zondag 26 februari 2012

De geschiedenis van een kraai

Vorige week kocht ik op de rommelmarkt een boekje. En niet zomaar een boekje! Een heel mooi boekje. Ik zag de voorkant van het kinderboekje en was meteen verkocht, maar meestal is alleen de voorkant leuk geillustreerd en valt de inhoud een beetje tegen. Dit keer niet; ook de binnenkant was schitterend. Opzoek dus naar de maker. Onder aan de pagina's stond L.S. Even was ik in vertwijveling; zou het van Leon Senf zijn? En inderdaad een boekje vol orginele litho's van Leon Senf! We kennen Leon Senf natuurlijk van zijn "Porceleyne fles"-werk. Maar niet zozeer als illustrator van kinderboeken. Vandaar dus wat extra aandacht voor een mooi boekje.
Leon Senf (1860-1940) was een kunstenaar uit Noordwijk. Hoewel hij ook vrij werk maakte, heeft hij zijn grote bekentheid te danken aan de Porceleyne fles. De Porceleyne fles is en was een van de belangrijkste plateelfabrieken in Delft. Omdat de Porceleyne fles aan het begin van de vorige eeuw ook iets wilde bijdragen aan de opmars van de nieuwe kunst in Nederland namen ze twee kunstenaars in dienst om nieuwe ontwerpen te maken; Adolf le Comte en Leon Senf. Leon Senf ontwierp het "nieuw delft" aardewerk. De decors zijn afgeleid van oude turkse motiven. Ook maakte hij veel ontwerpen voor gelegenheidsborden. Maar hoe kwam Leon Senf er dan bij om "de geschiedenis van een kraai" te illustreren vraagt men zich dan af. Dat ging als volgt...

Heb blijkt dat het boekje grotendeels autobiografisch is. Het werd in 1923 opgeschreven (in rijm) door Mea Mees-Verwey. De dochter van Albert Verwey (dichter). Zij woonde met haar ouders en 6 broers en zussen in de Villa Nova in Noordwijk (hier speelt het grootste gedeelte van het verhaal zich ook af). En zoals het verhaal vertelt; converseren met een kraai "'t was haar enige verzet, in dat nare pleurisbed". In 1923 publiceerde Mea's man het haar boekje. Atie, de dochter van Leon Senf, trouwde met een broer van Mea en zo is de cirkel dan weer rond. Naast dat het boekje mooi geillustreerd is met 32 orginele litho's, is het ook nog eens een leuk verhaal, geheel op rijm.
Helaas is er van de rijke historie niet veel meer over. De villa werd door een projectontwikkelaar vakkundig gesloopt om plaats te maken voor een woonwijkje. Van het verleden van Albert Verwey weten de meeste mensen ook niet veel meer. Toch was hij in zijn tijd een geviert man die gezien werd als een van de belangrijkste letterkundige uit zijn tijd. Hij onderhield veel relaties met kunstenaars o.a. van Doesburg en werkte samen met Berlage. Ook Mea heeft niet stil gezeten. Met de uitgeverij Mees-Verwey was ze ondermeer betrokken bij de uitgaven van de Wendingen (een van de belangrijkste kunsttijdschriften van de vorige eeuw). Daarnaast ontwikkelde ook Mea zich in de letterkunde en promoveerde hier zelfs in. 1936 volgde er een scheiding van Mees en hertrouwde ze met Dirk Nijland (kunstenaar).
Het enige wat nu nog lijkt te herinneren aan dit roerige bestaan is een boekje over een kraai. Ik koop het boekje op een druilerige dinsdag ochtend. Net op tijd voordat de regen ook dit souvenir zou vernietigen. En zo voegen we een prachtig boekje toe aan de collectie voor ons kindje.  


Tip van de dag: Bladder de boekjes met mooie omslag altijd door. Soms zijn ze van binnen nog verrassend veel mooier.

vrijdag 17 februari 2012

Afrekenen met clichés: Deel I - Dat kan mijn nichtje ook...

