zaterdag 11 januari 2014

Follow the white rabbit...

Lise Lefebvre

Van de zomer zag ik het witte konijntje voor het eerst. Het zat in de kofferbak van een auto. De auto stond daar in het kader van de opening van het cultureel seizoen en was van de eigenaars van Sweatshop deluxe. Ik had nog nooit van Sweatshop deluxe gehoord, maar zij vertelde mij dat ze naast hun kofferbakverkoop ook een winkel hadden aan de zaagmolendrift (onderdeel van de zwaanshalsroute in Rotterdam Noord). Het konijntje was ontworpen door Lise Lefebvre; ook haar kende ik niet. Ik zette het konijntje terug in de kofferbak en nam afscheid. Toch bleef het konijntje me boeien. Ik moest weten waar het konijn vandaan kwam en dus besloot ik het witte konijn te gaan zoeken!
 
Zo kwam ik op een zaterdag in januari in Sweatshop deluxe aan de Zaagmolendrift terecht. De winkel blijkt meer weg te hebben van een werkplaats. De man in de winkel vertelt me hoe dat komt. De filosofie achter de winkel is zo niet belangrijker dan de producten die er verkocht worden. De winkel biet jonge ontwerpers de mogelijkheid om hun ontwerpen in productie te nemen en dit op een sociale en milieu bewuste manier te produceren. Dit gaat als volgt; je hebt een idee of ontwerp, hiermee kom je naar de werkplaats. Daar zit een team van 8 mensen die nagaan of de productie haalbaar is met de faciliteiten die zij kunnen bieden. Deze faciliteiten lopen uiteen van producties in textiel, hout en keramiek. Is een product geschikt voor productie dan gaan ze aan de slag. Van het konijn werd een 3D print gemaakt naar het ontwerp van Lise Lefebvre. Hier werd vervolgens een mal van gemaakt en vervolgens werden de konijntjes in verschillende kleuren in keramiek uitgevoerd. De uitvoering hiervan wordt gedaan door vrouwen die al langere tijd in de bijstand zitten. Het is een arbeidsintensieve productie legt de man uit. De konijntjes worden meerdere keren gebakken en telkens met de hand bijgewerkt om ze mooi hoekig van aspect te houden. 
 
Recent is er een grotere variant van de konijnen in productie genomen. De oude mal was versleten, vertelt de verkoper. Juist hierom besluit ik een van de weinig overgebleven konijntjes uit de eerst serie te kopen. Deze hebben allen nog een originele stempel van Lise Lefebvre op de onderkant. De oplage van de eerste serie is ook niet enorm; rond de 50 stuks!
 
Wel loopt er een tweede productielijn in het atelier van Lise Lefebvre zelf. Want wie is Lise Lefebvre?  Lise Lefebvre is een jonge ontwerpster van textiel en product design. Groeide op in Frankrijk en New York, maar studeerde van 2005-2007 aan de design academie in Eindhoven. Na haar opleiding begint ze een eigen studie waarin ze samenwerkt met onderandere Joris Laarman en Christien Meindertsma. Maar Lise Lefebvre doet meer. Ze is tussen 2007-2010 product developer voor het texiel museum in Tilburg en geeft sinds 2010 les aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam. Daarnaast was haar werk in 2008 al te zien in het MoMA (New York). Kortom; een naam om te onthouden dus...
 
Tip van de dag: een konijntje kopen natuurlijk! Zeker die uit de eerste serie zijn het kopen meer dan waard. De konijntjes zijn bizar goed betaalbaar, zeker gezien het feit dat ze volledig handgemaakt zijn en daardoor allemaal een uniek karakter hebben.

zondag 10 november 2013

Draden in glas



Eerder schreef ik een blog over de ontwikkeling van de vrije glaskunst (studio glas) naar aanleiding van de Manhattan unica van Willem Heesen. Hoewel in de naam in de blog over Heesen ook al een keer kort genoemd is, is er een naam die meer aandacht verdient in deze context; Sybren Valkema.
 
Sybren (Iep) Valkema (1916-1996) was 24 jaar toen hij van de academie in Den Haag kwam in het de tweede wereld oorlog het culturele klimaat in Nederland grof verstoorde. Ook de glasfabriek had het moeilijk in die tijd. Door een gebrek aan grondstoffen en slechter socio-economische status van de Nederlandse bevolking maakte dat Andries Dirk Copier als enige ontwerper overgebleven was. Na enkele sobere jaren, waarin met name de succesvolle model uit het verleden nog in vereenvoudigde vormen en kleur geproduceerd werden gloeide er eind 1943 toch weer wat hoop aan de horizon.
Er was misschien weer wat meer mogelijk; de geallieerde winnen steeds meer gebied en de Amerikanen zijn begonnen met de bombardementen op Berlijn. Nazi Duitsland komt steeds meer onder druk te staan. In dit jaar ontmoet Copier Sybren Valkema. Samen maken ze plannen voor de toekomst. Copier richt de glasschool in Leerdam op; een school die als doel had kunstenaars verder te bekwamen in het ontwerpen en toe uitvoering brengen van glaskunst. Valkema trad aan als docent esthetische vorming. In 1949 zou jij tevens adjunct directeur worden van de Gerrit Rietveld Academie waar hij tevens aan de glaskunstafdeling doceerde. Hij leidde veel bekende glaskunstenaars op waaronder Willem Heesen.
 
