Nog 6 te gaan
maandag 26 september 2011
zondag 18 september 2011
Parijse nachten met Woody Allen
Weer een nieuwe Woody Allen in de bioscoop! Vele zullen dit als goed nieuws beschouwen, maar helaas zijn er ook veel mensen die niets van Woody Allen moeten hebben. Als je niet van Woody Allen houdt hoef je er ook niet heen, want het is weer Allen ten voeten uit en dit keer weer op zijn best! Zeker zijn beste na Match point (2005). Natuurlijk waren Scoop, Vicky Cristina Barcelona, Whatever works en You will meet a tall dark stranger ook leuk, maar ze voegen niet echt iets toe aan Woody Allen ouevre. In zekere zin is Midnight in Paris ook niet echt vernieuwend, maar hij springt er toch wel uit.
De film staat weer bol van de oude Allen ingredienten; verwende yuppen met intellectuele praatjes en grappen, veel eisende rijke ouders en een hoofdpersoon die per ongeluk in deze yuppen-wereld terecht is gekomen en niet goed weet hoe hij er uit moet komen. Dit alles met op de achtergrond het schitterende decor van een prachtige stad (in Match point Londen, Vicky Cristina Barcelona uiteraard barcelona, You will meet a tall dark stranger New York en dit keer dus Parijs). En natuurlijk is de film ook weer voorzien van ter gekke oude jazz.
Wat Midnight in Paris een nieuwe dimentie geeft is het feit dat Woody Allen niet vast houd aan de realiteit. De hoofdpersoon; een schrijver die moeite heeft zijn eerste boek tot een succes te maken; vraagt zich in de film ook af of hij zijn fantasie niet meer de vrij loop moet laten in zijn boek. En aangezien de hoofdpersoon altijd een surrogaat is voor de rol die Allen eigenlijk zelf had willen spelen, is het evident dat Allen bij het maken van zijn film dezelfde gedachten moet hebben gehad. De hoofdpersoon, Gil (Owen Wilson), herontdekt het Parijs van de jaren 20 en ontmoet alle personen die daar bij horen. De ontmoeting zijn allen erg grappig en het verlangen van Gil naar de jaren 20 is zeer invoelbaar.
Het herleven van de jaren 20 (met bijbehorende decors) maakt dat de film de "normale" Woody Allen films overstijgd, maar vraagt aan de andere kant wel weer wat van de toeschouwer. Als je niet zo goed in je kunst geschiedenis zit en niet zoveel van de jaren 20 weet, zijn sommige grapjes misschien niet zo goed te volgen. Met Picasso en Dalí zullen de meesten niet zo veel problemen hebben, maar met Modigliani en Man Ray hebben sommige misschien wat meer moeite. Om over Gertude Stein nog maar te zwijgen. Wat een gemis is, want Allen denkt natuurlijk zelf wel na over de details en uiteraard hangt het huis van Gertrude dan ook voor met schilderijen uit haar collectie, waaronder het portret dat Picasso van haar maakte. In zeker zin is Allen dus enigszins inconsequent, want hij levert indirect kritiek op het interlectuele gedrag van de yuppen door de hoofdpersoon zich hier van af te laten keren, maar doet in zijn film precies hetzelfde. Maar ook zonder alle kennis over kunst en cultuur blijft de film erg grappig en gezellig. Zeer de moeite van het bekijken waar!Tip van de dag: Naar Midnight in Paris gaan (eventueel eerst wat kunstgeschiedenis-boeken over Parijs in de jaren 20 doornemen. Films worden leuker als je meer weet; Match point is bijvoorbeeld ook leuker als je Misdaad en Straf van Dostojevski gelezen hebt).