Vandaag begin ik aan een reeks "afrekenen met clinchés" omdat ik van mening ben dat we (als mensheid) niet verder komen als er niet van tijd tot tijd iets recht gezet word. Daarnaast schrijf ik ze omdat ik er gek van word. Om een of andere rede lok ik het uit dat mensen clichés over mij heen braken. Zo moet ik altijd maar weer horen dat de Ikea een hele leuke winkel is en design voor snobistische mensen (Deel II). Ik vraag er niet om maar mensen moeten dit soort dingen blijkbaar aan mij kwijt. Maar voor deel I van de reeks een meer algemeen onderwerp: "Dat kan mijn nichtje ook..."  

Het blijft een heel gevecht. En het is een gevecht waar ik niet altijd zin in heb en zeker niet altijd blij van wordt. Droefig word ik er zelfs van... Van mensen die denken een mening te hebben over kunst, maar nog geen Picasso van een van Gogh kunnen onderscheiden. Picasso en Rembrandt lukt dan vaak nog net, maar als je ze een ander werk dan de nachtwacht laat zien en een vroege Picasso neemt wordt zelf dat gevaarlijk. Maar toch denken deze mensen hardop te mogen zeggen dat zij ook wel een Mondriaan kunnen maken op het moment dat ze voor compositie in geel, blauw en rood staan. Wie heeft ze hier mee naar toe genomen vraag je je dan af... Maar musea zijn vrij te bezoeken en anders leren ze het nooit; en dat is ook weer waar. Maar toch, het is een hardnekkige kwaal die in veel mensen zit en van tijd tot tijd pijnlijk stupide naar buiten komt. Het kan nog erger veel mensen die een CoBrA werk zien zeggen niet eens dat kan ik ook, maar denken serieus dat hun familielid van 3 dat ook wel zou kunnen. Soms een beetje waar, want Constant liet zijn kinderen ook in zijn schilderijen werken, maar meestal gaat het niet op.
Waar komt dit toch vandaan. Het antwoord is helaas makkelijker dan het lijkt. Mensen hebben geen kennis. Blijkbaar zijn mensen niet instaat om te begrijpen dat er een heel proces vooraf ging voor Mondriaan aan compositie in geel, blauw en rood begon. Een proces waarin Mondriaan al lang bewezen had een fenomenaal schilder te zijn. Iets waar het tegenwoordig vaak aan ontbreekt. Veel jonge kunstenaars menen deze fase over te mogen slaan en beginnen meteen aan hun composities in geel, blauw en rood (met alle gevolgens vandien). Maar bij Mondriaan was dat anders. Voordat Mondriaan begon met zijn abstracte werken dacht hij eerst een hele filosofie uit waarom het zo moest. Waar hij zo van doordrongen raakte dat het zelfs zijn vriendschappen in de weg stond en hem in een isolement dreef. Maar toch maakte hij het werk en dat in 1930!
En dat is dan het tweede punt wat de leek niet blijkt te begrijpen. Dingen vinden plaats in een tijd! In een contekst! Het werk van Mondriaan komt niet uit de lucht vallen! De gene die dus zegt dat zijn nichtje dat ook wel kan bezeft dan dus blijkbaar niet dat dat werk al meer dan 80 jaar oud is (en wij dat nog steeds modern vinden!). En dat nichtje van 3 was in de jaren 30 van de vorige eeuw; toen iedereen nog netjes koeien in een half ondergelopen weiland schilderde; echt niet op het idee gekomen om een wit vlak te vullen met primaire kleuren en zwarte lijnen. Er is een hele strijd gestreden om een nieuwe vorm van kunst van de grond te krijgen, zoals dat bij het ontstaan van iedere nieuwe stroming gebeurd. 
En dat is het dus! De pioniers van het eerste uur worden dan "heilig". Zij zijn onze martelaars. Zij hebben de kunstgeschiedenis een stukje verder weten te brengen door anders te durven denken. Door niet in CLICHÉS te denken. Maar worden postuum door de leek nog altijd met cliches geslagen. Zo gaat dat helaas...
Het laatste punt wat nog enige aandacht verdient is het feit dat de leek erg geneigt is mooi te vinden "dat wat er moeilijk uit ziet om te maken". Dat wat zijn nichtje van 3 en zelfs hij/zij zelf niet kan maken, wordt snel mooier gevonden. Rembrandt kan in dit geval op meer bijval rekenen dan Rothko. Maar de moeilijkheidsgraad zit hem niet altijd in het maken. Het vrije denken is vaak een nog veel moeilijker proces waar een kunstenaar doorheen moet. Waarbij de standaard regels van de esthetie herschreven moeten worden (om het minder omslagtig te zeggen; de schoonheid in een andere vorm ontdekt moet worden. Het wordt er misschien zo niet duidelijker op; er moet kunst gemaakt worden). Kunst maken is in dit kader dus iets anders dan het op een kwalitatief goede en handige manier herhalen van een bestaand kunstje (dit zijn twee heel verschillende dingen).