Samen met Willem Heesen, A.D. Copier en Floris Meydam vormde Sybren Valkema de ruggengraad van de naoorlogse glaskunst in Nederland. Er werd veel geëxperimenteerd met nieuwe technieken. Zoals al eerder beschreven in de blog over Willem Heesen, ging dit volgens het Unica-serica principe. Er werd in nauwe samenwerking met een meesterglasblazer getracht nieuwe innovaties te realiseren en optimaliseren om vervolgens vanuit, de unieke producten die hierbij ontstonden, nieuwe modellen te ontwikkelen die in een serie gemaakt konden worden.
 
Sybren Valkema werd het meest geroemd om zijn draadpatronen in glas. Door verschillende glasverzachters te gebruiken ontstonden er verschillende soorten glas die verschillende smeltpunten hadden. De eerste laag werd heet gemaakt in de oven. Vervolgens werd er met gekleurd glas een tekening/patroon aangebracht op het hete glazen bolletje. Deze werd verder uitgeblazen en in een tweede laag glas gedompeld. Hierdoor ontstond er een product wat uit verschillende lagen glas bestond waarbij draden van gekleurd glas gevangen werden tussen twee transparante lagen. Valkema maakte vele unica's op deze manier en er volgde dan ook enkele serica-lijnen waarin deze techniek toegepast werd.
 
Sybren Valkema werkte altijd op free-lance basis voor de glasfabriek. Niet weerhield hem er dan ook van op in 1965 na zijn reis met Willem Heesen naar de World Craft Counsil in New York, de eerste studioglas oven van Europa te bouwen (naar model van Harvey Littleton die deze in 1965 in New York presenteerde). Naast Unica's voor glasfabriek zijn er na 1965 ook veel unica's in eigenbeheer geproduceerd vanuit zijn ateliers in Amsterdam en Blaricum.
 
Ook was Valkema nauw betrokken bij de oprichting van de experimentele afdeling van de porceleyne fles (zie blog Lies Cosijn) welke opgezet werd vanuit de Gerrit Rietveld academie waar Sybren Valkema adjunct directeur was. Daarnaast heeft Valkema vele nationale en internationale lezingen gegeven en nam hij een belangrijke positie in binnen de World Craft Counsil.
 
Tip van de dag: Zie je een Unica van Sybren Valkema, koop hem dan (of laat het mij weten). Ze zijn erg zeldzaam en begeerlijk. Must-have in een mooie verzameling toegepaste kunst van de twintigste eeuw. 
 
 

vrijdag 11 oktober 2013

Op bezoek bij Arie

Atelier Arie de Groot - najaar 2013

Wie is Arie de Groot? Wie is de man achter de mysterieuze witte werken met stippen en lijnen. De man die verschillende materialen samen laat vloeien tot een harmonieuze esthetische eenheid. Ik kon het niet; ik kon niet op de bank blijven zitten wetende dat de man die een van mijn meest recente aankopen gemaakt heeft hier om de hoek woont. Dus ben ik er heen gegaan en heb aangebeld.
 
Zijn vrouw doet open. "Hallo, is Arie er ook...", ze zegt nee en kijkt me vragend aan. Ik besluit haar uit te leggen waar ik opeens vandaan kom en waarom ik nu bij haar voor de deur sta. Even later sta ik in de woonkamer van de kunstenaar. De woonkamer is gevuld met prachtig antiek Afrikaans aardewerk, andere verzamel objecten en een grote boekenkast. Er hangen enkele kleine werken van Arie, maar hij houdt er niet van zich te omringen met zijn eigen werk verteld zijn vrouw. Na een kort gesprek laat ik mijn telefoonnummer achter.
 
Die avond nog wordt ik gebeld door Arie de Groot. "ik heb een voorstel; als je morgen om 10 uur hier bent neem ik je mee naar mijn atelier" zegt de stem door de telefoon. Ik aarzel geen moment. De volgende dag om de afgesproken tijd sta ik opnieuw voor de deur van het huis aan de Bergsingel. "Arie de Groot" zegt hij en schud mij de hand.
 
We stappen in de auto en rijden over de Willemsbrug naar Zuid. We stoppen voor koffie praten wat en rijden door naar het atelier in het oude schoolgebouw aan de Heer Daniel straat. Het atelier bevindt zich op de eerste verdieping en heeft een twee grote ramen aan weerszijde van de ruimte. Van uit het atelier heb je een mooi uitzicht op de skyline van de Wilhelminapier. De ruimte is groot en licht. Tegen de achterwand staan oude werken opgestapeld. De andere muur is wit gelaten. Hier staan enkele recente werken die binnenkort naar pAN-Amsterdam zullen gaan om daar aan het publiek getoond te worden.
 
