dinsdag 5 juni 2012

ado

Even dacht ik dat het niet meer zou gaan lukken. Al jaren hopen we op iedere markt die we bezoeken dat we er eentje zouden vinden. Nooit was het zo. Maar nu we over een klein maandje een zoontje krijgen begon ik me serieus zorgen te maken. Zouden we optijd een ado auto te vinden voor zijn kamer...

Maar het is gelukt en zo kwam alles toch op de valreep nog goed! Veel mensen denken waarschijnlijk; wat is er nou zo leuk en bijzonder aan een "gehavende" oude houten speelgoed auto. Nou veel! en daarom een blog.

Ado werd in 1925 opgericht vanuit het Senatorium Berg en Bosch in Apeldoorn. Hier werden tuberculose patienten behandeld en omdat deze mensen voorbereid moesten worden voor hun terugkeer in de maatschap werd er een werkplaats ingericht. Hier werd kinderspeelgoed gemaakt onder de merknaam "ado". Arbeid-door-onvolwaardigen (een bedrijfnaam waar je tegenwoordig minder goed mee weg komt. In 1962 werd de afkorting dan ook gewijzigd in "Apart Doelmatig Onverwoestbaar").
Wat de ontwerpen van ado zo speciaal maakt is de vormgeving in de Stijl van "de Stijl". Naast auto's werden er ook treinen, blokkendozen, speelgoed-meubeltjes enz. gemaakt. De ontwerpen waren afkomstig van Ko Verzuu. In de ontwerpen zie je duidelijk de invloeden terug van de Stijl. Ko Verzuu was erg onder de indruk van de strakke vormgeving en kleur gebruik van architecten zoals Gerrit Rietveld en voerde deze lijnen door in zijn ontwerpen. De producten werden verkocht via de Bijenkorf en firma Metz&co (en enkele andere exclussieve zaken). 
In 1933 verhuiste de kliniek en bijbehorende werkplaats naar Bildhoven. Uiteindelijk zou de werkplaats in 1962 overgenomen worden door een commercieel bedrijf (die hierop ook de afkorting nieuw leven in blies). Maar met de overname voorloor het speelgoed ook zijn kenmerkende stijl en populariteit.




Ado-speelgoed wordt veel verzameld en is daardoor moeilijk te vinden. CODA-museum Apeldoorn heeft een grote collectie en ook het Haags gemeente museum en het Boijmans hebben veel stukken. Het behoort tot de top van het design  van de vorige eeuw (zeker op speelgoed gebied). We vonden onze auto via internet de aanbieder heeft een super collectie en verkoopt sommige stukken via zijn site!  

Tip van de dag is dan ook: www.toys-art.eu 

zondag 13 mei 2012

Louis van Roode

Louis van Roode
Het is weer voorjaar en dus wordt er weer veel geveild. Ook bij Notarishuis aan de Kipstraat is weer een groot en divers aanbod. Toch blijft het lastig op goed werk te vinden van de na-oorlogse Rotterdamse kunstenaars. Er is veel werk van Wim Motz. Werk wat de vorige veiling niet afgeslagen werd was nu opnieuw beschikbaar. Daarnaast was er veel werk van Herman Bieling, maar helaas geen vroeg werk (voor-oorlogs werk van Bieling blijft moeilijk te vinden, mede omdat veel kunstenaars; waaronder bieling; hun atelier in de binnenstad hadden en het bombardement er voor heeft gezorgt dat alle werken in vlammen op gegaan zijn). Nieuw werk was er o.a. van Johan van Reede, Nico Benschop en Louis van Roode.

En op de laatste had ik zitten wachten! In onze collectie mag een werk van Louis van Roode uit zijn Argus-periode niet ontbreken. Maar goed werk van Louis van Roode kom je maar zelden tegen. In totaal werden er 10 kavels met werk van Louis van Roode aangeboden. Waaronder 2 grote abstracten en 1 kleiner doek. Daarnaast waren er mappen met litho's en schetsen, maar ook een mooi werk van liggende vrouw in gemengde technieken (houtskool, acryl en aquarel op papier). En die is het dus geworden.