Dus nog een keertje voor de gene die het nog altijd niet begrijpen; nichtjes van 3 schilderen geen Mondriaans! Denk na voor je iets zegt. Denk ten eerste aan de kunstenaar en wat het werk in zijn ouevre betekent. Denk aan de contekst en de tijd waarin het werk is gemaakt. Neem de moeilijkheidsgraat van het maken niet mee in je oordeel (zeker niet als je zelf nog nooit een penseel vast gehouden hebt). En tenslotte; ventileer je mening genuanceerd! Niet voor mij, maar voor jezelf. Kunst wordt pas leuk als je het begrijpt. En de wereld wordt er mooier van.

maandag 30 januari 2012

Luizen in huis

Van tijd tot tijd her-ontdek je je eigen verzameling. En daarmee word je je weer bewust van wat je door de jaren opbouw. Op het moment dat je iets nieuws toevoegt aan de verzameling komen andere dingen opeens ook weer in een nieuw licht te staan.
Vorige week kon ik mijn Nola Hatterman ophalen bij de lijstenmaker. Dat zijn altijd leuke momenten, maar het brengt ook altijd een probleem met zich mee. Er moet namelijk wel weer een plekje voor gevonden worden en wandruimte is snel een probleem als je frequent nieuw werk komt. Dan moet er dus veredeld worden en schuiven er dingen op. Het ene gaat van de woonkamer naar de hal, van de hal naar boven en van boven naar de opslag (soms is het helaas niet anders). Bij het zoeken naar een nieuwe plek is het ook altijd leuk om te kijken welke werken eventueel een leuke aanvulling zouden kunnen zijn op het nieuwe object. En zo kwam ik bij de ets van Jaap Hillenius. Beide werken zitten achter glas en zijn min of meer gelijk qua grote. Daarnaast zijn het beide portretten. Een mooie combinatie dus.