vrijdag 2 september 2011
Een schitterend einde
Van de week is hij in premiere gegaan: Melancholia. Een film van één van mijn favoriete regisseurs: Lars von Trier. Na the Idiots, Dogville, Dancing in the Dark en the Antichrist, dan nu Melancholia. De tweede film na zijn depressie, maar de films zijn nog altijd niet opbeurend. Zijn films kunnen dan ook stevast op verzet rekenen. Meestal uit feministische hoek, omdat de vrouw meestal het onderspit delft in zijn films; ze worden mishandeld, uitgebuit, verkracht en vermoord (in the Antichrist blijkt de vrouw ook nog eens de antichrist te zijn en moet daarom dus gewurgt en verbrand worden voor ze nog meer leed berokkend). Bij Melancholia kwam de kritiek uit een andere hoek; dit keer uit de Joodse gemeenschap. Lars von Trier had het enigszins aan zichzelf te danken. Hij veroorzaakte een rel op het filmfestival in Cannes door te zeggen dat hij Hilter beter begreep nu hij van origine Duits bleek te zijn en niet van Joodse voorouders af bleek te stammen. Toch werd de film zeer goed ontvangen en won Kirsten Dunst (terecht) de best actrice award voor haar hoofdrol.
De film:
De film is weer von Trier ten voeten uit. Hij houdt in grote delen van de film nog vast aan de Dogma 95 regels zoals deze ooit door hem en andere bedacht werden. Grote delen van de film zijn uit de hand gefilmd, zonder vals licht, alle decors zijn orgineel ter plaatsen, de muziek is live gespeeld tijdens het opnemen van de scènes, er wordt geen oppervlakkig geweld of actie getoond, de film speelt in het hier-en-nu en er wordt minimaal gebruik gemaakt van filters en effecten (voor hen die de dogma regels niet zo goed in hun hoofd hebben). Deze scènes worden echter af gewisseld met totaal tegenovergestelde scènes; te gekke beelden die haast magisch realistisch over komen. De vertraagde fragmenten uit het begin van de film doen denken aan de schilderijen van Carel Willink en worden begeleid door de muziek uit de ouverture Tistan und Isolde van Richard Wagner (misschien dat hier Lars von Triers sympathie voor Hilter nog het meest uit blijkt; maar mooi is het wel!). Special-effects en een trillende bass waardoor de hele zaal beweegd maken het spectakel nog groter dan het al is.
Maar dan het verhaal (ik zal niet te veel verklappen om de nieuwsgierigheid nog wat te prikkelen), maar de film vertelt het verhaal over het naderende eind van de wereld en de relatie tussen twee zussen; Justine en Claire. Justine is zwaar depressief en verpest haar eigen bruiloft die de zorgzame zus, Claire, heeft georganiseerd. Ondertussen wordt de wereld bedreigd door een planeet die achter de zon vandaan is gekomen en met hoge snelheid de aarde nadert. De depressieve zus ziet wel wat in zo'n eind. Volgens haar is het leven op aarde kwaadaardig en missen we er niets aan als de heleboel aan stukken geslagen wordt (een herkenbare gedachten en zeer invoelbaar gespeeld door Kirsten Dunst). De andere zus hangt wel aan het leven en is bang voor het naderende eind. Zij probeert zichzelf en haar zoontje te beschermen voor de planeet, maar weet dat ze nergens heen kan (deze rol wordt door Charlotte Gainsbourg gespeeld). Uiteindelijk wachten ze met zijn drieën tot het moment daar is. Een schitterend eind. De apocalypse kunnen we met een gerust hart aan von Trier over laten.
Het enige nadeel van de film is dat je aan het eind misselijk bent van al het getril. 80% wordt uit de losse hand gefilmd en daarnaast trilt de zaal het laatste kwartier door de oorverdovende slottonen van de Tistan und Isolde ouverture.
Tip van de dag: spreekt voor zich denk ik; Melancholia gaan zien! Maar wees gewaarschuwd; als je net het niet in het gedachte goed van Justine (Lars von Trier) kunt verplaatsen en bang bent voor een apocalypse is het misschien niet zo'n geschikte film.
vrijdag 12 augustus 2011
Zoekt en gij zult vinden
Eindelijk is het dan gelukt! Ik heb een cactuspot gevonden! En wat voor één! Jaren heb ik er op gewacht. De graniver cactuspotten zijn één van de bekendste ontwerpen van Andries Dirk Copier voor Glasfabriek Leerdam. Maar omdat ze zo bekend zijn, worden ze veel verzameld. Ze zijn zeer schaars en zeer gewild en dat is nooit een goede combinatie. De prijzen voor cactuspotten rijzen dan ook de pan uit. Ter vergelijking: de potjes staan op een losse onderschotel en werden destijds los verkocht. Het schoteltje kostte zo'n 10 cent en het potje 25 cent; 0,75 cent (in guldens dus). Tegenwoordig betaal je op een veiling als Botterweg auctions 700-900,- euro voor de combinatie (in wat is art nouveau en art deco waard staan ze zelfs voor 1300-1500 euro!).