Arie verteld over zijn opleiding. Zijn vader was veehandelaar in Hendrik-Ido-Ambacht. Van huis uit heeft hij nooit iets van kunst mee gekregen. Tot hij op de kweekschool in Dordrecht kwam. Hier krijgt hij kunstgeschiedenis les. Dit fascineerde hem zo dat hij besloot zelf ook kunstenaar te worden. Met 10 onvoldoends en een 10 voor tekenen stopte Arie de Groot in het 4de jaar met de Kweekschool en schreef zich in aan de academie in Rotterdam. Hier kon hij zijn draai niet vinden en na enkele maanden stopte Arie de Groot met de opleiding mede vanwege het feit dat hij opgeroepen werd voor militaire dienst. Nadat hij zijn dienstplicht had volbracht ging hij bij een drukkerij op het noordereiland werken (in Rotterdam). Toon hij hoorde dat er een nieuwe kunstopleiding opgericht was in Haarlem, gaf hij zijn baan op in een laatste ultieme poging autonoom kunstenaar te worden. Hij schreef zich in bij Ateliers '63, waar hij met succes zijn opleiding afrondde.
 
Ik vraag hem naar zijn inspiratiebronnen en refereer aan de gelijkenissen met de patronen en stoppels die het Afrikaanse aardewerk kenmerkt. Arie vertelt dat hij uit die patronen ook directe inspiratie haalt. Daarnaast inspireert het ambachtelijke naïeve karakter van de volkskunst hem ook enorm. Hij is nooit in Afrika geweest. Veel werk kocht hij bij een gespecialiseerde galerie in Delfshaven. Reizen hebben ze nooit veel gedaan. Het toerisme trekt hem niet. Wel heeft hij een reis naar Japan gemaakt. Japanse kunst is ook altijd een belangrijke inspiratiebron geweest. "ik vind het fijne van Japanse kunst dat het werk zich niet op dringt". Ik kijk door het atelier en besef dat het Arie gelukt is dat element in zijn werk te verwezenlijken. De ruimte ademt harmonie en rust.
 
Samen lopen we door de werken. We bekijken hele vroege stukken en werk van recentere data. Het meeste werk is zwart/wit met minimale kleuraccenten. Vaak zijn er objecten in zilver/aluminium aan de tekeningen toegevoegd. Het meer en deel van het werk is abstract, maar soms zijn er opeens toch figuratieve toevoegingen te ontdekken. De inspiratie hiervoor komt van plaatjes uit boeken die in een grote kast in het atelier staan; boeken over model, gebruiksvoorwerpen, prentkunst ect.. "ik heb altijd abstract gewerkt" zegt hij. "Ik maak geen plaatjes" het gaat in het werk om een gevoel wat bijna aan het religieuze raakt. "Daarom hou ik er ook nooit van als mensen vragen wat het voor moet stellen. Dat is niet uit te leggen." Hij ergert zich aan mensen die dat kennelijk niet lijken te begrijpen. "Sommige dingen laten zich niet uitleggen." De fascinatie vorm daarmee wel een wezenlijk onderdeel van zijn thema's. Het ondoorgrondelijke karakter en de aanwezigheid van dat wat niet zichtbaar is boeit hem. Titels geeft hij zijn werk dan ook haast nooit. Ieder woord wat je aan de gecreëerde mystieke stilte toevoegt, kan als een donder slag de gehele lading van het werk te niet doen. "Titels kunnen alleen als ze het raadsel van het werk vergroten; dan voegt het iets toe. Anders is het een niets zeggende storende toevoeging".    
 
Een ander ding wat opvalt terwijl we de werken bekijken is de wisseling in formaat. Sommige tekeningen zijn klein en liggen in een archief ladekast. Andere beslaat haast de gehele achterwand van het atelier. Arie vertelt dat hij altijd klein begint. Schetsen of voorstudies maakt hij niet. Hij experimenteert op klein formaat en laat dit langzaam groeien. Naarmate hij meer vertrouwen krijgt en het idee heeft dat hij op een goed spoor zit laat hij het langzaam groeien. Het werk wat ik van hem heb is zo'n resultaat van een groei periode. 
Ik vraag hem tenslotte waarom hij maar zo'n korte periode met kleur gewerkt heeft. "De kleuren dingen zich te veel op. Ik wist niet hoe ik daar mee verder moest. Uiteindelijk is me dit in mijn recente werk wel gelukt. Hierin heeft kleur een plaats zonder dat het dominant wordt."
 
Als laatste toegift wil Arie een van zijn grootste werken laten zien. We schuiven wat werken opzij en halen samen een werk van ruim 2,5x2,5 meter tevoorschijn (bestaande uit twee delen). Hierin komen veel elementen uit andere werken samen. figuratieve patronen van jurken, cirkels van stippen, abstracte potlood tekeningen, opgewerkte randen en zilverkleurige fragmenten van papier in de vorm van kruizen en sterren. Het is een multi-luik van allerlei werken die op zichzelf had kunnen bestaan, maar nu gezamenlijk een immens beeld vormen van de man die het maakte.  