Wie was Aloysius Maria (Louis) van Roode (1914-1964)? Veel mensen lijken hem al weer bijna vergeten te zijn of hebben uberhaupt nooit van hem gehoord en dat is jammer want ooit was Louis van Roode een van de belangrijkste kunstenaars van Rotterdam. Louis werd in een adem genoemd met mensen als Karel Appel (waarmee hij ook goed bevriend was). Maar ondanks dat we zijn naam misschien niet allemaal helder voor de geest hebben kennen vele zijn werk onbewust toch goed. In Rotterdam kun je niet om hem heen en dat is te danken aan het feit dat hij veel monumentale kunst heeft gemaakt. Zo werkte hij veel met architect Herman Kraaijvanger samen (o.a. De Doelen, Sationspostkantoor en het Holbeinhuis). Hiervoor maakte Louis van Roode grote mozaieken. 

Na zijn opleiding aan de Rotterdamse academie opende Louis van Roode een mozaiekatelier aan de Hertekade (achter de Boompjes). Hier had hij veel vrouwlijke studenten van de Kunstacademie in dienst (die de Meisjes van van Roode genoemd werden). In het atelier werden ondermeer de mozaieken voor het Coolsingelziekenhuis gemaakt, die zich nu in de ontvangsthal van het Erasmus MC bevinden. Een ander opvallend werk is de grote relief-mozaiek "het gezin" op de Westblaak. Door deze opdrachten kreeg Louis van Roode veel bekendheid en aanzien. Daarnaast was hij een veel besproken kunstenaar, omdat hij zich tevens als kunstcriticus profileerde en uitgesproken opvattingen had over wat kunst zou moeten zijn. Louis van Roode vond bijvoorbeeld dat het onzin was dat de eerste 3 drukken van een litho meer waarde hadden dan de 1000ste druk terwijl er geen wezelijk verschil zichtbaar is tussen de eerste en de 1000ste. Ook zette hij zich samen met de andere Argusleden in om betaalbare kunst te maken (meestal in de vorm van litho's). Zodat kunst ook bereikbaar werd voor de Rotterdamse arbeidersklassen.
Mede door deze socialistische opvatting kon Louis van Roode zijn eigen succes maar moeilijk vormgeven. Aan de ene kant vond hij de aandacht en de luxe die hem toekwam prettig, maar aan de andere kant vond hij het een moeilijk idee dat een kunstenaar zich de luxe van een eigen auto zo mogen veroorloven. Deze innerlijke tweestrijd heeft er uiteindelijk toe geleid dat Louis van Roode op de grauwe dag in februari 1964 een eind aan zijn leven maakte.

Tip van de dag: De naam Louis van Roode nooit meer vergeten! En als je eens in Rotterdam bent zijn mooie mozaieken bewonderen. Vooral het Stationspostkantoon is een bezoekje waard. Je komt er niet makkelijk in, maar als je binnen bent vind je in de trappenhal schitterende glasmozaiek-ramen en zul je begrijpen waarom Louis van Roode ooit zo'n gewaardeerd man was.

zaterdag 28 april 2012

De leerlingen van...