Wat maakt de cactuspotjes nou zo begeerlijk? Daar zijn verschillende verklaringen voor. De potjes zijn een ontwerp van Andries Dirk Copier. Copier (1901-1991) is de meest bekende glaskunstenaar/vormgever die we in Nederland gehad hebben. Hij ging op jonge leeftijd in de fabriek werken als assistent werkman op de ets-afdeling, waar het reclame materiaal vorm gegeven werd. Hier ontdekte directeur P.M. Cochius het talent van Copier. Hij stuurde Copier naar de Rotterdamse Academie voor beeldende kunst, waar hij les kreeg van Jac. Jongert (die ook glas ontwierp zie eerdere blog). In 1923 ontwierp Copier zijn eerste vazen en serviezen voor Glasfabriek Leerdam. Deze waren vaak sierlijk van vorm en verwezen naar natuurlijke vormen zoals bijv. zijn eerste servies Smeerwortel, waarvan de kelk de vorm van een smeerwortelbloempje heeft. Maar in zijn later werk zie je steeds vaker primaire vormen terug. In 1928-1930 ontwerp hij een serie kubus, cilinder en bolvazen. En uit deze jaren stammen ook de cactuspotten. Er zijn cilinder-vormige potten, maar dus ook deze vierkanten variant. De vierkanten potten zijn uit 1929 en zijn ontworpen in een serie van drie. Rood, geel en blauw op zwarte onderschotels; in de stijl van De Stijl. Copier werd erg geïnspireerd door de nieuwe bouwkunst en de werken van Theo van Doesburg en Piet Mondriaan. (Later laat betrekt hij dan ook met zijn gezin een door Rietveld ontworpen huis in Den Dolder). Door dat de potten zo Stijl-echt zijn hebben ze museale waarde en staan ze in alle boeken die over Art Deco in Nederland geschreven zijn. Een belangrijk ontwerp in zijn oeuvre dus.Een andere reden dat Cactuspotten zo veel waarde hebben, zit hem in feit dat de potten uit twee losse delen bestaan. En zo als het vaak gaat; er breekt wel eens wat, raakt wel eens wat kwijt of ze werden zonder onderschotel gekocht, wat een complete set extra bijzonder maakt. Ter vergelijking een pot zonder schotel brengt net 250 euro op (met een beetje geluk). Voor andere Leerdam stukken, die uit twee delen bestaan, geldt min of meer het zelfde (Chris Lebeau heeft bijvoorbeeld ook veel vazen uit twee stukken ontworpen. Niet te vinden en niet te betalen).
En dan nog een laatste weetje. Cactuspotten werden in Graniver vervaardigd. Dit is ook glas, maar in een bijzondere vorm. Het is een soort van glas-pasta; glas werd heel fijn gemalen en daarna gegoten. Het lijkt dus haast wel massief aardewerk maar dat is het dus niet.