maandag 7 oktober 2013

Arie de Groot

Arie de Groot - drieluik 1987

Op naar de jaren '80-'90! Met mijn nieuwste aanwinst dichten we opnieuw een gat in de tijdslijn. Nadat ik de laatste twee jaar veel werk gekocht heb van Rotterdamse kunstenaars uit de jaren van de wederopbouw (50-60) wordt het tijd om de collectie uit te breiden met werk van de afgelopen decennia. De kunst van de jaren '80-'90 blijkt een onontgonnen terrein. Veel kunstenaars uit die periode leven en werken nog, maar weinig critici en kunsthistorici hebben zich nog op deze periode gestort. Misschien wel, omdat kunstgeschiedenis zich makkelijker laat schrijven op het moment dat een periode wat verder van ons af ligt. Er zijn natuurlijk wel genoeg bronnen terug te vinden, wat in de jaren '80-'90 is er uiteraard wel veel gepubliceerd en aandacht gegeven aan het werk wat destijds gemaakt werd. Ook van later dato zijn er leuke boeken zoals bijv. "90 over 80", waarin tien jaar beeldende kunst in Rotterdam besproken wordt. Dus aan de studie dan maar weer; welke kunstenaars waren in hun tijd al succesvol, waaraan was dit succes te danken en welke kunstenaars zijn nu in zekere zin bepaald geweest of geven een goed beeld van de tijd. Enkele van hen hebben hun plek al gevonden en zijn helaas al onbetaalbaar geworden, zoals Daan van Golden, Klaas Gubbels, Rob Scholte en J.C.J. Vanderheyden en Jef Diederen. Maar er blijven genoeg kunstenaars over om (her)ontdekt te worden.
 
Een van hen is Arie de Groot (1937-heden). Arie de Groot woont en werkt in Rotterdam. Op een steenworp afstand van waar ik woon. Op mijn fietstochtjes door Rotterdam ben ik er al vaak niets vermoedend langs gefietst en viel het mij al op dat de mensen die aan het Bergsingel wonen (op het stuk tussen de Bergselaan en Nootdorpstraat) zulke leuke dingen aan de muur hadden hangen. Dit blijken de buren van Arie de Groot te zijn, die zo'n beetje allemaal wel 1 werk van hem hebben hangen.
Ik kwam het werk echter op een andere manier op het spoor. Deze tocht begint in Dordrecht, op de hoek van de Vest en de Korte Kolfstaat. Hier woont een man die in impressionistische schilderijen van Dordtse kunstenaar handelt. Ik zeg hem dat ik de werken wel leuk vind, maar zelf meer van moderner werk hou en het liefst van Rotterdamse kunstenaar. Hij zegt daarop "o, ken je Arie de Groot". Ik kende de naam niet, maar de man had een boek over de kunstenaar. Vervolgens vertelt hij ook dat hij werk van hem heeft. De man verdwijnt naar boven en komt terug met een tekening van de Groot. Het is een mooi werk van klein formaat en het spreekt me wel direct aan. Probleem; hij wil het niet verkopen en als hij het zou verkopen moest hij er toch minstens 1000 euro voor hebben. Ik bedank hem vriendelijk en verlaat de winkel met een nieuw doel! Er moet een Arie de Groot komen! En zo begint een nieuwe zoektocht.
 
Enkele weken later sta ik in de boekwinkel van Hans Walgenbach. Opzoek naar informatie over Rotterdamse kunstenaars stuitte ik op zijn web-blog en vanwege de gemeenschappelijke belangstelling dacht ik dat het een goed idee zou zijn de man eens te gaan ontmoeten. We drinken koffie en praten wat. Hans werkt wat verder aan de voorbereiding voor een expositie die binnenkort in zijn winkel zal starten, terwijl ik wat door de boekenkasten speur. En daar staat het boek weer "Beschouwing over de koepel" - Arie de Groot. Ik vraag Hans wat hij van het werk vindt. Hans vindt het ook erg mooi werk. Ik vertel hem dat ik wel een werk van de Groot zou willen hebben. Hij kent nog wel iemand die een werk te koop heeft. "Ze woont hier vlakbij" zegt hij. "Ik bel haar anders wel even". Hij pakt zijn mobiel en belt; "Ik heb hier iemand die interesse heeft in dat werk van Arie de Groot, heb je dat nog... Ja... en hoeveel moet het kosten...". Dat klinkt al beter, goedkoper dan in Dordrecht en nog te koop ook! Hans hangt op en ik zeg hem dat ik dat wel interessant vind klinken. Hij belt terug "Kan hij nu even komen kijken..." en een kwartier later sta ik daar; op de zolder van de oude boerderij van Gust Romijn (Rotterdamse kunstenaar uit de Venstergroep) in Rotterdam Charlois waar nu twee kunsthandelaars in wonen. Een blijkt om een monumentaal werk van Arie de Groot te gaan. En een werk van formaat;  85x175! Ik kan mijn ogen niet geloven. Ongeveer 6x zo groot als dat van de man uit Dordrecht en kwalitatief nog vele malen beter ook! Ik praat wat met de verkoopster en komen uiteindelijk tot een koopovereenkomst. En zodoende hangt het werk niet veel later bij ons thuis.
 
