjes zijn bizar goed betaalbaar, zeker gezien het feit dat ze volledig handgemaakt zijn en daardoor allemaal een uniek karakter hebben.

zondag 10 november 2013

Draden in glas



Eerder schreef ik een blog over de ontwikkeling van de vrije glaskunst (studio glas) naar aanleiding van de Manhattan unica van Willem Heesen. Hoewel in de naam in de blog over Heesen ook al een keer kort genoemd is, is er een naam die meer aandacht verdient in deze context; Sybren Valkema.
 
Sybren (Iep) Valkema (1916-1996) was 24 jaar toen hij van de academie in Den Haag kwam in het de tweede wereld oorlog het culturele klimaat in Nederland grof verstoorde. Ook de glasfabriek had het moeilijk in die tijd. Door een gebrek aan grondstoffen en slechter socio-economische status van de Nederlandse bevolking maakte dat Andries Dirk Copier als enige ontwerper overgebleven was. Na enkele sobere jaren, waarin met name de succesvolle model uit het verleden nog in vereenvoudigde vormen en kleur geproduceerd werden gloeide er eind 1943 toch weer wat hoop aan de horizon.
Er was misschien weer wat meer mogelijk; de geallieerde winnen steeds meer gebied en de Amerikanen zijn begonnen met de bombardementen op Berlijn. Nazi Duitsland komt steeds meer onder druk te staan. In dit jaar ontmoet Copier Sybren Valkema. Samen maken ze plannen voor de toekomst. Copier richt de glasschool in Leerdam op; een school die als doel had kunstenaars verder te bekwamen in het ontwerpen en toe uitvoering brengen van glaskunst. Valkema trad aan als docent esthetische vorming. In 1949 zou jij tevens adjunct directeur worden van de Gerrit Rietveld Academie waar hij tevens aan de glaskunstafdeling doceerde. Hij leidde veel bekende glaskunstenaars op waaronder Willem Heesen.
 
Samen met Willem Heesen, A.D. Copier en Floris Meydam vormde Sybren Valkema de ruggengraad van de naoorlogse glaskunst in Nederland. Er werd veel geëxperimenteerd met nieuwe technieken. Zoals al eerder beschreven in de blog over Willem Heesen, ging dit volgens het Unica-serica principe. Er werd in nauwe samenwerking met een meesterglasblazer getracht nieuwe innovaties te realiseren en optimaliseren om vervolgens vanuit, de unieke producten die hierbij ontstonden, nieuwe modellen te ontwikkelen die in een serie gemaakt konden worden.
 
Sybren Valkema werd het meest geroemd om zijn draadpatronen in glas. Door verschillende glasverzachters te gebruiken ontstonden er verschillende soorten glas die verschillende smeltpunten hadden. De eerste laag werd heet gemaakt in de oven. Vervolgens werd er met gekleurd glas een tekening/patroon aangebracht op het hete glazen bolletje. Deze werd verder uitgeblazen en in een tweede laag glas gedompeld. Hierdoor ontstond er een product wat uit verschillende lagen glas bestond waarbij draden van gekleurd glas gevangen werden tussen twee transparante lagen. Valkema maakte vele unica's op deze manier en er volgde dan ook enkele serica-lijnen waarin deze techniek toegepast werd.
 
Sybren Valkema werkte altijd op free-lance basis voor de glasfabriek. Niet weerhield hem er dan ook van op in 1965 na zijn reis met Willem Heesen naar de World Craft Counsil in New York, de eerste studioglas oven van Europa te bouwen (naar model van Harvey Littleton die deze in 1965 in New York presenteerde). Naast Unica's voor glasfabriek zijn er na 1965 ook veel unica's in eigenbeheer geproduceerd vanuit zijn ateliers in Amsterdam en Blaricum.
 