Frans Slot (coloriet glazuur) Lucie Q Bakker

Soms is het juist goed als het niet zulk goed weer is op Zaterdag ochtend. We werden wakker van de regen en net als ik moeten veel Rotterdamse verzamelaars gedacht hebben "laten we de rommelmarkt dan maar een weekje over slaan". Maar toen we zaten te ontbijten hield het op met regenen en ben ik toch maar even gegaan. En dat werd weer beloont natuurlijk. Vorige keer met een Rozenburg vaasje voor 50 euro, nu kocht ik voor 4 euro een schaaltje van Chris Lanooy en een vaas van Lucie Q Bakker! En omdat de laatste onbekender is, maar niet minder interessant kon een blog niet uit blijven.
Waar komt Lucie Quirina Bakker vandaan? Om deze vraag te beantwoorden en om het belang van haar werk te zien moeten we terug in de tijd. Er ging namelijk een ontwikkeling vooraf die veel mogelijk gemaakt heeft. Lucie Q Bakker werd in 1915 geboren in Rotterdam. Ze volgde hier de academie en verhuisde naar Amsterdam. Daar ging ze pottenbakken. Dat klinkt nu vrij gewoon, omdat zoveel mensen een eigen pottenbakkersateliertje hebben, maar in die tijd was dat lang zo gewoon niet.
Rond 1900 werd er veel keramiek gemaakt in Nederland. Door de belangstelling voor Art Nouveau en Art Deco kunst, schoten het aantal plateelbakkerijen als paddestoelen uit de grond. De bekendste fabrieken; Rozenburg, Amstelhoek, de Distel en Gouda Zuid-Holland namen de grootste productie voor hun rekening. Omdat dit aardewerk van een vernieuwde vormgeving moest worden voorzien werden kunstenaars aan getrokken. In eerste instantie om vazen te beschilderen, maar tussen deze schilders zaten ook mensen met meer ambitie en liefde voor aardewerk. De twee mensen die het meest betekend hebben in de geschiedenis van het Nederlands keramiek zijn Bert Nienhuis en Chris Lanooy. 
Zij wilde meer. Na voor Rozenburg, Haga en Firma Wed. N.S.A. Brandjes te hebben gewerkt richtte Chris Lanooy in 1907 als een van de eerste zijn eigen pottebakkers atelier op. Snel gevolgt door Bert Nienhuis die daarvoor verbonden was aan de Distel. Hier voerde ze glazuur experimenten uit en maakte zo vele keramiek unica's. Zowel Lanooy als Nienhuis werden (wereld)beroemd met hun werk. En uiteraard waren er dan ook genoeg mensen die in de voetsporen van deze keramische reuzen wilde treden. Lanooy had hier veel moeite mee.

Vaas Chris Lanooy en plastiek van Jules Vermeire
uitgevoerd door Cees Sluijter
Hoewel Lanooy veel leerlingen heeft gehad, heeft hij zijn glazuurrecepten nooit vrij willen geven. Het echtpaar Hobbel-van-Harten kreeg les van hem, maar om te voorkomen dat ze net zo succesvol zouden worden als hij, vertelde hij ze maar weinig en hielp ze meebouwen aan een keramiekoven waarin al het keramiek barstte bij het afkoelen (waarna zij nooit meer iets van Lanooy wilde weten). Zelf zijn eigen zoon Cees Lanooy heeft de recepturen van zijn vader nooit te pakken gekregen. Cees Sluijter had iets meer geluk, maar werd uiteindelijk toch met name bekend door de plastieken van Jules Vermeire die hij uitvoerde. De enige die echt bij Lanooy in de buurt kon komen was zijn trouwste leerling en hulp Frans Slot. Frans Slot voerde veel aardewerk uit voor Lanooy en heeft als beloning hiervoor uiteindelijk de geheime recepten gekregen. Frans Slot ging echter zelf door met experimenteren en maakte zijn belangrijkste stukken in zelf ontwikkelde glazuren.   
Bij Bert Nienhuis ligt het allemaal wat minder ingewikkeld. Nienhuis ging in 1917 les  geven aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus Amsterdam en had hier een hele schare leerlingen. Een van de bekendste in Lucie Q Bakker.
De leerlingen van Lanooy en Nienhuis werden veelal in de oorlog geschoold. Na de tweede wereld oorlog begonnen vele van hen eigen keramiek ateliers; het begin van wat we nu Studio-keramiek noemen. Zo ontstond er een hele nieuwe generatie van keramisten met nieuwe ideeën, nieuwe vormgeving met nieuwe mogelijkheiden. De geschiedenis van deze keramische periode moet nog geschreven worden en vandaar dat de meeste namen nog niet zo bekent zijn bij het grote publiek. Maar met de hulp van instellingen zoals museum Princessehof in Leeuwarden wordt er steeds meer gedocumenteerd en wordt het werk meer gewaardeerd.