Het werk is gemaakt in 1987 en bestaat uit drie delen. Drie afzonderlijke vellen vormen een monumentaal drieluik. Het werk van Arie de Groot kenmerkt zich door het gebruik van verschillende technieken. Hij vouwt en kreukt het papier, bewerkt het, maakt het nat en strijkt het weer uit. Ook voegt hij vaak andere materialen zoals aluminiumfolie stukken textiel of (ander) papier aan het werk toe wat het haast tot materiekunst maakt.
 
Arie de Groot heeft veel successen gekend met zijn werk. Naast de "Beschouwing over de koepel" is er nog het boek "12 tekeningen" en is hij ook opgenomen in het boek "90 over 80". In 1988 presenteerde de Amsterdamse galerie Asselijn het werk van de Groot met veel succes op de KunstRAI, waar binnen enkele dagen al het werk verkocht werd. Veel werk van Arie de Groot bevindt zich in privé verzamelingen en in bedrijfscollecties. Daarnaast kocht het Dordrechts museum onlangs nog drie werken van hem aan.
 
Tip van de dag: Eerder dan ik had durven hopen heb ik onze verzameling dus uit kunnen breiden met een werk van Arie de Groot voor een onwaarschijnlijk lage bedrag. Dit illustreert maar weer dat goed zoeken en alert blijven tot "Groot"-te dingen kan leiden. Daarom; hou je ogen en oren goed open. Het brengt je nog eens ergens!     

zaterdag 7 september 2013

Kapoor in Berlijn

Martin Gropius Bau Berlijn

De eerste week van september is de week van onze trouwdag en traditie getrouw gaan we deze week nog altijd een weekje op (na)zomervakantie. Dit keer naar Berlijn; de stad die al heel lang op de planning stond, maar waar het maar nooit van leek te komen.
 
We huurden een appartement in Prenzlauer Berg. Verreweg de leukste buurt om te zitten met een kindje, bleek achteraf. De buurt is een paradijs voor kinderen en jonge ouders. Overal zijn parkjes, speeltuinen, terrassen en speelgoedwinkels met mooi speelgoed (uiteraard van hout). Alles in de buurt is duurzaam en biologisch. Er hangt een gemoedelijke rust en van toerisme is niet veel te merken.
 
Vanuit Prenzlauer Berg lopen we over Alexander Platz het centrum in (Mitte). Hier is het drukker, maar ook hier wordt het niet echt toeristisch. Bij Checkpoint Charlie wordt dat anders. Hier zijn veel mensen opzoek naar stukjes muur en iets wat herinnert aan Oost-Duitsland. Maar eigenlijk is dit er niet meer. Er staan twee Duitsers verkleed als Amerikaanse soldaten naast een nagebouwd checkpoint huisje waar je mee op de foto kan. Ook kan je op de foto met een stukje muur van 3 meter breed wat ze speciaal voor dit doel zo hebben behouden. Er zijn wat musea die wat beeldmateriaal uit de DDR-tijd tonen en uiteraard een Trabantjes museum.
 
Maar even verderop is de sfeer anders. We lopen het terrein van Topografie des Terrors op. Op het reusachtige grindveld bevindt zich een langgerekt monument wat de geschiedenis van Nazi-Duitsland vertelt. Juist op deze plaats, omdat hier vroeger de hoofdkwartieren van de Sicherheitsdienst, de SS en de Gestapo gevestigd waren. Mensen lopen geïnteresseerd langs de wal waarop aan de hand van foto's en tekst de geschiedenis verteld wordt. We lopen verder naar het enige gebouw wat er nog staat; daar waar ooit de Gestapo in had gezeten. Voor 1934 was dit de kunstnijverheidsschool van Berlijn. Nu zit er een tentoonstellingscentrum in; Martin Gropius Bau.
 
En je had je geen betere expositie op deze plek kunnen wensen! Als of het gebouw er voor gemaakt was; maar in zekere zin is dit omgekeerd. Een overzicht van ruim 70 werken van Anish Kapoor vulde de zalen. Waarbij het centraal gelegen atrium opgevuld werd door een enorme installatie; Symphony for a beloved sun. Vier reusachtige lopende banden dragen roden blokken was (wat de associatie met gestold bloed oproept) naar een enorme rode cirkel in het midden van de ruimte. Maar de blokken bereiken de cirkel nooit omdat ze te pletter vallen op de koude grijze vloer. Gedurende de tentoonstelling veranderd de installatie voortdurend omdat de zee van rode was zich als maar verder uitbreid. Dit zelfde thema zien we terug in de andere werken van Kapoor. Spiegelende vlakken gaan een interactie aan met de toeschouwer. Door de beweging van de bezoeker in de ruimte en de veranderingen in lichtinval veranderen de opgestelde objecten terwijl je ze bekijkt.
Een ander hoogtepunt van de expositie is Shooting into the corner, waarbij grote blokken was onder hoge druk met een kanon een hoek van de ruimte ingeschoten worden. Ook dit werk veranderd naarmate de tentoonstelling vordert. We zijn getuigen van het afschieten van een blok (dit gebeurd op willekeurige momenten gedurende de tentoonstelling en je moet dus een beetje geluk hebben, maar dat geluk hadden we). Met een grote knal ramde het blok zich in de was-massa die al tegen de muur geplakt zat. Het levert een bizar beeld op, wat zeker op een terrein als Topografie des Terrors niet los gezien kan worden van de geschiedenis van Duitsland en de stad waarin de installatie opgesteld is.
Dit is dan ook meteen de kracht van het werk van Kapoor. De installaties vullen de ruimtes aan. Ruimtes die op zichzelf al indrukwekkend zijn worden door het werk gecompleteerd. Het bindt heden en verleden en laat je op een andere manier naar de wereld kijken.