En dan nog wat over cactussen. Want vele zullen zich misschien afvragen; waarom cactussen? Rond 1900-1930 was er een toename in interesse voor allerlei "nieuwe" onderwerpen. Veel van deze interesses kwamen voort uit theosofische gedachten. Het gaat misschien wat ver om het volledige gedachtegoed van de Theosofie uit te leggen komen, maar dit vat het wel redelijk samen "Theosofen gaan bij het zoeken naar een beter begrip van de werkelijkheid en naar de waarheid achter de uiterlijke verschijnselen uit van de aanname dat bewustzijn vooraf gaat aan de manifestatie. (wiki-pedia)". Bekende Theosofen uit die tijd waren Berlage, de Bazel en P.M. Cochius en deze waren allen verbonden aan Glasfabriek Leerdam. Veel van deze mensen hielden hele verzamelingen cactussen bij (maar ook vetplanten, zoet en zoutwater aquaria ect.). En daarvoor moesten natuurlijk potjes ontworpen worden. Ik heb nog altijd de hoop dat ik ooit een oude man tegen kom die zijn volledige cactuscollectie met potjes en al weg doet. Deze potjes staan op een schoteltje zodat je ze van onderwater kan geven (cactussen krijgen geen water van boven in een woestijn). Onderin het potje zit een klein gaatje waardoor de cactus het water op kan zuigen. Om je cactus goed te verzorgen is kennis essentieel. Verkade gaf daarom in de zelfde jaren verzamelalbums uit waarin je plaatjes kon sparen van verschillende soorten cactussen (maar dus ook van vetplanten ect.). Hier staat in hoe je het best voor je cactus kunt zorgen.Tip van de dag: Dan nog de titel-verklaring van deze blog: Ik vond het potje dus bij een inboeldhandelaar. En kunst/antiek-handelaren zeggen altijd dat je op rommelmarkten en in kringloopwinkels nooit meer wat vindt, maar dat is weer eens niet waar gebleken. Dus zoekt en gij zult vinden! Echt waar: goed zoeken wordt beloond.
zondag 7 augustus 2011
De nieuwe beatle
Natuurlijk zijn er veel bandjes goed en worden bands die succes hebben al snel vergeleken met the Beatles. De vergelijking houdt vaak snel op en is dan ook meer een aanduidening voor de mate van succes op dat moment. Veel bands houden dat succes echter niet zolang vol als the Beatles. Maar er is zowaar toch echt een nieuwe Beatle opgestaan. Ongemerkt misschien, maar het is er één; Alex Turner.
Alex Turner is de zanger van de Arctic Monkeys. Alex Turner (1986) krijg op 15 jarige leeftijd (2001) voor kerst een gitaar van zijn ouders. Nog geen 4 jaar later richt hij de band Arctic Monkeys op en het eerste album wordt een mega succes. Van "what ever people say I am, that's what I'm not" (2006) worden in een week meer platen verkocht dan van alle andere bands uit de top 10 bij elkaar. Er ontstaat een hype rond de band en ook de daar op volgende platen Favourite Worst Nightmare (2007) en Humbug (2009) verkopen erg goed. Verder werkt Alex Turner aan een project met Miles Kane (zanger van de the Rascals), waarmee hij onder de naam The Last Shadow Puppert de plaat The age of the understatement uitbracht. Hiervoor wordt het hele London Philharmonic Orchestra uitgenodigd. En in tegenstelling tot veel andere platen waarop een orkest meespeelt, is dit orkest wel goed te horen en voegt het echt iets toe aan de nummers. Super goede plaat, en wederom een succes.
Maar zoals ik al zei is het niet zozeer het succes wat Alex Turner tot een Beatle maakt. Hier is meer de manier van spelen. De liedjes lopen goed. De tekst valt precies op zijn plaats. De teksten (net als die van de Beatles) zijn grappig en gevat, ook als de liedjes serieus zijn. Je hoort er in terug dat het geen domme jongen is (hij was ook Engels gaan studeren als de Arctic Monkeys niet zo'n succes geworden was). Daarnaast is de muziek in zeker zin vernieuwend (voor zover dat mogelijk is in deze tijd).
De rede dat ik dit schrijf is in eerste instantie om dat ik mij min of meer schaam dat ik de hype destijds gemist heb (ik wist wel dat hij er was, maar had geen zin om naar muziek van een ge-hypet bandje te luisteren). En ten tweede; omdat Alex Turner recentelijk twee platen tegelijk uit heeft gebracht. Een nieuwe met de Arctic Monkeys Suck it and see (2011; welke ook weer goed verkoopt) en een akoestische plaat Submarine. De laatste is een soundtrack album van de gelijknamige debuut film van Richard Ayoade (die ook veel voor Arctic Monkey videoclips maakte).