Koffieservies Frans Slot

Tip van de dag: Je verdiepen in na-oorlogs keramiek. Een goede investering in tijden van crisis. Want doordat het werk bij het grote publiek nog niet zo goed bekend is kun je zomaar op een druilerige Zaterdag ochtend een Lucie Q Bakker kopen voor 2 euro op de rommelmarkt!

donderdag 19 april 2012

Floris Hovers

Archetoy -Floris Hovers - Yellow Cab

Nog maar een paar weekjes en dan is het zover. Dan krijgen we een zoontje. En het leuke van het krijgen van een zoontje voor een aankomend vader is dat je ongestraft opzoek kan naar mooie autootjes! Want mooie autootjes worden er gemaakt. In de jaren 30 produceerde ADO al schitterende vrachtwagens met aanhangers naar de ontwerpen van Ko Verzuu (helaas nog niet te pakken weten te krijgen, want ook deze zijn veel gezocht). In de jaren 50-60 waren het met name de Britse Dinky toy's die verzameld werden, maar daarnaast zijn er uit die tijd ook prachtige graafauto's van het Amerikaanse Tanko en houten auto's van Nooitgedagt (alleen minder zeldzaam en bijzonder dan ADO, maar ook leuk). Toen kwam er plastic en hoewel er in plastic niet veel moois gemaakt is behoort de First car van Ambitoys toch ook wel tot de klassiekers.
Maar voor mijn zoon moet er natuurlijk een bijzonder mooie auto gevonden worden! En die zijn er; de Archetoys van Floris Hovers! Deze autootjes hebben dezelfde schoonheid en eenvoud als de ADO auto's. Ze zijn gemaakt van metalen onderdelen die met enkele puntjes aan elkaar gelast zijn. Door minimale details wordt een autootje een Yellow cab, een ziekenwagen of tank-auto. De  collectie is heel divers (er is zelfs een begraveniswagen en een london-dubbeldekker). Toch zijn de autootjes niet makkelijk te krijgen. Floris Hovers maakt de meeste zelf en ze worden dus niet op hele grote schaal geproduceerd.
Floris Hovers maakt niet alleen auto's. Eigenlijk zijn de Archetoys maar een klein onderdeel binnen zijn ouevre. Floris Hovers studeerde aan de Design Academie in Eindhoven, waarna hij in 2006 zijn eigen studio opende. Daar heeft hij prachtige stoelen tafeltjes en lampen gemaakt. Allemaal wel gekenmerkt door construcieve, maar eenvoudige vormgeving. Daarmee doen de meubelen enigszins denken aan die van Rietveld, maar dan met een hedendaags karakter. 
 Op zijn vakantie in Frankrijk ontwierp hij nog een designklasieker voor kinderen. In een klein riviertje zag hij enkele plastic flessen voorbij komen drijven. Hij maakte met wat stokjes en plasticzakjes de eerste prototype voor de flessenboten. De bootjes worden verkocht als bouwpakket; je krijgt een mast, zeil, twee houtjes (het zwaard en de mast-houder) en een elastiekje. De lege shampoo-fles moet je zelf verzorgen (ook dit bootje staat nu op het kamertje van onze verwachtte zoon).

Flessenboot - Floris Hovers
Tip van de dag: Filmpje van Floris Hovers bekijken. Hier zie je hoe hij de Archetoys maakt. http://youtu.be/3iAeR3iAsiM  