Shooting into the corner

Terecht behoort Anish Kapoor (1954-heden) tot een van de belangrijkste beeldenkunstenaars van dit moment. De oorspronkelijk uit Bombay afkomstige Britse beeldhouwer weet keer op keer installaties te realiseren waar je perplex van staat. Van een enorme glimmende boon in het centrum van Chicago tot de Arcelor Mittal Orbitt (een toren van ruim 115 meter hoog die doet denken aan een vreemd gevlochten en gebogen Eifeltoren) naast het olympisch stadion in Londen. En nu dan Symphony for a beloved sun in Berlijn. Keer op keer verandert hij de ruimte zonder deze echt geweld aan te doen (ondanks het dominante overweldigende karakter van het werk). Kapoor maakt indruk, maar vult tegelijkertijd aan en beïnvloed je perceptie van de werkelijkheid.

Na het bezoek vervolgen we onze tocht door de stad. Ik denk aan het beeld van Shooting into the corner en ineens maken de kapot geschoten beelden voor het Martin Gropius Bau en de honderden kogelschoten die de muren van de Berlijnse vooroorlogse gebouwen nog meer indruk.

Voor het Martin Gropius Bau met honderden kogelgaten

Tip van de dag: Als je de kans krijgt om een expositie van Kapoor te bezoeken; geen moment twijfelen! Helaas mag je in de expositieruimtes niet fotograferen (echt mooi kreeg ik shooting into the corner er dan ook niet op met mijn i-Phone vanonder mijn arm ;)). Zelf maar gaan kijken dus!

    

maandag 19 augustus 2013

Scholten en Baijings

Colour Porcelain, HAY en de Ploeg kussen
(schilderij; Thierry Veltman 1972)

Scholten en Baijings zijn hip. Dat zijn ze al een tijdje, maar het succes lijkt niet te stoppen. Stefan Scholten en Carole Baijings vormen sinds 2000 een Dutch-design duo. Stefan komt van de design academie, Carole is autodidact. Vorig jaar werd het Amsterdamse designduo nog uit geroepen tot een van de belangrijkste ontwerpers van Nederland door het blad Eigenhuis&interieur. Maar zij zijn niet de enige die hun talent onderkennen. Scholten en Baijings maken sinds 2005 de ene succes serie na de andere. Alles wat ze aan raken lijkt in goud te veranderen. Het kost daarna ook goud, maar dat deert niet. Musea en verzamelaars staan in de rij.

Veel series zijn exclusief en niet voor iedereen bereikbaar. De Zuiderzee serie bijvoorbeeld werd in 2009 ontworpen in opdracht van het Zuiderzee Museum. De serie bestaat uit kasten en tafels geïnspireerd op meubels die vroeger in de kleine vissershuisjes rond de zuiderzee te vinden waren. De meeste objecten uit deze lijn zijn in een gelimiteerde oplage van 8 stuks gemaakt, waarvan het merendeel direct de musea in verdwenen is. 
De wilgenhout serie; die in 2008 voor Thomas Eyck ontworpen werd; is beter te betalen, maar ook hier betaal je voor een mandje van plastic met gevlochten wilgenhout bijna 1000,- euro. Leuke kussens voor op de bank zijn ook te koop via de site van Eyck. De kussens en colour plaids werden in samenwerking met weverij de Ploeg gemaakt. Mooi van kwaliteit, maar ook hier hangt weer echt een Scholten en Baijings prijskaartje aan; kussens: 138,- euro, plaids: 364,- voor een kleintje 836,- voor een grote.
 
Toch is het niet helemaal "nieuwe kleren van de keizer". Er is weldegelijk iets aan te zien en te beleven. Zoveel zelfs dat het de prijs rechtvaardigt. Het gaat in de kunst nu eenmaal om vernieuwing. Zoals al vaker gezegd; een Mondriaan of een van Gogh kosten geen miljoenen omdat het zo mooi gemaakt, maar omdat ze hun tijd ver vooruit waren en een inspiratiebron vormde voor andere en daarmee de loop van de kunstgeschiedenis veranderde. En dit geldt in zekere zin ook voor Scholten en Baijings. Ze hebben een concept weten neer te zetten wat er voorheen niet was. En in dit kader weten ze dingen te ontwerpen die heel uiteenlopend zijn; van kussens tot tafels, kasten, stoelen en servies; waaraan je in een oogopslag ziet dat zij het ontworpen hebben. Deze kracht licht hem voor een groot deel in het door hun ontworpen kleurenpalet. De kleuren zijn fris en de combinaties gedurfd. Scholten en Baijings waren een van de eerste die weer Neon-kleuren toe gingen passen in hun ontwerpen. Gegeven de huidige trend lijkt dit niet meer dan logisch dat je als ontwerper probeert een graantje mee te prikken en je ontwerpen met een Neon-sausje besprenkelt. Maar een trend begint ergens en in dit geval kunnen we Scholten en Baijings rekenen tot een van de aanstichters 1van dit vuurtje. En dat vuurtje lijkt nog even niet gedoofd en breidt alleen maar uit. Voor het Deense merk HAY ontwierpen ze vloerkleden, theedoeken, beddengoed en bureauaccessoires. Mede hierdoor is HAY nu een van de populairste merken van dit moment geworden.
 