Jaap Hillenius

Aan het werk van Hillenius zijn 2 dingen bijzonder leuk. Ten eerste; het is figuratief, terwijl het meeste werk van Jaap Hillenius abstract is. En (ten tweede) het is een ets (eigen druk). Hoewel een abstract werk in olieverf begeerlijker is heeft de ets toch iets bijzonders en ben ik opnieuw opzoek gegaan informatie over de ets-periode in het werk van Hillenius. En zo her-ontdek je dingen die je eigenlijk al wist, maar toch heel leuk zijn.
De ets kreeg ik van mijn vader toen ik 18 was (eigenlijk ontdekte ik hem zelf toen ik wat mappen met etsen en tekeningen door zat te nemen die mijn vader ooit gekocht had). Mijn vader zat bij Jaap Hillenius (1934-1999) op de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijs (Rietveld academie) in Amsterdam en kocht de ets in 1966 van Hillenius. Dat Hillenius etsen maakte was niet zo verwonderlijk, want dat gebeurde in de jaren 60 erg veel. Zo kon je een groter publiek berijken, omdat etsen meerdere keren gedrukt konden worden en daarom voor een lagere prijs aangeboden werden dan olieverf doeken (waarvan de productiekosten relatief hoog zijn). Toch betekende etsen voor Hillenius meer... Dit blijkt m.n. uit zijn lidmaatschap van de Luis. Grafisch genootschap De Luis was een samenwerkingsverband van Nederlandse kunstenaars en werd in 1960 opgericht door Dirkje (William) Kuik, Joop Moesman en Henc Maarseveen. Het genootschap noemde zichzelf de Luis, omdat zij (net als Argus) ook een figuratieve inslag hadden en met hun werk protesteerde tegen de CoBrA-overherzing. Ook waren ze van mening dat grafiek; ondanks de mindere waardering door de kunstcritici; een onuitroeibare kunstvorm is. De ledenlijst van de Luis was relatief lang en bevatte naast grafische medewerkers ook literaire medewerkers (waaronder Jan Eykelboom). En kijkend door de ledenlijst ontdekte ik dus wat ik eigenlijk al wist. We hebben nog een Luis in huis! Charles Donker.
Het oeuvre  van Charles Donker (1940) bestaat vrijwel volledig uit etsen. Thema's zijn vrijwel allemaal naturalistisch van aard. Vaak zien we vogels, muizen en andere kleine dieren (meestal dood, maar ook levend), ook zien we veel bossen en akkers. Op de ets uit onze collectie zien we beide elementen terug; een dode vleermuis in het raamkozijn van een huisje met uitzicht op het groen.
Omdat de Luis en Utrechts initatief was en een gezamelijk atelier had aan de Schalkwijkstraat in Utrecht, bevindt veel werk van de leden zich in de collectie van het Centraal museum in Utrecht. En hoewel je zou verwachten dat etsen makkelijker en goedkoper te vinden zouden moeten zijn blijft het moeilijk een Luis te ontdekken. Misschien dat ik onze collectie luizen nog wel uitbreid, maar na de her-ontdekking van dat wat ik al had is het nog even niet nodig en wordt het wachten tot er weer een Luis op mijn pad komt.

Chales Donker

Tip van de dag: kijk goed om je heen in huis. Soms blijk je meer te hebben dan je dacht.   

dinsdag 27 december 2011

Wishful thinking

Alweer dat landschap! Dat is wat ik dacht toen ik de litho van Kees Franse zag bij het CBK in Rotterdam. Het landschap van Zwitserland waar ik dit jaar op de veiling een schilderij van kocht is ook op deze litho weer te zien (zie eerdere blog: Op de veiling). Uit eerder onderzoek had ik al weten te achterhalen dat het Zwitserland was (zo staat het in de Argus uitgave; zie eerdere blog: Argus) en dat hij samen met Willem Westbroek in daar geweest is, omdat Westbroek het zelfde landschap schilderde en in de monografie van Kees Franse ook staat dat ze samen in Zwitserland geweest zijn (zie eerdere blog: Willem Westbroek). Maar waar in Zwitserland is niet bekend. Nou is dat natuurlijk moeilijk te achterhalen, want hoewel het land niet zoheel groot is zijn er toch vele uitzichtjes en tonen de schilderijen en litho niet heel veel herkennispunten; geen karakteristieke kerk, dorp of bergtop. Waarschijnlijk zijn zowel Westbroek als Franse na hun gezamelijke reis ook nog meerdere malen in Zwitserland geweest, wat het dan nog weer lastiger maakt om uit de schaarse informatie die er is op te maken waar ze nu precies met samen geweest zijn. Toch moet het landschap veel voor Kees Franse betekend hebben; hij maakte er immers een schilderij van, liet dit in de argus-uitgave opnemen en maakte er ook nog een litho van. 

Ondanks dat het een onmogelijke opgave lijkt heb ik toch proberen uit te vinden waar Franse en Westbroek ergens geweest moeten zijn. Het meest waarschijnlijk lijkt de provincie st.Gallen in het noord-oosten van Zwitserland. Ten eerste omdat Kees Franse hier in 1955 geexposeerd heeft met een groep andere kunstenaar (Jeune Peinture Néerlandaise). In hoevere Kees Franse zelf bemoeienis heeft gehad in de organisatie hiervan is moeilijk te achterhalen, maar het is mogelijk dat de expositie juist daar was, omdat Kees Franse hier al enige contacten opgedaan had. Als we dan kijken hoe het landschap er rond St. Gallen uitziet, komt dit in grote lijnen overeen met wat we op de schilderijen zien. Veel groene heuvels met bomenrijen en weilanden, maar wat belangrijker is; achter deze groene heuvels zien we een lang uitgestrekt massief. De exacte plek zullen we wel nooit te weten komen, maar waarschijnlijk is de foto ergens in de buurt van waar ooit Kees Franse stond.