Ook was Valkema nauw betrokken bij de oprichting van de experimentele afdeling van de porceleyne fles (zie blog Lies Cosijn) welke opgezet werd vanuit de Gerrit Rietveld academie waar Sybren Valkema adjunct directeur was. Daarnaast heeft Valkema vele nationale en internationale lezingen gegeven en nam hij een belangrijke positie in binnen de World Craft Counsil.
 
Tip van de dag: Zie je een Unica van Sybren Valkema, koop hem dan (of laat het mij weten). Ze zijn erg zeldzaam en begeerlijk. Must-have in een mooie verzameling toegepaste kunst van de twintigste eeuw. 
 
 

vrijdag 11 oktober 2013

Op bezoek bij Arie

Atelier Arie de Groot - najaar 2013

Wie is Arie de Groot? Wie is de man achter de mysterieuze witte werken met stippen en lijnen. De man die verschillende materialen samen laat vloeien tot een harmonieuze esthetische eenheid. Ik kon het niet; ik kon niet op de bank blijven zitten wetende dat de man die een van mijn meest recente aankopen gemaakt heeft hier om de hoek woont. Dus ben ik er heen gegaan en heb aangebeld.
 
Zijn vrouw doet open. "Hallo, is Arie er ook...", ze zegt nee en kijkt me vragend aan. Ik besluit haar uit te leggen waar ik opeens vandaan kom en waarom ik nu bij haar voor de deur sta. Even later sta ik in de woonkamer van de kunstenaar. De woonkamer is gevuld met prachtig antiek Afrikaans aardewerk, andere verzamel objecten en een grote boekenkast. Er hangen enkele kleine werken van Arie, maar hij houdt er niet van zich te omringen met zijn eigen werk verteld zijn vrouw. Na een kort gesprek laat ik mijn telefoonnummer achter.
 
Die avond nog wordt ik gebeld door Arie de Groot. "ik heb een voorstel; als je morgen om 10 uur hier bent neem ik je mee naar mijn atelier" zegt de stem door de telefoon. Ik aarzel geen moment. De volgende dag om de afgesproken tijd sta ik opnieuw voor de deur van het huis aan de Bergsingel. "Arie de Groot" zegt hij en schud mij de hand.
 
We stappen in de auto en rijden over de Willemsbrug naar Zuid. We stoppen voor koffie praten wat en rijden door naar het atelier in het oude schoolgebouw aan de Heer Daniel straat. Het atelier bevindt zich op de eerste verdieping en heeft een twee grote ramen aan weerszijde van de ruimte. Van uit het atelier heb je een mooi uitzicht op de skyline van de Wilhelminapier. De ruimte is groot en licht. Tegen de achterwand staan oude werken opgestapeld. De andere muur is wit gelaten. Hier staan enkele recente werken die binnenkort naar pAN-Amsterdam zullen gaan om daar aan het publiek getoond te worden.
 
Arie verteld over zijn opleiding. Zijn vader was veehandelaar in Hendrik-Ido-Ambacht. Van huis uit heeft hij nooit iets van kunst mee gekregen. Tot hij op de kweekschool in Dordrecht kwam. Hier krijgt hij kunstgeschiedenis les. Dit fascineerde hem zo dat hij besloot zelf ook kunstenaar te worden. Met 10 onvoldoends en een 10 voor tekenen stopte Arie de Groot in het 4de jaar met de Kweekschool en schreef zich in aan de academie in Rotterdam. Hier kon hij zijn draai niet vinden en na enkele maanden stopte Arie de Groot met de opleiding mede vanwege het feit dat hij opgeroepen werd voor militaire dienst. Nadat hij zijn dienstplicht had volbracht ging hij bij een drukkerij op het noordereiland werken (in Rotterdam). Toon hij hoorde dat er een nieuwe kunstopleiding opgericht was in Haarlem, gaf hij zijn baan op in een laatste ultieme poging autonoom kunstenaar te worden. Hij schreef zich in bij Ateliers '63, waar hij met succes zijn opleiding afrondde.
 