In 2012 ging het duo een samenwerking met 1616/Arita aan. Arita is een porseleinfabriek in het Zuiden van Japans. De fabriek bestaat sinds 1616 en is wereld beroemd vanwege de hoogwaardige kwaliteit van hun producten. Scholten en Baijings ontwierpen een series gebaseerd op traditionele Japanse vormgeving. Het Servies werd vorig jaar April gepresenteerd op de Salone de Mobile in Milaan, waar het een groot succes werd. Uiteraard zijn grote partijen serviesgoed direct naar de musea vitrines verhuis, maar het is ook te koop! Zo was een deel van het servies bij de Bijenkorf in Rotterdam te zien. Het zit niet in de vaste collectie, maar maakte onderdeel uit van een tijdelijke expositie. Er werden twee colour wood tafels getoond, enkele HAY producten, het dressoir shift voor Pastoe en diverse servies onderdelen. 
 
En dan heb je als verzamelaar soms geluk! Want op een vrijdag middag in Augustus werd de expositie opgebroken en gingen de producten die niet standaard in het assortiment van de Bijenkorf zitten in de uitverkoop; 50% korting! En dat maakt nog eens een verschil.  Zo betaal je voor een koffiekopje ineens geen 130,- maar nog maar 70,- euro! In pakken en meenemen dus! Samen met de theedoeken van HAY en het kussen van S&B/de Ploeg krijgt ons huis dankzij Scholten en Baijings toch weer wat meer kleur.
 
Tip van de dag: Als je dit soort design in de uitverkoop ziet; niet denken maar doen! Zo'n kans krijg je niet snel weer. Daarnaast moet je je beseffen dat dit soort producten niet eeuwig in productie blijven. Denk dus nooit "dat koop ik nog wel een keer", wacht niet je er geld voor hebt; dat moment komt niet en als het komt is het niet meer te koop. Dus als je het echt wilt hebben en je ziet het met 50% korting; gewoon doen. Je kunt het maar hebben!

Nuancering: Uiteraard begrijp ik dat in tijden van crisis, waarin bezuinigd moet worden en veel mensen het financieel moeilijk hebben 70,- euro voor een koffiekopje veel is. Dat is ook de reden dat ik het zelf bij 1 kopje en 2 bekers heb gelaten (en niet het volledige servies meegenomen heb). Toch blijf het een gegeven dat crisis tijden goede tijden zijn voor verzamelaars. Ook de handelaren (en zelfs warenhuizen als de Bijenkorf) hebben het in deze tijd moeilijk en moeten soms hele goede dingen voor relatief weinig geld verkopen. Als je dus enige financiële ruimte hebt lijkt het investeren in kunst in deze tijd verstandig en gerechtvaardigd. En daarmee blijft de tip van de dag toch staan!

zondag 11 augustus 2013

De ontmoeting

Johan van Reede met Figura

In het voorjaar van dit jaar schreef ik een blog over Johan van Reede. Een kunstenaar met een bewonderenswaardige manier van werken. Figura uit 1964 was de aanleiding. Een wild werk waarin de verf over het doek gegooid lijkt te zijn om vervolgens gemoduleerd te worden tot de gestalte van een man/dier. Ik begon deze blog met de vraag waar de man was gebleven die nog niet eens zolang geleden tot een van de belangrijkste kunstenaars van de wederopbouw in Rotterdam behoorde. Ik kwam er niet achter waar was hij. Leefde hij nog een, en zo ja waar. Alle zoektochten draaide op niets uit. Tot op een dag...
 
16 juni: er kwam een mailtje; "Jawel hij leeft en werkt nog elke dag. Wil je meer weten mail dan...". Dat deed ik uiteraard. De mail bleek afkomstig van een vriend van Johan die enkele straten bij hem vandaan woonde. Na elke mailtjes kreeg ik het nummer van dhr. v. Reede en zo is het gekomen dat ik afgelopen zaterdag bij Johan en zijn vrouw op de borrel ben geweest. 
 