Tip van de dag: Luister goed naar de Arctic Monkeys / The Last Shadow Puppets / Submarine, ook al lijken sommige nummers in eerste instantie wat hard (mensen laten zich te gemakkelijk afschrikken door harde gitaren. Neem van mij aan; dat is een kwestie van wennen).
donderdag 4 augustus 2011
Over smaak valt niet te twisten; je hebt smaak of je hebt het niet.
Over smaak valt niet te twisten; je hebt smaak of je hebt het niet. Ooit had ik dit als laatste stelling voor mijn proefschrift bedacht, maar deze werd afgekeurd omdat men hem te controversieel vond. Toch ben ik nog altijd van mening dat het waar is. En een hele gekke gedachten is het ook niet. Ik heb lang nagedacht over wat goede kunst nu tot goede kunst maakt en waarom sommige dingen vaak gewoon minder goed zijn. Natuurlijk weet ik dan een deel cultureel bepaald is en dat mensen uit andere culturen andere dingen mooi vinden, maar toch zit daar ook een overlap in. Het is niet voor niets zo dat veel Europeanen chinees aardewerk zijn gaan verzamelen en de chinezen dat nu weer terug willen hebben, omdat ook zij inzien dat het mooi is. In zekere zin heeft het meer met ontwikkeling (en ruimte voor ontwikkeling) te maken.
Er zit iets in een goed werk wat het tot een goed werk maakt. Dit heeft alles te maken met kleurstelling, originaliteit en compositie. En hoewel dit iets is wat min of meer algemeen bekend is, verzand je vaak in een oeverloze discussie als je zegt "Over smaak valt niet te twisten; je hebt smaak of je hebt het niet.". Er zijn dan altijd mensen die zeggen dat het best kan dat zij iets mooi vinden en ik niet. Maar daar gaat het dan dus mis; dan moet dat uit te leggen zijn (wat er dan mooi aan is), of ze hebben inderdaad geen smaak (het laatste is helaas vaak waar). Iemand die gaat beweren dat hij/ze de Poang stoel van Ikea mooi vindt, heeft nooit goed naar een stoel gekeken. En is zich zeker niet bewust dat er ook een Paimio stoel van Alvar Aalto bestaat, welke superieur is, in ontwerp, originaliteit en verhoudingen/compositie.
Een ander punt waarop het fout gaat en waar mensen moeilijk van los lijken te komen is de natuurlijke hang naar kitsch. De definitie van kitsch is moeilijk, maar de term is ooit door Immanuel Kant en Clive Bell bedacht, juist om een eind te maken aan de discussie over goede en slechte kunst. Kant hoopte met de term duidelijkheid te scheppen zodat men met één woord goede en slechte kunst van elkaar kon scheiden, maar de terminologie stuitte op veel verzet. Er zijn nu eenmaal mensen die het verschil blijkbaar niet zien of gewoon van kitsch houden. En gezien het feit dat de term herleid is van "aangekoekt vuil" vinden mensen het toch niet prettig al datgene wat zij mooi vinden kitsch genoemd wordt.
Men vraagt dan; "wat is kitsch". Vaak worden objecten met kitsch aan geduid als iemand de intentie had kunst te maken maar dit duidelijk niet gelukt is. Maar deze definitie is te beperkt en zou uitgebreid moeten worden. Kitsch is meer. Opzettelijk effectbejag is ook kitsch en is ook beter te benoemen als kitsch. Wanneer Leonard Cohen tijdens een optreden opkomt met een hoed, aan de rand van het podium neer hurkt en hier op één knie met hoed tegen de borst gedrukt een ballade gaat zingen, behoefd dit geen uitleg dat we hier met kitsch te maken hebben. De zanger is erop uit een sentimentele/intieme sfeer neer te zetten en daarmee is het zingen niet meer oprecht. Toch blijft het een gegeven dat veel mensen dit mooi vinden, er zijn zelfs mensen die alleen dit soort dingen mooi vinden (ook valse emotie is blijkbaar aanstekelijk). Tja... Daarnaast zijn ook mensen die hummeltjes en laven sparen. En dat mag ook best, maar heel veel zullen zij ons niet helpen in de zoektocht naar goede kunst.