Ik vraag hem naar zijn inspiratiebronnen en refereer aan de gelijkenissen met de patronen en stoppels die het Afrikaanse aardewerk kenmerkt. Arie vertelt dat hij uit die patronen ook directe inspiratie haalt. Daarnaast inspireert het ambachtelijke naïeve karakter van de volkskunst hem ook enorm. Hij is nooit in Afrika geweest. Veel werk kocht hij bij een gespecialiseerde galerie in Delfshaven. Reizen hebben ze nooit veel gedaan. Het toerisme trekt hem niet. Wel heeft hij een reis naar Japan gemaakt. Japanse kunst is ook altijd een belangrijke inspiratiebron geweest. "ik vind het fijne van Japanse kunst dat het werk zich niet op dringt". Ik kijk door het atelier en besef dat het Arie gelukt is dat element in zijn werk te verwezenlijken. De ruimte ademt harmonie en rust.
 
Samen lopen we door de werken. We bekijken hele vroege stukken en werk van recentere data. Het meeste werk is zwart/wit met minimale kleuraccenten. Vaak zijn er objecten in zilver/aluminium aan de tekeningen toegevoegd. Het meer en deel van het werk is abstract, maar soms zijn er opeens toch figuratieve toevoegingen te ontdekken. De inspiratie hiervoor komt van plaatjes uit boeken die in een grote kast in het atelier staan; boeken over model, gebruiksvoorwerpen, prentkunst ect.. "ik heb altijd abstract gewerkt" zegt hij. "Ik maak geen plaatjes" het gaat in het werk om een gevoel wat bijna aan het religieuze raakt. "Daarom hou ik er ook nooit van als mensen vragen wat het voor moet stellen. Dat is niet uit te leggen." Hij ergert zich aan mensen die dat kennelijk niet lijken te begrijpen. "Sommige dingen laten zich niet uitleggen." De fascinatie vorm daarmee wel een wezenlijk onderdeel van zijn thema's. Het ondoorgrondelijke karakter en de aanwezigheid van dat wat niet zichtbaar is boeit hem. Titels geeft hij zijn werk dan ook haast nooit. Ieder woord wat je aan de gecreëerde mystieke stilte toevoegt, kan als een donder slag de gehele lading van het werk te niet doen. "Titels kunnen alleen als ze het raadsel van het werk vergroten; dan voegt het iets toe. Anders is het een niets zeggende storende toevoeging".    
 
Een ander ding wat opvalt terwijl we de werken bekijken is de wisseling in formaat. Sommige tekeningen zijn klein en liggen in een archief ladekast. Andere beslaat haast de gehele achterwand van het atelier. Arie vertelt dat hij altijd klein begint. Schetsen of voorstudies maakt hij niet. Hij experimenteert op klein formaat en laat dit langzaam groeien. Naarmate hij meer vertrouwen krijgt en het idee heeft dat hij op een goed spoor zit laat hij het langzaam groeien. Het werk wat ik van hem heb is zo'n resultaat van een groei periode. 
Ik vraag hem tenslotte waarom hij maar zo'n korte periode met kleur gewerkt heeft. "De kleuren dingen zich te veel op. Ik wist niet hoe ik daar mee verder moest. Uiteindelijk is me dit in mijn recente werk wel gelukt. Hierin heeft kleur een plaats zonder dat het dominant wordt."
 
Als laatste toegift wil Arie een van zijn grootste werken laten zien. We schuiven wat werken opzij en halen samen een werk van ruim 2,5x2,5 meter tevoorschijn (bestaande uit twee delen). Hierin komen veel elementen uit andere werken samen. figuratieve patronen van jurken, cirkels van stippen, abstracte potlood tekeningen, opgewerkte randen en zilverkleurige fragmenten van papier in de vorm van kruizen en sterren. Het is een multi-luik van allerlei werken die op zichzelf had kunnen bestaan, maar nu gezamenlijk een immens beeld vormen van de man die het maakte.