donderdag 22 maart 2012

Oneens met Joost Zwagerman

Gisteren was Joost Zwagerman bij de wereld draait door. Daar hield hij een betoog over "het beeld van de stilte". Hoe ziet stilte eruit. Aanleiding hiervoor was de verstilde landschappen die nu in het van Gogh museum te zien zijn in het kader van de expositie Dreams of nature. En; toegegeven; Joost Zwagerman geeft hier een mooi pleidooi over hoe stilte er uit zou moeten zien. Maar toch gaat het naar mijn idee ergens fout. Hij zegt te recht dat een verstild beeld van de Theems van Abbott McNeill Whitler niet de stilte toont, maar een beeld van de stilte. Maar dan gaat hij verder en wordt het betoog minder sterk. Bijna clichematig komt hij uit bij de grijzen van Gerhart Richter en uiteindelijk het wit van Robert Ryman (ik had nationalistischer gekozen en dan op zijn minst Jan Schoonhoven genomen, maar Ryman was eerder en dus beter te verdedigen), maar is dit wel De stilte... Er klopt iets niet, dacht ik. Stilte ziet er niet uit als een wit canvas. Dat is geen stilte, maar een gebrek aan fantasie. Of als je het positief zou willen benadere; een poging van iemand om een statement te maken over kunst en wat kunst zou moeten zijn. Maar dat zou je naar mijn idee niet op een doek moeten doen; schrijf het op, geef er een lezing over, maar niets doen en het als kunst verkopen is te makkelijk. Een schilderij is geen spandoek!
Maar goed... terug maar de stilte. Als stilte de afwezigheid van geluid is is het makkelijk om te zeggen dat de afwezigheid van beeld de verbeelding van de stilte is. Maar is dit wel zo. Een wit doek is geen stilte! Waarom is een wit doek geen stilte? Juist om de bovengenoemde reden. Het witte doek schreeuwt! Het schreeuwt om aandacht; om een reactie. Het is gemaakt met als enige doel om een reactie te ontlokken. En dat lukt; de een vindt het geweldig bedacht (echt die mensen bestaan) de ander vindt het zonden van de gemeentelijke subsidie die verstrekt is om de aankoop van het te duur betaalde werk mogelijk te maken en de derde vindt dat zijn nichtje van 3 dat ook wel kan maken, sterker nog hij/zij zelf is daar nog wel toe in staat (zie blog afreken met clichés). Maar iedereen heeft een mening en daarmee van alles in zijn hoofd. Een storm van reacties en geen stilte dus.  
Wat is stilte dan wel. Het beeld van stilte is een beeld wat geen reactie opwekt. Net als dat de afwezigheid van geluid geen reactie los maakt. Er is immers niets om op de reageren. En dan wordt het dus een stuk lastiger om te benoemen welke vorm van kunst stilte zou moeten vertegenwoordigen, want voor iedere vorm is wel een liefhebber te vinden. Dus moeten we naar een generalisatie. En opzoek naar wat het publiek het minst aanspreekt. En dan wordt het makkelijker. Loop een willekeurig museum in en kijk waar mensen zonder op of om te kijken langs lopen (of naar welke gedeelte van het museum mensen überhaupt niet bezoeken). Daar vinden we de stilte
En waar vinden we die dan? Waarschijnlijk bij de 17de eeuwse portretkunst. En dan niet van Rembrandt, want zodra er een bekende naam bij staat zijn mensen in een keer wel bereid om te kijken. Nee, portretten van anonieme meesters. Portretten van oude gezichten die vaak met z'n allen in de zelfde zaal worden gepresenteerd (zo dat het museum, maar één zaal op hoeft te offeren aan dit werk waar niemand belangstelling voor heeft, maar waarvan zij toch het idee hebben dat ze het moeten tonen). Met verstilde blikken hangen ze daar. Ze getuigen van een geschiedenis die ook stil geworden is, omdat ze uit een tijd komen waar de meeste mensen niets meer van weten en geen eigen herinneringen meer aan kunnen hebben. We weten niet wie de mensen zijn, wat ze deden en dachten en wie ze geportreteerd heeft. De achtergronden zijn zwart om zeker te stellen dat deze ook geen reactie los kan maken. De stilte dus... Dat is wat er overblijft. Deze stilte wordt nog eens extra onderschreven, omdat er in het betrevende gedeelte van het museum niemand komt. Daar sta je dan... stil in de tijd. Tientalle stille ogen die je aan kijken alsof ze al weten dat ook jij ooit vergeten zal zijn.