Men vraagt dan; "wat is kitsch". Vaak worden objecten met kitsch aan geduid als iemand de intentie had kunst te maken maar dit duidelijk niet gelukt is. Maar deze definitie is te beperkt en zou uitgebreid moeten worden. Kitsch is meer. Opzettelijk effectbejag is ook kitsch en is ook beter te benoemen als kitsch. Wanneer Leonard Cohen tijdens een optreden opkomt met een hoed, aan de rand van het podium neer hurkt en hier op één knie met hoed tegen de borst gedrukt een ballade gaat zingen, behoefd dit geen uitleg dat we hier met kitsch te maken hebben. De zanger is erop uit een sentimentele/intieme sfeer neer te zetten en daarmee is het zingen niet meer oprecht. Toch blijft het een gegeven dat veel mensen dit mooi vinden, er zijn zelfs mensen die alleen dit soort dingen mooi vinden (ook valse emotie is blijkbaar aanstekelijk). Tja... Daarnaast zijn ook mensen die hummeltjes en laven sparen. En dat mag ook best, maar heel veel zullen zij ons niet helpen in de zoektocht naar goede kunst.
Vandaag bezochten we het Haags Gemeentemuseum, waar een expositie te zien was van onbekende kunstenaars Anoniem gekozen. En hier zie je het helaas vaak fout gaan. Veel jonge kunstenaars bezondigen zich aan het maken van kitsch of slechte kunst. Ze proberen opzettelijk te provoceren en te shockeren en schieten daarmee hun doel voorbij. Er hangt een foto (waarvan de maker mij gelukkig ontschoten is) van schaatsende mensen, met op de oever een scheurtje waar "kanker allochtonen" op gespoten is. Wat moet de maker gedacht hebben... DAT IS GEEN KUNST; KITSCH: opzettelijk effectbejag, leuk voor een artikel over racisme in Nederland voor HP/de Tijd of elsevier (waar ook niemand meer op zit te wachten), maar dit hoort niet in een museum. En van dit soort plaatjes hangen er veel. Er is zelf iemand die het in zijn hoofd heeft gehaald een smurf te schilderen (commentaar lijkt me niet nodig). Het gekke is alleen dat je dit soort kunst veel ziet; in galerieën en expositiezalen; maar nooit in vaste collecties van musea. Dat moet de makers toch ook te denken geven. Ik vraag me altijd af waar al dat werk nou uiteindelijk blijft.
Natuurlijk mag kunst (ook goede/museale kunst) het publiek prikkelen, maar het moet niet de opzet zijn van het gemaakte werk. Het werk moet op zichzelf (zonder de boodschap die de kunstenaar uit wil dragen) ook leuk zijn om te zien. Zoals Olympia van Manet ook een mooi doek is zonder dat je het verhaal er achter kent. Een groot deel van de valkuil zou verholpen kunnen worden als kunstenaar zouden proberen het onderscheid duidelijk te krijgen tussen vernieuwen en shockeren. Een kunstwerk is geen spandoek en hij die zo nodig iets op een spandoek wil kalken kan beter de politiek in gaan.
Toch is de expositie heb bezoeken zeker waard, er hangen zeker ook veel leuke dingen tussen (zoals het werk van Marco Swaen). Het maakt je als kijker kritischer. Zeker als je als leidraad aanhoud dat opzettelijk effectbejag geen pas heeft, moet het voor iedereen mogelijk zijn de goede werken er uit te pikken. Natuurlijk blijft er dan voldoende ruimte over voor discussie, want het kan inderdaad zo zijn dat het ene werk iemand meer aan spreekt dan het ander, maar die discussie voer je dan alleen nog over de goede stukken.