Kanttekening van de dag: Het blijft wishful thinking en uiteindelijk kunnen er geen harde conclusies getrokken worden uit deze beperkte onderzoeksresultaten, maar wie weet komen we het landschapje binnenkort wel weer tegen en komen we weer wat meer te weten.

donderdag 22 december 2011

Ontbrekende stukjes

Voor een verzamelaar zijn "gaten" moeilijk te verkroppen. Deze moeten opgevult worden, maar dat is zo makkelijk niet. Je moet immers veel zoeken en het geluk aan je zijde hebben. Maar zoals het gaat met verzamelingen is een collectie nooit compleet en bij iedere nieuwe aanwinst lijkt er weer een nieuw gat te vallen. Echter de gaten worden wel steeds kleiner. Nou, nu concreet dan...
Als ik naar onze Leerdam-glasverzameling kijk valt er meteen iets op; er ontbreekt nog al wat. Copier is goed vertegenwoordigd (belangrijke stukken zijn er: een smeerwortelglas, cactuspot, bolvaas, craquele schaal, een unica, enkel een vroege serica ontbreekt nog). Ook Lanooy is er (het juliana vaasje, een schaaltje met emaille beschildering, een vaas met omgeslagen rand en de grote ovale vaas met goudluster, nu alleen nog een unica en het kerstvaasje). Ook de jaren 50-60 zijn min of meer gedekt met unica's van Sybren Valkema en Floris Meydam (hoewel een Willem Heesen er ook niet bij zou misstaan). Maar dan... dan wordt het stil. Waar zijn ontwerpers van het begin: de Bazel, Berlage, Lebeau en de Lorm... Gaten dus!
De reden dat er niets van is in de verzameling, is omdat ze moeilijk te vinden zijn. Zeker als je opzoek gaat naar die stukken die hun belang voor de ontwikkeling van kunstnijverheid in Nederland onderstrepen. Van Berlage en de Bazel moeten er dan stukken uit hun pers-glasserviezen, enkele wijnglazen en nog mooier een Jaarbeker (maar dat is dromen tegen beter weten in) komen. Chris Lebeau is waarschijnlijk nog het lastigst, omdat deze alleen maar monumentale stukken gemaakt heeft, die destijds al regelrecht het museum in gingen. Bij de Lorm wordt het lastig om te bepalen welke stukken je nou zo moeten hebben, maar het is gelukt.

Cornelis de Lorm (1875-1942) werkte bij de PTT, maar had een sterke voorliefde voor moderne kunst(nijverheid)/toegepaste kunst. Om deze reden begon hij in 1916 een winkel; de Zonnebloem; in Den Haag. Hier verkocht hij spullen van Berlage, de Bazel en Lanooy. Ook maakte hij eigen ontwerpen. Veel van deze ontwerpen waren van hout, welke uitgevoerd werden bij de firma NV Hero de Groot. Door alle initatieve die de Lorm nam, zoals het organiseren van lezingen en tentoonstellingen in zijn winkel, kwam hij via Chris Lanooy en Berlage in contact met Cochius; de directeur van Glasfabriek Leerdam. Cochius bood de Lorm de mogelijkheid om glas te ontwerpen. En dit deed hij van 1917 tot 1926. De Lorm maakte vele ontwerpen, maar weinig monumentale. In tegenstelling tot de andere ontwerpers maakte de Lorm vrijwel enkel gebruikersglas en geen sierobjecten. Toch zijn er een aantal stukken die er uit springen; Serviezen Zonnebloem en Normaal I&II, een enorme Bowlschaal en de druppelkaraf met bijbehorende glazen. Maar er zijn dus toch ook enkele siervazen! En daar is de collectie nu mee uitgebreid! Wat de siervazen zo belangrijk maken is het feit dat ze met emaille beschilderd zijn. Er zijn maar enkele ontwerpers die met emaille gedecoreerd hebben waaronder Lanooy, de Lorm en Jaap Gidding. Geemailleerd glas is daarmee bijzonder en schaars. De decoren van de Lorm zijn sober, maar ze zijn  zeker van grote waarde. Soberheid kenmerkt het werk van de Lorm. De bekenste ontwerpen met emaille beschildering zijn de Lellie-vazen. De Lellie-vaas werd gedecoreerd met een ringpatroon met druipers of met ringen en kruisblokjes, altijd met zwart emaille.