Uiteraard voeg ik dit keer aan de blog geen beeld toe, omdat dit de stilte verbreekt. Zou je 1 portret uitlichten en presenteer op een andere manier, dan roept het onherroepelijk wel een reactie op en ben je je beeld van de stilte weer kwijt. Zo fragiel kan stilte zijn.     

woensdag 21 maart 2012

Waar rook is... is Maarten Baas

De fascinatie voor vuur laat de mens nooit los. Het is niet voor niets een van de eerste woorden die je op de basis-school leert. Vuur is soms niet wenselijk, maar als je het weet te beheersen komen er mooie dingen van. In het gevecht met vuur won Maarten Baas (1978).

Maarten Baas is een van Nederlands meest in het oog springende ontwerpers van dit moment. Maarten Baas debuteerde in 2002 met zijn Smoke serie, waarmee hij zijn opleiding aan de design academie in Eindhoven afsloot. Voor deze serie stak Maarten Baas verschillende stoelen, tafels en ander meubulair in de fik om het optijd weer te blussen en zo te bewerken dat de verkoolde meubelen weer buikbaar waren. Deze serie werd goed ontvangen en kon rekenen op veel belangstelling van musea en kunstcritici, mede vanwege het feit dat Maarten Baas niet zomaar meubelen in de fik stak, maar ook koos voor designklassiekers. Zo ging o.a. de Zig-Zag en de Rood-blauw van Rietveld in vlammen over naar een nieuw leven.
In 2004 deed Maarten Baas dit nogmaals in New York waar hij bij Moss-gallery exposeerde. Hier moesten de meubelen van Eames, Macintosh en Gaudi het ontgelden. Ook hier veel lovende kritieken en zo werd Maarten Baas een van onze belangrijkste ontwerpers van dit moment.
In 2009 maakte Baas een serie Real-time klokken, waarbij hij mensen in 24 uur de wijzers van de tijd op verschillende manieren voort liet zetten en legde dit op film vast. Andere bekende series zijn de Klei meubels (clay furniture); welke tevens te zien zijn in het restaurant van het Groninger museum en gebruikt werden voor het decor van Zomergasten; en de gelimiteerde Treasure furniture reeks. Voor de Treasure meubelen gebruikte Baas rest stukken van in massa geproduceerde meubelen. Omdat de Massa procuten steeds van gelijke planken gemaakt werden, waren de afval stukken ook steeds het zelfde. Hiervan maakte Maarten Baas weer nieuwe producten.
Voor de productie werkt Maarten Baas samen met Bas den Helder. Samen maken ze alle meubelen uit de collectie. In 2009 wordt het team iets verder uitgebreid en komt er een productiestudio in een boerderij vlakbij Den Bosch (om zo aan de toenemende vraag te gemoet te komen). Ook worden er enkele ontwerpen zoals de Smoke-chair in productie genomen door grotere bedrijven (zoals in dit geval door Moooi; het bedrijf van Marcel Wanders).
Maar echt massaproductie wordt het nooit. Maarten Baas maakt veel in opdracht van verzamelaars en musea en is ook van mening dat design niet voor iedereen bereikbaar hoeft te zijn. Zijn werk wordt dus ook niet overal verkocht en meestal alleen in opdracht voor galeries of kunst/designbeursen gemaakt. Zo maakte hij voor de design-winkel van Christiaan Ouwens een serie van 5 unica Smoke-klokken (2006). Twee koekoeksklok modelen en drie hang-modelen. Een van deze klokken hangt nu bij ons aan de muur; omdat ik dit jaar 30 word. De tijd heeft dus niet stil gestaan en wat is er dan een mooier cadeau dan een vergankelijkheidssymbool in de vorm van een verbrande antieke klok.

Smoke-klok - Maarten Baas (2006)
Tip van de dag: 1. niet zelf met lucifers aan de gang gaan, het wordt toch geen Maarten Baas. 2. Hieruit volgend: niet in het cliché vervallen dat je zelf ook wel een klok in de fik kan steken; dat kun je namelijk niet (zie blog afrekenen met clichés).