Natuurlijk mag kunst (ook goede/museale kunst) het publiek prikkelen, maar het moet niet de opzet zijn van het gemaakte werk. Het werk moet op zichzelf (zonder de boodschap die de kunstenaar uit wil dragen) ook leuk zijn om te zien. Zoals Olympia van Manet ook een mooi doek is zonder dat je het verhaal er achter kent. Een groot deel van de valkuil zou verholpen kunnen worden als kunstenaar zouden proberen het onderscheid duidelijk te krijgen tussen vernieuwen en shockeren. Een kunstwerk is geen spandoek en hij die zo nodig iets op een spandoek wil kalken kan beter de politiek in gaan.
Toch is de expositie heb bezoeken zeker waard, er hangen zeker ook veel leuke dingen tussen (zoals het werk van Marco Swaen). Het maakt je als kijker kritischer. Zeker als je als leidraad aanhoud dat opzettelijk effectbejag geen pas heeft, moet het voor iedereen mogelijk zijn de goede werken er uit te pikken. Natuurlijk blijft er dan voldoende ruimte over voor discussie, want het kan inderdaad zo zijn dat het ene werk iemand meer aan spreekt dan het ander, maar die discussie voer je dan alleen nog over de goede stukken.
Macro Swaen
Tip van de dag: Probeer dit te begrijpen en je ziet wat ik bedoel.
maandag 27 juni 2011
Mijn gebreken
Ken je gebreken en doe er wat aan. Dat is de conclusie van ons bezoek aan de expositie van Lucas van Leyden in de Lakenhal te Leiden. Hoewel het pand het bezichtigen zeker waard is en de werken van Lucas van Leyden zonder meer schitterend zijn, maakte het geheel weinig indruk. En dat komt niet door de expositie; het probleem ligt bij mij.
Mijn persoonlijke voorkeur gaat uit naar 20ste eeuwse kunst. Voor Renaissance kunst uit Italië en België kan ik ook nog wel warm lopen, maar met het Nederlandse heb ik altijd wat moeite. Ook houd ik niet zo van de Nederlandse 16de en 17de eeuwers en mijn interesse dooft helemaal uit van de Nederlandse Romantiek. Natuurlijk ken ik de namen wel en kan ik ze in hun tijd wel plaatsen. Ook weet ik van de grote namen wel, waarom het grote namen geworden zijn, maar er blijft een groot gebrek in de kennis wat nodig is om de werken echt te kunnen waarderen. Het werk van Ludolf Bakhuizen veranderd namelijk van een gewoon zeegezicht met marineboten naar een spectaculair werk als je weet dat Bakhuizen zelf mee ging in zeeslagen om het beter te kunnen verbeelden. Het maakt het werk interessanter, je gaat er daardoor beter naar kijken en vergeet het vervolgens nooit meer.
Nou dan nu Lucas van Leyden; na goed een half uur hadden we het wel weer gehad in de Lakenhal. En buitengekomen heb ik toen maar besloten dat het tijd werd wat te studeren op Nederlandse Renaissance. Wat het werk van Lucas van Leyden interessanter maakt zijn een aantal dingen. 1. Hij heeft Durer ontmoet en veel gereisd. Zo kwam hij als een van de eerste Nederlanders in contact met Italiaanse Renaissance kunst, en hij is dus de gene die de renaissance kunst naar Nederland heeft gebracht. 2. Lucas rekende af met bestaande tradities, zo weigerde hij opdrachtgevers als figuur in het schilderij op te nemen (wat in die tijd heel gebruikelijk was), ook de familiewapens werden niet in het werk getoond. 3. Lucas introduceert het naakt model in de Nederlandse schilderkunst. Op zijn laatste oordeel zijn veel naakte mensen te zien, het geen heel ongebruikelijk was voor die tijd. 4. Lucas maakte na zijn ontmoeting met Durer veel gravures en was hier wereld beroemd om in zijn tijd. Rembrandt bezat het volledige gravuren oeuvre van Lucas van Leyden. Met name de composities van deze gravures waren erg bijzonder en zijn door vele kunstenaar overgenomen.
Dan is het natuurlijk nog van belang te weten over welke tijd we het precies hebben; 1494-1533 en was daarmee tijd genood van Michael Angelo en Leonardo DaVinci.
Laatste oordeel - Lucas van Leyden
Abonneren op:
Posts (Atom)