Johan blijkt op een steenworp afstand te wonen. Samen met zijn vrouw bewoont hij een bescheiden huis aan de rand van de Bergse achterplas in Rotterdam Hillegersberg. Ik wordt vriendelijk ontvangen in het smaakvol ingerichte huis van de schilder. Het is direct duidelijk dat dhr. v. Reede een erudiete man is die veel gereisd, verzameld en gelezen heeft. Het huis staat vol met bijzonder keramiek, glaswerk, design en etnografica. Daarnaast heeft hij veel gekocht op de rommelmarkt op de Blaak, waar hij bijna elke zaterdag met o.a. Dolf Henkes naar toe ging. Aan de wand hangt recent werk. Veel gedetailleerder dan zijn vroege werk. Heel precies in pastel kleuren. "Dit werk vraagt om een ander soort concentratie dan het vroege werk wat ik maakte" zegt Johan. "Deze manier van werken geeft me meer tijd en past daarom; gezien mijn leeftijd; nu beter bij me". Van zijn oude werk heeft hij bijna niets meer verteld hij. "ik heb het altijd goed kunnen verkopen en alles is dus zo goed als weg". Hij vindt het dan ook leuk Figura na bijna 50 jaar weer terug te zien. Hij maakte het werk zonder schetsen of voorstudies; "voorstudies maakte ik in mijn hoofd" zegt hij. "Voor ik begon had ik een vrij uitgewerkt idee hoe het eruit moest komen te zien. Ik werk niet naar de werkelijkheid; dat heb ik nooit gedaan. Er ontstaat iets in mijn hoofd en dat maak ik dan. Je moet er verder ook niet te veel achter zoeken." Op de vraag waarom het Figura heet moet hij lachen; "omdat het een figuur is! Meer niet. Mijn vrouw komt uit Spanje, van daar de A aan het eind." Johan had de gewoonte geen ingewikkelde titels voor zijn werk te zoeken. Collega's deden dat destijds wel. "Ze kwamen dan met hele lange ingewikkelde zinnen als titel voor hun schilderij, als ik een kop maakte dan heette het ook gewoon kop!" Maar dan wel met een Spaanse verbastering vanwege zijn vrouw.
Zijn vrouw is ook bij het gesprek. Ze vertelt nog altijd even enthausiast over hun ontmoeting tijdens het voorjaarsfeest in Sevilla (la Feria de Abril) in 1959. Binnen een jaar waren ze getrouwd en is zij met Johan mee naar Nederland gegaan. Hier leefde ze een solitair leven. Johan verdiende goed met gemeentelijke opdrachten en de verkoop van zijn werk. Ze namen wel deel aan het kunstenaars leven in de stad, maar waren de lange avonden in café Pardoel op de Binnenweg snel zat. "Ik had er ook gewoon geen tijd voor" verteld Johan. "De opdrachten van de gemeente vroegen veel van mijn tijd. Daarnaast verdiende ik er genoeg mee. Ik deed wel mee aan groepsexposities, maar het was voor mij niet echt nodig." Daarnaast werd de kunstgroep Ara, waar Johan van Reede deel van uitmaakte door Argus en de Venstergroep niet echt geaccepteerd en gewaardeerd. "We mochten mee doen van de vensterjongens; zeg maar. Nou dan weet je wel genoeg". Voor Johan war het hiermee klaar. Ook met de leden van de Ara-groep had Johan minimaal contact. Hij was wel de gene die de naam Ara had bedacht. "Dat kwam omdat we met onze ateliers in het oude vogelverblijf van Blijdorp gevestigd waren. Bij de ingang bevonden zich de Ara's". Bonte vogels, net als de leden van hun groep; een bond gezelschap. Johan was gefascineerd door de vogels en bracht de Ara's dagelijks naar hun nachtverblijf. Daarnaast had de naam nog een ander groot voordeel; je hebt naar twee letters nodig als je een affiche moest drukken grapt hij. Dat was ook een groot voordeel.
Het atelier bevindt zich op zolder. Johan gaat mij voor op de smalle trappen. Ook boven vinden we overal werk van de afgelopen 10 jaar. Vanaf de zolderkamer kijk je uit over de plas. Het atelier is licht en helemaal wit. Er staan enkele archiefladenkasten waarin veel grafisch werk zit en er staan enkele doeken tegen elkaar gestapeld. Op de ezel staat het werk waaraan hij bezig is. Wederom in pasteltinten, maar dat kan ook zo weer veranderen verteld hij. Door de jaren heen zijn er wel verschillende periodes aan te wijzen. Kunstenaars die altijd maar in de zelfde stijl blijven werken begrijpt hij niet. "Je wordt zelf toch ook anders" zegt hij. "Je werk moet hier een reflectie van zijn. Ik ben nu anders dan toen ik 40 was. Ik werk met een andere concentratie en in een ander tempo. Daardoor is mijn werk ook anders".
 
Na een gesprek van ruim een uur vraag ik of Johan nog met Figura op de foto wil. Hij lacht en stemt in. "Ik lijk wel een bekende kunstenaar zo" lacht hij. "We spreken nog weer eens wat af, maar het kan ook zomaar de laatste ontmoeting geweest zijn. Op mijn leeftijd weet je het nooit" lacht hij. Ik schut de grote lange dunne hand van de kunstenaar en vertrek. Een ontmoeting met waarde, omdat ik nu meer weet over het werk en de man die het ooit maakte. Een sympathieke, intelligente, rustige man, maar tegelijkertijd eigenwijs, scherp en expressief. Nog altijd goed van alles op de hoogte en vitaal. Monumentaal als zijn werk.