Lellie-vaas van C. de Lorm en schaaltje van C. Lanooy
met emaille-decor
Met de komst van de Lellie-vaas is er dus weer een stapje gemaakt met het completeren van het Leerdam-glas-verzameling en is er weer een stukje opgevult. Grote vreugde en een hoop plezier! Een zorg minder dus, hoewel het ontbreken van Berlage, Lebeau en de Bazel een verzamelaar toch nog behoorlijk dwars kan blijven zitten... De zoektocht gaat verder!

Tip van de dag: Nooit de domme gedachten in je hoofd halen dat het er niet toe doet of iets nu bijzonder, zeldzaam of waardevol is en volstaan met een clichematige dooddoener als "dat maakt me niet uit als het maar mooi is...". Dit hoor je als verzamelaar te vaak. Als je mooi als enige criteria hanteert bouw je nooit een goede verzameling op. Er is te veel mooi en te weinig budget en ruimte in een huis om maar alles te kopen wat mooi is; het gaat om de combinatie: de 3 M's: Mooi > Monumentaal > Museaal!

woensdag 23 november 2011

Waar Bob Dylan op hield

Afgelopen weekend was het eerste "Songbird" festival in de Doelen. "Songbird" is een Singer-songwriter festival met een brede Line-up. Naast de vele Nederlandse artisten (o.a. Racoon, Tim Knol en Dazzled Kid) waren er ook internationale Songwriters naar Rotterdam gekomen (o.a. Pete Murray, Maria Mena en Ben Howard). Natuurlijk heel leuk allemaal, maar er was er één die het feest compleet maakte; Fionn Regan. Fionn Regan?
Degene die nog nooit van Fionn Regan gehoord heeft hoeft zich niet heel erg hard te schamen. Hij is ook nauwelijks bekend (zelfs niet bij de doelgroep van het festival). Gedurende het optreden vulde de Willemburgerfoyer zich gestaag, maar dit was grotendeels te danken aan het feit dat er tegelijkertijd niet veel andere optredens waren. Een handje vol mensen die wel ooit van Fionn Regan gehoord hadden verzamelde zich voor het podium.
Fionn Regan speelde slechts 40 minuten; eigenlijk veel te kort. Voor de podiumact hoef je niet te komen, hoewel de vertoning op zichzelf wel vreemd genoeg was. Hij kwam op, pakte een gitaar (hij had er twee, verschillend gestemd) en begon te spelen. Blik op oneindig, dwars door de half lege zaal. Enkel zijn mond en handen bewogen. Af en toe werd er van gitaar gewisseld en werd het publiek bedankt voor het luisteren. Bij twee nummers vond hij het blijkbaar belangrijk ons de titel van het nummer mee te geven en dat was het dan. Een leuke anecdote kwam er niet; bij Fionn gaat het om de muziek. 
Fionn Regan is een jongen uit Ierland. Een heel flitsende verschijning is het niet, maar hij valt zeker op. Dit m.n. door zijn prachtige kapsel. Fionn Regan bracht in 2006 zijn eerste plaat uit The end of history. Deze plaat kreeg erg goede recensies, maar na het verschijnen van de tweede plaat bleef het even stil. The shadow of an Empire was heel anders dan The end of history en deze wijziging van sound werd niet door iedereen gewaardeerd. Nu is er een nieuwe plaat uit; 100 Acres of Sycamore, welke weer meer als The end of history klinkt.       


Dat nog niet meer mensen de muziek hebben weten te vinden is jammer, want het is schitterend. Fionn Regan gaat door waar Bob Dylan na John Wesley Harding in 1967 op hield. Regans gitaarspel is geweldig en zijn teksten zijn net zo verhalend als die van Dylan, minder maatschappij kritisch maar zeker zo mooi. Gezien het feit dat Dylan, Neil Young en Paul Simon nog altijd niet aan populariteit inboeken en albums als Freewheelin', Harvest en Bookends nog altijd goed verkopen zou je zeggen dat er nog een doelgroep is... Toch blijft het moeilijk om je naam gevestigd te krijgen, misschien dat hij met zijn optreden op "Songbird" toch weer wat zieltjes heeft weten te winnen.

Tip van de dag: Soms ontdek je platen op een vreemde manier; in 2003 keek ik op Onstage.nl (de site waar aangekondigd staat welke concertkaarten er in de voorverkoop komen). In dit lijstje stond Teitur. Bleek ook zeer onbekend, maar Poetry and aeroplanes was schitterend en het concert ook. In 2006 kwam Teiturs tweede plaat uit Stay under the stars. Omdat Youtube toen nog min-of-meer uitgevonden moest worden luisterde ik altijd via Amazon.com naar muziek om te horen of nieuwe platen de moeite waard waren voor ik ze kocht. Op deze site krijg je ook meteen te zien "wat mensen die die CD hebben gekocht nog meer hebben gekocht". En zo blijkt dat mensen die Teitur leuk vinden Fionn Regan ook leuk vinden. En zo kwam het dus dat ik Fionn Regan ontdekte. Conclusie: goed je best doen om nieuwe muziek te ontdekken; het loont!

donderdag 13 oktober 2011

Andre Kreft op Ciba-chrome

Voorheen deed ik niet veel met foto-kunst. Hoewel ik foto-kunst wel leuk vind en zeker ook interessant durf ik er niet goed in te investeren. De reproductie mogelijkheden zijn namelijk groot en de angst dat er ooit iemand met negatieven of digitale bestanden aan de haal gaat vond ik een te groot risico. Ik zie het zo gebeuren dat je binnen enkele decennia je orginele duur betaalde Frank van der Salm voor een aanzienlijk kleiner bedrag ge-reprint bij de Ikea terug kan kopen. Maar gezien het feit dat foto-kunst een steeds belangrijkere plaats in neemt in de contemporary art collecties kan ik niet achter blijven natuurlijk.
Een jonge Rotterdamse fotograaf heeft me over de streep gekregen; André Kreft. André (1976) werkt al jaren als web-designer, maar werkt daarnaast aan een vrij ouevre als foto-kunstenaar. André reist veel en doet hier zijn inspiratie op. Veel van zijn foto's maakt hij in serie, met als terugkerend thema nachtelijke stadslandschappen. Meestal gefotografeerd vanaf grote hoogte. Zo fotografeerde hij New York, Bangkok en Hong Kong. In 2010 komt André in contact met een relatief nieuwe fototechniek Tilt shift. Doormiddel van deze manier van fotografie kun je landschappen een miniatuur effect meegeven. Tilt shift foto's kunnen gemaakt worden met een Tilt shift camera, maar het effect kan ook digitaal bereikt worden. Andre maakt zijn Tilt shifts digitaal, maar op sublime wijze. André's foto's worden in het najaar van 2010 ontdekt door fotovakblad Focus die een artikel aan hem wijden. De foto die in Focus editie 10 stond hangt nu als Ciba-chroom bij ons aan de muur. Ciba-chrooms zijn stabiel in tijd (verkleuren niet) kleurintenser dan normale foto's. En doordat ze verlijmd zijn op een harde ondergrond met plexiglas ervoor, bobbelen ze niet en krijgt het werk een mooie diepte. Museum-kwaliteit dus! Schitterend werk! Misschien wel de eerste van een groeiende foto-collectie.

André Kreft - Tilt shifted New York 2010

Tip van de dag: Werk van André Kreft bekijken, bewonderen en kopen. http://andrekreft.com/